Ruimtelijke nabijheid als hardware voor duurzame verplaatsingen | Bond Beter Leefmilieu

U bent hier

Ruimtelijke nabijheid als hardware voor duurzame verplaatsingen

Erik Grietens

donderdag 10 maart 2011

Vorige week presenteerde Kobe Boussauw, onderzoeker aan de Universiteit Gent, zijn doctoraat Aspecten van ruimtelijke nabijheid en duurzaam verplaatsingsgedrag in Vlaanderen. Dit doctoraat wil het inzicht in de relatie tussen mobiliteit en ruimtelijke ontwikkelingen vergroten, tegen de achtergrond van klimaatverandering en duurder wordende olie. Zeer actueel dus. De voornaamste conclusie van Boussauw is dat een duurzaam verplaatsingspatroon slechts tot stand kan komen binnen een ruimtelijk kader waarin korte afstanden centraal staan. Maar dat is niet genoeg. Om verplaatsingsgedrag effectief te wijzigen, zijn aanvullende financiële en regulerende maatregelen nodig. Met andere woorden: om in Vlaanderen tot een duurzame mobiliteit te komen, is een betere ruimtelijke ordening de hardware, gedragssturende maatregelen zoals taksen of snelheidsbeperkingen zijn de software.

Het doctoraat focust voornamelijk op de hardware, de ruimtelijke ordening dus. De centrale vraag daarbij is in hoeverre nabijheid van woon- en werklocaties van belang is om tot minder (auto)verplaatsingen te komen. Of anders gesteld: welke locaties zijn het meest geschikt om bijkomende woningen en jobs te realiseren, als we het daarbij horende verkeer tot een minimum willen beperken? Volgens Boussauw moet het maximaliseren van de ruimtelijke nabijheid en het valoriseren van agglomeratie-effecten daarbij centraal staan.

Daartoe wordt in het doctoraat aanbevolen om bijkomende woningen zoveel mogelijk in of onmiddellijk aansluitend bij de agglomeraties te bouwen. Dat zijn de grootstedelijke en regionaalstedelijke gebieden, inclusief de suburbane gordels die onmiddellijk bij deze steden aansluiten.

Hier moet gebouwd worden aan een hoge woondichtheid, om zo het openbaar vervoer voldoende draagvlak te bieden. Nieuwe eco-wijken in het buitenland hebben een woondichtheid van zo’n 150 inwoners per hectare, wat vergelijkbaar is met de dichtstbevolkte wijken in de 19e-eeuwse gordels van de Belgische steden. Het ambitieniveau van het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen is echter beperkt tot 25 woningen/ha, wat overeen komt met 55 inwoners per hectare. De gezinsverdunning dreigt de effectieve woondichtheid op basis van deze normen (die uitgedrukt zijn in woningen per hectare) zelfs nog verder naar beneden te halen.

Daarnaast is een goede ruimtelijke mix van functies binnen deze agglomeraties van belang. In agglomeraties moet een goede spreiding van voorzieningen worden nagestreefd, bij voorkeur geconcentreerd in centra en subcentra. Schaalvergroting waarbij verschillende vestigingen van bijvoorbeeld scholen, winkels of ateliers vervangen worden door één campus, hypermarkt of industrieterrein, moet ontmoedigd worden wegens de afname van de ruimtelijke nabijheid.

Op het vlak van openbaar vervoer zou de verbetering van het interne openbaar vervoernetwerk in de agglomeraties prioriteit moeten krijgen. Hier is een belangrijke rol weggelegd voor voorstedelijke openbaar vervoersnetwerken, die kunnen zorgen voor vlotte verbindingen tussen de kernstad en de suburbane gordel in de agglomeratie. 

In de kleinstedelijke gebieden moet een volwaardig aanbod aan jobs en voorzieningen geboden worden voor de inwoners van het omliggende buitengebied, zodat de noodzaak voor verplaatsingen naar de agglomeraties beperkt wordt. Veel bijkomende woningen zijn echter niet gewenst in de kleinstedelijke gebieden en het buitengebied, aangezien deze bijkomend lange-afstandsverkeer genereren.

Gespecialiseerde kantoorjobs moeten volgens het doctoraat zoveel mogelijk op centrale locaties bij belangrijke spoorstations gesitueerd worden (Brussel, Antwerpen, eventueel ook Mechelen, Gent en Leuven). Om langeafstandspendel niet aan te moedigen, zijn deze locaties echter minder geschikt voor niet-gespecialiseerde jobs waarbij het de bedoeling is om het personeel zoveel mogelijk lokaal te recruteren.

Dit zijn allemaal belangrijke aanbevelingen voor het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen, de opvolger van het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen. We zullen er vanuit BBL met dit doctoraat in de hand alvast voor ijveren om ‘nabijheid’ een belangrijke plaats te geven in dit nieuwe lange termijn plan voor de ruimtelijke ordening in Vlaanderen.