Ruimtelijke ordening | Bond Beter Leefmilieu

U bent hier

Ruimtelijke ordening

Karlien Vandecasteele

vrijdag 30 maart 2012

Het MIRA-rapport toont opnieuw aan dat de slechte ruimtelijke ordening in Vlaanderen -gekenmerkt door ruimteverspilling en verspreide bebouwing/versnippering- steeds grotere gevolgen heeft voor natuur-, milieu- en leefbaarheid. Vlaanderen kent met 12,9% een veel hogere bodemafdichtingsgraad dan de andere Europese landen (gemiddeld 1,8%). Onder afgedichte bodem wordt bebouwing, wegen en verharding verstaan. Hierdoor kan water niet meer infiltreren in de bodem.

Een van de meest zichtbare gevolgen van de hoge bodemafdichtingsgraad is wateroverlast, denk maar aan de overstromingen van november 2010. Maar de afdichting heeft nog anderen kwalijke gevolgen zoals de verdroging van de bodem, een negatieve invloed op de (bodem)biodiversiteit en een verlies aan ecosysteem functies (zoals de opslag van koolstof in de bodem).

Het MIRA-rapport toont aan dat het bijzonder slecht gesteld is met onze biodiversiteit. Een derde van de soorten en drie kwart van de habitats bevinden zich in zeer ongunstige staat van instandhouding. Ook hier is de bodemafdichting een van de belangrijkste boosdoeners. Door de aanwezigheid van die verharde oppervlakken versnippert de open ruimte. Versnippering zorgt ondermeer voor de ruimtelijke isolatie en de vermindering van de leefgebieden van fauna en flora en zet zo bijkomende druk op de biodiversiteit.

Lawaai als gevolg van ruimtelijk wanorde blijft volgens het MIRA rapport de belangrijkste bron van hinder en komt op de tweede plaats van milieufactoren die onze gezondheid bedreigen, na luchtvervuiling.

Tenslotte is ook de slechte luchtkwaliteit in Vlaanderen, waar het verkeer een groot aandeel in heeft, het rechtstreeks gevolg van de ruimtelijke wanorde.

Vlaanderen heeft dringend nood aan een slimme ruimtelijke ordening die zuinig omspringt met onze kostbare ruimte door kernversterking, renovatie, verdichting en het weren van verharding. Het beleid moet ‘ontharding’ van verharde terreinen stimuleren. In steden kan het hitte-eiland getemperd worden door het maximaliseren van onverharde ruimte, groengebieden en water- en groenelementen zoals groendaken, vijvers, bomen enz. De ruimtelijke ordening moet absoluut meer rekening houden met milieudoelstellingen zodat bijvoorbeeld blootstelling van woningen aan te hoge geluidsniveaus of bedrijven op pure autolocaties worden vermeden.