Opinie: En de koe, die boerde voort | Bond Beter Leefmilieu

U bent hier

Opinie: En de koe, die boerde voort

Laurens De Meyer
Filip Bunkens

Deze week wordt binnen de Vlaamse Regering een doorbraak gezocht voor het Klimaatplan. Hoe zal Vlaanderen zijn CO2-uitstoot met 35% verminderen tegen 2030? Eén ding staat vast: elke sector zal zijn verantwoordelijkheid moeten nemen. Joke Schauvliege zit als minister van Omgeving en Landbouw in een unieke positie om, in het kader van het Klimaatplan, de landbouwsector klaar te stomen voor de klimaatuitdagingen. Landbouw heeft, meer dan andere sectoren, een unieke band met het klimaat. Niemand zal tijdens deze uitzonderlijke droogte ontkennen dat de oogsten er afhankelijk van zijn. Tegelijk is landbouw voor een groot deel verantwoordelijk voor de opwarming van het klimaat. Vooral de dierlijke sector heeft met zijn ‘methaanboerende’ en mestproducerende dieren een belangrijk aandeel in de broeikasgasuitstoot.

Koe in de kamer

Daarmee zijn we aanbeland bij de politieke koe in de kamer van Schauvliege: het afbouwen van de veestapel. Als we de doelstellingen van Parijs willen halen, is die afbouw essentieel. Andere sectoren kunnen rekenen op technologische evoluties. Maar dieren hebben biologische grenzen. De Vlaamse koeien behoren nu al tot de efficiëntste ter wereld. Stoppen met het produceren van methaan doen ze nooit. Om de uitstoot van broeikasgassen in lijn te brengen met de emissiereductiedoelstellingen, moet de veestapel gehalveerd worden tegen 2050. Zal onze efficiënte productie dan vervangen worden door minder efficiënt geproduceerd vlees elders in de wereld? Neen. Het klimaatakkoord van Parijs geldt ook voor andere landen. Als de productie verplaatst wordt, zullen ook daar de klimaatambities beginnen knellen.

Een klimaatplan gaat samen met de nood aan een strategisch plan voor de Vlaamse dierlijke sector. Dit plan stippelt een route uit voor de omvang van de veestapel tussen nu en 2050. Zo krijgen de veetelers een langetermijnkader voor het plannen van investeringen. Het afbouwen van de veestapel moet gebeuren op een sociaal verantwoorde manier. Dit kan door het huidige systeem van nutriëntenemissierechten aan te scherpen. Bijvoorbeeld door van de huidige pensioneringsgolf bij landbouwers gebruik te maken om hun rechten volledig uit de markt te nemen. Daarnaast zorgt een vrijwillige opkoopregeling van deze rechten bij nog actieve landbouwers voor een aanvullende afbouw.

Meerwaarde voor mens en milieu

De huidige subsidieregeling moet worden omgegooid. Nu krijgen landbouwers een premie per zoogkoe en vleeskalf dat ze houden. Hierdoor bestaat 99% van het gemiddelde landbouwinkomen van een rundveeteler uit subsidies. Zo werken we een te hoge en economisch niet-rendabele veestapel in de hand. Koeien zijn belangrijk voor het in stand houden van historisch en soortenrijk grasland. Het verschuiven van premies naar landbouwers die deze graslanden in stand houden, zorgt ervoor dat deze subsidies ook een maatschappelijke meerwaarde hebben. Een reconversiefonds moet ervoor zorgen dat landbouwers financiële ademruimte krijgen voor het omschakelen naar andere bedrijfsmodellen met minder dierlijke productie en klimaatvriendelijke productiemethodes.

Niet enkel de broeikasgasuitstoot, ook de volledige milieu-impact van de landbouw zal drastisch dalen met een evenwichtige veestapel. Op die manier wordt de veeteelt ingezet voor zijn sterktes, namelijk het valoriseren van grasland en voedseloverschotten uit de voedingsindustrie. Zo herwint het zijn status en het maatschappelijk draagvlak dat de sector verdient.

> Deze opinie verscheen eerder in De Standaard

Dit artikel draagt bij aan volgende duurzame ontwikkelingsdoelen:

Laurens De Meyer

Beleidsmedewerker voeding en landbouw
Meer over Landbouw

Ontvang InZicht

Wekelijks onze kijk op de milieu-actualiteit