Minder afval door de crisis | Bond Beter Leefmilieu

U bent hier

Minder afval door de crisis

Kristof Debrabandere

donderdag 25 juni 2009

De economische crisis laat zich ook voelen bij de stortplaatsen en afvalverbrandingsovens in Vlaanderen. Een lagere economische activiteit vertaalt zich naar minder bedrijfsafval. Verder passen de gezinnen hun consumptiegedrag wat aan en dat vertaalt zich naar een lichte daling van het aanbod van huishoudelijk afval. In totaal werd er volgens De Morgen (15 juni 2009) tijdens de eerste drie maanden van dit jaar zo’n 12% minder afval geproduceerd.

Verwacht wordt dat de hoeveelheid afval terug zal groeien eenmaal de economische situatie zich herstelt. De daling is dus niet structureel en is dan ook niet iets om blij of trots op te zijn.

Omwille van deze (tijdelijke) daling van de afvalberg heeft de OVAM reeds ongeveer een drietal maanden terug een volledig stortverbod voor brandbare afvalstoffen ingevoerd. Dit is in lijn met het gangbare afvalbeleid: brandbare afvalstoffen kunnen pas gestort worden bij gebrek aan afvalverbrandingscapaciteit. Sluiting van stortplaatsen betekent dus dat er in Vlaanderen (tijdelijk) voldoende afvalverbrandingscapaciteit voor handen is.

Het afvalbeleid gaat eveneens uit van een lange termijn geplande ondercapaciteit aan afvalverbrandingsinstallaties. De huidige situatie toont aan dat de geplande ondercapaciteit in  Vlaanderen beperkt is. Daar is op zich niets fout mee, maar het toont wel heel duidelijk aan dat er geen nood is aan een uitbreiding van de afvalverbrandingscapaciteit. Had die uitbreiding vandaag reeds operationeel geweest, dan had minstens 1 grote afvalverbrandingsinstallatie volledig stilgelegd moeten worden. Ofwel zou zich een commercieel bloedbad van lage verwerkingsprijzen ontwikkelen waarbij alle afvalverbrandingsinstallaties in Vlaanderen financieel zouden verliezen. Het alternatief  voor sluiten of bloeden is uiteraard bijkomend afval aantrekken, zodat de ovens kunnen blijven werken. Afval aantrekken dat anders gerecycleerd zou worden heeft dan weer gevolgen voor tewerkstelling en economische activiteiten elders. Vanuit welke hoek men dit scenario ook bekijkt, het leidt tot een “no win” situatie. Nuttig om te onthouden, als er opnieuw vraag is naar bijkomende verbrandingscapaciteit.