Restafval: Vlaanderen kan nog heel wat beter | Bond Beter Leefmilieu

U bent hier

Restafval: Vlaanderen kan nog heel wat beter

Kristof Debrabandere

vrijdag 9 januari 2009

De recente restafvalstatistieken tonen aan dat er heel grote verschillen bestaan in het sorteren van afval tussen de Vlaamse gemeenten. Het verschil in de hoeveelheid restafval dat per inwoner per jaar wordt opgehaald varieert tussen 58,67 kg (Herenthout) en 253,63 kg (Mesen). Een zestal kustgemeenten presteren nóg slechter dan Mesen, maar hier moet een correctiefactor worden toegepast voor het seizoensgebonden toerisme.

De voornaamste reden voor deze grote verschillen tussen gemeenten is de factuur die de burgers al dan niet voorgeschoteld krijgen. Gemeenten die het Diftar-concept toepassen, doen het consistent beter. Diftar (differentiële tarifering) gaat verder dan de klassieke grijze zak: bij Diftar betaal je per werkelijk gewicht.. Hoe meer men sorteert, hoe minder restafval en dus hoe lager de factuur. De taal van geld spreekt altijd klaar en duidelijk.

Waarom passen dan niet alle gemeenten dit systeem toe? Wellicht zijn er specifieke omstandigheden waardoor sommige gemeenten minder geschikt zijn voor Diftar dan andere. Daar kan men aan een alternatieve oplossing werken. Andere gemeenten zijn wel geschikt, maar kiezen om politieke redenen voor een ander systeem. Op zich geen probleem, als gelijkaardige resultaten dan maar op een alternatieve manier kunnen behaald worden. De grote verschillen in afvalbeheersresultaten illustreren echter dat het blijkbaar zo niet werkt…

Blijkbaar is er ook hogerop een politiek probleem. Hoe anders te verklaren dat Vlaanderen vasthoudt aan een doelstelling van 150kg restafval per persoon per jaar? Alhoewel dit in vergelijking met onze buurlanden ambitieus is, is het ook meer dan duidelijk dat best in class gemeenten (zowel groot als klein) veel beter dan dat doen. Zo slaagden 38 gemeenten er in om minder dan 100kg restafval per persoon per jaar te genereren (zonder enige correctiefactor). Er is dus nog een ruime marge voor verbetering. En hoe minder restafval we bekomen, hoe minder capaciteit we nodig hebben om het allemaal te verbranden.

De vraag kan dus gesteld worden of er echt wel nood is aan bijkomende verbrandingscapaciteit, zoals de overheid ons voorhoudt. Er lijkt eerder nood aan bijkomend beleid.