Nota Di Rupo goed startpunt voor milieu | Bond Beter Leefmilieu

U bent hier

Nota Di Rupo goed startpunt voor milieu

Persbericht Bond Beter Leefmilieu Vlaanderen

woensdag 6 juli 2011

Bond Beter Leefmilieu (BBL) verwelkomt de nota van formateur Di Rupo als een goed startdocument. Naast de nodige institutionele hervormingen, geeft Di Rupo ook een voorzet om tot een vergroening van ons economisch model te komen. Toch verwacht BBL op een aantal punten nog meer ambitie en daadkracht om België een welvarende plek te houden, met een hoge levenskwaliteit voor de huidige en alle toekomstige generaties.

1. Gezonde en groene overheidsfinanciën

BBL is blij dat formateur Di Rupo bij wijzigingen aan de fiscaliteit rekening wil houden met milieuvriendelijk gedrag. De formateur stelt vliegtuigtaksen voor op 1ste klasse en businesstickets en de aanpassing van de fiscale aftrek voor bedrijfswagens op basis van hun CO2 uitstoot. Dat is echter slechts een begin. Door enkel de 1ste klasse en businesstickets hoger te belasten riskeer je een verschuiving naar 2de klasse. De milieubelasting van de vliegtuigreis neemt daardoor niet af. Door enkel rekening te houden met CO2-uitstoot van bedrijfswagens en niet met de totale milieu-impact laat Di Rupo veel kansen liggen.

Maar ook op andere vlakken kan de fiscaliteit nog vergroenen. Wij denken daarbij bijvoorbeeld aan een aanpassing van het kadastraal inkomen (KI) en de onroerende voorheffing om wonen in de stad aantrekkelijker te maken en het autoverkeer mee te beperken. Extra opbrengsten kunnen gaan naar kernversterkend beleid en daling van registratierechten.

De nota di Rupo laat de belastingsverminderingen en andere voordelen voor uitgaven voor energiebesparingen in een woning (bijvoorbeeld intrestkorting bij een groene lening), of de factuurkortingen voor schone wagens over aan de Gewesten. Dit creëert meer eenduidigheid en vereenvoudiging. De vraag stelt zich hoe de Gewesten de afschaffing van deze federale fiscale aftrek, die nu substantiële tegemoetkoming biedt voor energiebesparende ingrepen, gaat opvangen.

2. Veilige, duurzame en toegankelijke energievoorziening:

De nadruk die de nota legt op een maximale diversificatie van de bevoorradingsbronnen en prioriteit aan duurzame energie (wind, waterkracht, zonnepanelen ...) is positief. Hierdoor zal België minder afhankelijk worden van (de stijgende prijzen van) fossiele brandstoffen. De handhaving van de wet op de kernuitstap is een goede zaak. Dat de uitstapkalender wordt gelinkt aan de stresstests kan de uitstap voor slecht scorende installaties alleen maar versnellen.

Wat bevoorradingszekerheid betreft zijn doortastende maatregelen op gebied van energiebesparing de sleutel tot succes. BBL ziet te weinig ambitie om tot substantiële energiebesparingen te komen in deze nota. Om voldoende nieuwe productiecapaciteit te garanderen dient onze toekomstige regering duidelijkheid te creëren en minstens vast te houden aan de voorziene kalender voor de kernuitstap.

De inzet van de nucleaire rente in offshore windmolenparken en energiebesparing is positief. BBL mist een concrete uitspraak over de hoogte van deze rente. De CREG cijfers zijn hierover voldoende duidelijk. De 2 miljard van de CREG staat in schril contrast met de 250 miljoen die tot nog werd gehanteerd.

Algemeen mist de nota een concrete toekomstvisie op het Belgisch energiebeleid. Een 100% hernieuwbare energiebevoorrading tegen 2050 zou hiervoor een leidraad kunnen zijn.

4. Klimaat

De nota neemt een ambitieus standpunt in door zich in de multilaterale onderhandelingen en te schikken naar een reductiedoelstelling op EU-niveau van 30% van de uitstoot van broeikasgassen in 2020 en van 80 tot 95% in 2050 ten opzichte van 1990. Indien België echt ambitieus wil zijn, moet ze niet alleen een voortrekkersrol spelen op internationaal niveau, maar bovenal ook werk maken van een eigen ambitieus klimaatbeleid. BBL juicht het voorstel toe om de gewesten te responsabiliseren met betrekking tot hun CO2-uitstoot, door in de nieuwe financieringswet een responsabiliseringsmechanisme "klimaat" in te bouwen. Een federale klimaatwet met concrete doelstellingen voor 2020 en 2050 zou hiervoor het kader moeten vormen. Daarbij moet niet alleen een eerlijke en objectieve verdeling van te leveren inspanningen en van de inkomsten uit de veiling van de CO2-quota gebeuren, maar moet men zich bovenal engageren om deze inkomsten in te zetten voor klimaatmaatregelen.

5. Duurzame productie en consumptie

De nota erkent ten slotte de noodzaak van een drastische daling in ons materialenverbruik en wil van België een pionier maken in de overgang naar duurzame productievormen. De federale overheid kan afvalpreventie bevorderen, en producenten sturen in de richting van duurzaam materialenbeheer. De nota bevat echter te weinig concrete handvaten om dit in een daadkrachtig integraal productie- en consumptiebeleid om te zetten.

Nog veel werk dus voor de onderhandelaars.