Ruimtelijke ordening: nood aan beter beleid | Bond Beter Leefmilieu

U bent hier

Ruimtelijke ordening: nood aan beter beleid

Erik Grietens

dinsdag 22 december 2009

In het Milieurapport 2009 is een volledig hoofdstuk gewijd aan het thema landgebruik. De manier waarop we met ons land omgaan, heeft immers een belangrijke invloed op verschillende milieuthema’s, zoals versnippering, biodiversiteit, lucht- of waterkwaliteit.

Volgens MIRA 2009 zal de versteende oppervlakte in Vlaanderen nog gevoelig toenemen. Door de groei van de bevolking en de economie is er meer nood aan residentiële en commerciële bebouwing. De overheid heeft echter een grote impact op de manier waarop ruimte bebouwd wordt. Als gekozen wordt voor een beleid van verdichting in steden en dorpskernen - het zgn. Europa-scenario, dat overeen komt met de uitvoering van het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen - zal de bebouwde oppervlakte met 13 procent uitbreiden. Als het nu gevoerde beleid wordt verder gezet - het referentie-scenario - zal dat oplopen tot 17 procent. Dat maakt enkele duizenden hectare verschil.

Uit de berekeningen van MIRA 2009 blijkt verder dat met een degelijk ruimtelijke ordeningsbeleid heel wat geld kan bespaard worden. In het Europa-scenario zal een groter aandeel van de bevolking aangesloten kunnen worden op het rioleringsnet. Bij verderzetting van het huidige beleid, zal een groter deel van de bevolking een dure individuele waterzuivering moeten voorzien. Door het milieu- en het ruimtelijke ordeningsbeleid beter op elkaar af te stemmen, kunnen bij de aanleg van openbare voorzieningen heel wat kosten bespaard worden, zowel voor de maatschappij als voor het individu.

 

Een ander aandachtspunt voor het beleid is de afstand van bebouwing tot drukke autowegen. Wonen nabij een drukke verkeersader is slecht voor de gezondheid, zeker voor opgroeiende kinderen. De bebouwing voor wonen en handel binnen een afstand van 450 meter van grote we­gen, neemt met liefst 21 procent toe in het referentie-scenario. Dit onderzoek toont daarmee aan dat we nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen veel meer moeten enten op het spoornetwerk en het voorstedelijk openbaar vervoer. Een voorstel dat ook in het boek ‘Vlaanderen in de knoop’ uitgebreid aan bod komt. Ruimtelijke plannen zijn nu veel te autogericht. Ons fijnmazig spoornetwerk moet de ruggengraat worden voor nieuwe woonzones, kantoren of bedrijventerreinen. Dat wordt voor BBL een belangrijk aandachtspunt voor het nieuwe Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen.