Ronde tafel over voetbal(stadions): de duurzame opportuniteiten van het WK | Bond Beter Leefmilieu

U bent hier

Ronde tafel over voetbal(stadions): de duurzame opportuniteiten van het WK

Erik Grietens

donderdag 18 februari 2010

Op uitnodiging van Vlaams parlementslid Bart Caron (Groen!) zaten vertegenwoordigers uit de voetbalwereld vorige week rond de tafel met UNIZO, Bond Beter Leefmilieu, de Vlaamse Bouwmeester en de Universiteit Leuven. Er werd gedebatteerd over de kandidatuur van België en Nederland voor het WK voetbal in 2018, de bouw van nieuwe stadions en de toekomst van het voetbal als volkssport nummer één.

Senator Alain Courtois gaf als inleiding tekst en uitleg bij de Belgisch-Nederlandse kandidatuur. Om mee te kunnen dingen moet België beschikken over minstens één stadion van 60.000 plaatsen en vier van 40.000 zitjes. Het grote stadion moet in Brussel komen, ter vervanging van het huidige Koning Boudewijnstadion op de Heizel. Indien Club Brugge een (ver)nieuw(d) stadion bouwt, moet er in Vlaanderen nog één stadion van 40.000 plaatsen bijkomen. Maar nog belangrijker volgens de senator zijn de andere opportuniteiten die een kandidatuur biedt: de sociale meerwaarde bijvoorbeeld via investeringen in jeugdvoetbal, de aandacht voor duurzame ontwikkeling, impulsen voor stadsherwaardering, … Aangezien de FIFA ervan uitgaat dat de stadions van de kandidaatlanden tegen het WK in orde zullen zijn, zal de toewijzing van het WK vooral gebaseerd zijn op dit soort criteria.

De Vlaamse Bouwmeester presenteerde vervolgens enkele geslaagde voorbeelden van stadions die een echte meerwaarde betekenen voor hun omgeving. Belangrijk is dat reeds in de ontwerpfase wordt bepaald hoe een nieuw stadion de motor kan vormen voor andere ontwikkelingen, zoals het Stade de France in Parijs, dat het achtergestelde noordelijk gebied van Parijs revitaliseerde en zorgde voor een betere mobiliteit via het openbaar vervoer. Een ander mooi voorbeeld is het multifunctionele stadion van Neufchâtel (Zwitserland), gelegen midden in het stedelijk weefsel, dat tevens onderdak biedt aan de nieuwe brandweerkazerne. 

Ook vanuit BBL werd gesteld dat een WK kansen biedt, voor stadsherwaardering, versterking van het openbaar vervoer, …  Maar dan moeten die kansen ook gegrepen worden. En dat is nu niet het geval. Als zoals bij Club Brugge gekozen wordt voor een nieuw stadion in de open ruimte, aan de op- en afrit van de autostrade, gecombineerd met een shoppingcenter, in plaats van voor een opwaardering van het bestaande stadion in het stedelijk weefsel, zorgt een nieuw stadion voor een min- in plaats van een meerwaarde. De keuze ligt dus bij de overheid: wordt er weldoordacht en duurzaam ontwikkeld, dan kan het WK met  open armen worden ontvangen, maar kiest de overheid ervoor dat nog meer schaarse ruimte wordt volgebouwd en de verkeersknoop almaar strakker wordt, dan hoeft het voor BBL niet .