U bent hier

Niemand wacht op een verbrandingsoven in Kampenhout

Jeroen Gillabel

donderdag 1 december 2011

Na een lange periode van stilte, heeft het bedrijf Recover Energy dan toch een bouwvergunning aangevraagd om een nieuwe afvalverbrandingsoven te realiseren in Kampenhout. Op zijn zachtst gezegd een vreemde beslissing, want er zit niemand te wachten op dit project.

Ten eerste is er helemaal geen nood aan extra afvalverbrandingscapaciteit in Vlaanderen. Integendeel, er is momenteel een structureel overschot aan verbrandingscapaciteit, goed voor zo’n 75000 ton per jaar. Bovendien heeft Minister van Leefmilieu Joke Schauvliege nog maar net extra capaciteit goedgekeurd in Houthalen-Helchteren. Elke verdere capaciteitsuitbreiding zal de moeizame inspanningen van overheid en bedrijfsleven om recyclage te bevorderen alleen maar verder ondermijnen. Dat kan ook de minister niet ontkennen.

Ten tweede is de locatie van het project ongelukkig gekozen. Omgeven door woongebied, langs de verzadigde N26, is het niet meer dan logisch dat er enorme tegenkanting is van zowel omwonenden als lokale politiek. Niemand zit te wachten op extra vrachtwagens, extra fijn stof en andere overlast voor een activiteit die op zich al overbodig is.

Ten derde is er ook op vlak van ruimtelijke ordening een probleem. In een recente wijziging van het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen werd de regio rond Kampenhout ingekleurd als bijzonder economisch knooppunt, met de expliciete vermelding dat afvalverbrandingsinstallaties niet toegelaten zijn.

Iemand met gezond verstand zou dus nooit aan dit project willen beginnen. En toch lijkt de bouw- en containerfirma De Coninck (onder de naam Recover Energy) vastberaden het lange en dure vergunningstraject te willen voortzetten. Na het milieu-effectenrapport volgt nu de bouwaanvraag. In het onwaarschijnlijke geval dat deze wordt goedgekeurd, volgt nog de milieuvergunningsaanvraag. Deze voortgezette inspanningen doen vooral vermoeden dat de geplande verbrandingsactiviteiten zeer lucratief moeten zijn. Als je weet dat de firma De Coninck zelf heel wat bouw- en sloopafval produceert, dan hoeft dit niet te verbazen. Over een eigen oven beschikken om al dat afval gratis kwijt te raken, en er nog geld aan verdienen via de groenestroomcertificaten (er zal immers ook huishoudelijk afval verbrand worden), is natuurlijk ook een vorm van gezond verstand.

Afvalverbranding is tot nader order een maatschappelijke verantwoordelijkheid om het niet-recupereerbaar afval te verwerken met minimale impact op mens en omgeving, en met de verplichting tot maximale recuperatie van energie. Tot nader order, want in feite is het niet meer of niet minder dan verspilling van kostbare grondstoffen, met negatieve gevolgen voor het klimaat en kwaliteit van het leefmilieu. Het is dan ook cynisch dat de overheid, via de groenestroomcertificaten, er een zeer economisch interessante bedrijvigheid van maakt voor enkelen. Bond Beter Leefmilieu zal dit blijven aankaarten, onder andere in het kader van de stuurgroep duurzaam materialenbeheer onder impuls van OVAM en minister Joke Schauvliege.

Intussen kan u, beste lezer, uw gezond verstand laten spreken en duidelijk maken aan de overheid dat het economische eigenbelang van één bedrijf niet opweegt tegen het maatschappelijke belang van ons allemaal. Ga naar de website van Stop De Oven, vul je naam in, en je kan meteen een voorbereid bezwaarschrift indienen tegen de bouwvergunning. Niet alleen de omwonenden, maar iedereen is er bij gebaat. Voor wie het nog eens rustig wil bekijken: in dit filmpje wordt de onzin van nieuwe afvalverbrandingsovens helder uitgelegd.