Nieuwe studie stelt Europees biobrandstoffenbeleid in vraag | Bond Beter Leefmilieu

U bent hier

Nieuwe studie stelt Europees biobrandstoffenbeleid in vraag

Persbericht Bond Beter Leefmilieu Vlaanderen

vrijdag 17 december 2010

Belgische NGO’s dringen aan op een dringende herziening van het Europese biobrandstoffenbeleid. Deze vraag van milieu-, Noord-Zuidbeweging en landbouworganisaties werd vandaag bevestigd door een studie, in opdracht van minister Magnette, die wijst op de negatieve impact van het huidige beleid. De studie toont bovendien aan dat het opleggen van duurzaamheidscriteria voor biobrandstoffen niet alle negatieve gevolgen kan oplossen. De organisaties, vragen aan minister Magnette om rekening te houden met de conclusies van de studie en aan te dringen op een herziening van het Europese biobrandstoffenbeleid.

De studie uitgevoerd door CETRI op vraag van de minister van energie en klimaat Paul Magnette. Deze studie brengt de impact van de uitbreiding van de biobrandstoffenteelt buiten de Europese Unie in kaart. Het resultaat van de studie is opvallend: de nieuwe criteria voor het certificeren van biobrandstoffen, zelfs als ze ambitieus zijn, kunnen milieu- en sociale rampen niet vermijden. De Europese richtlijn om het transport tegen 2020 voor 10% op hernieuwbare energie te laten rijden – in de praktijk voor 95% ingevuld door biobrandstoffen - heeft catastrofale gevolgen die nu al merkbaar zijn in de zuiderse landen. Het zuiden zal nog meer lijden onder de nefaste gevolgen omdat het onmogelijk is voor de Europese lidstaten om te voldoen aan de vraag naar biobrandstoffen zonder massale import.

“Als voorzitter van de Europese raad heeft België de kans om het probleem van de biobrandstoffen op tafel te leggen. Maar nieuwe duurzaamheidscriteria voor biobrandstoffen zullen het vastgelopen debat niet terug vlot trekken. Men moet afstappen van het paradigma en werk maken van een totaal ander denkkader en andere maatregelen (…)” benadrukt de auteur van de studie.

Negatieve gevolgen

De studie wijst op volgende negatieve effecten: ontbossing, privatisering van de toegang tot essentiële natuurlijke rijkdommen, mensonterende werkomstandigheden,het verdringen van voedingsgewassen, het verstreken van de voedselafhankelijkheid en zelfs een aanzienlijke verhoging van de CO2-uitstoot door veranderd landgebruik,…

Door het opleggen van strikte Europese normen voor het gebruik van hernieuwbare brandstoffen voor het transport, verplicht de Europese Commissie de Europese lidstaten onrechtstreeks om op korte termijn biobrandstoffen te importeren. De milieu- en de Noord-Zuidbewegingen hebben  eerder al gewaarschuwd voor de rampzalige gevolgen.

De studie heeft als verdienste de puntjes op de i te zetten over de mogelijkheden om de negatieve effecten van de biobrandstoffenteelt in te dijken. De studie wijst erop dat de duurzaamheidcriteria niet zullen volstaan om de negatieve effecten van het Europese energie- en transportbeleid in het zuiden te beperken. Zij vreest dat duurzaamheidscriteria niet zullen toelaten de indirecte effecten mee in rekening te brengen. Wat de criteria ook zullen zijn, ze zullen de essentie niet aanpakken: hoe kan een producent van biobrandstoffen verantwoordelijk gesteld worden voor de gevolgen van indirect landgebruik in een andere regio of zelfs een ander land? Hoe kunnen de producenten individueel verantwoordelijk gehouden worden voor de voedselafhankelijkheid van een regio of een land? Hoe kunnen we hen verantwoordelijk stellen voor de overlevingsstrategie van de boer die zijn land verloren of verkocht heeft en elders voedsel gaat telen en daarvoor eventueel bomen kapt?

De milieu- en Noord-Zuidbewegingen dringen er bij minister Magnette, die vandaag het gevaar van mogelijk perverse effecten van het Europese biobrandstoffenbeleid erkende, op aan om de conclusie van de door hem gevraagde studie in acht te nemen. Ze vragen de minister om, als voorzitter van de Europese raad, aan te dringen op een dringende en grondige hervorming van het biobrandstoffenbeleid en op een strenge controle en regulering van de biobrandstoffen geteeld op Europese bodem.

Het is vandaag niet te verantwoorden om vast te houden aan de verplichting om 10 % ‘brandstoffen uit hernieuwbare bron’ in het transport op te leggen. Temeer omdat de Europese lidstaten voorzien om deze doelstelling voor de helft in te vullen met geïmporteerde biobrandstoffen. Uit de studie blijkt zonneklaar dat alleen met duurzaamheidscriteria de impact van deze verplichting – en al zeker bij groeiende verkeersvolumes – in elk geval uiterst nefast zal zijn voor de biodiversiteit, de voedselzekerheid en de duurzaamheid van de landbouw in het Zuiden. Dit is een risico dat niet mag worden genomen.

De studie concludeert: “Deze situatie vraagt om een gezamenlijk antwoord op beleidsniveau dat de huidige biobrandstoffenpolitiek in vraag durft stellen.”