Te veel aardappelen en geen bloem: ook ons kwetsbare voedingssysteem heeft een exitstrategie nodig | Bond Beter Leefmilieu

U bent hier

Te veel aardappelen en geen bloem: ook ons kwetsbare voedingssysteem heeft een exitstrategie nodig

Laurens De Meyer

Al ruim een week ben ik op zoek naar bloem. Bij geen enkele van de grote supermarkten in de buurt is het nog in voorraad. Na de pastahamsterwoede lijken we nu het gebrek aan sociaal contact - niet onbegrijpelijk - te compenseren met zelfgebakken cake. Aan de andere kant zitten ook sommige boeren in de puree, vooral de aardappeltelers kwamen in het nieuws. We produceren in België aardappelen voor fastfoodketens over de hele wereld. Nu McDonalds en co. van Peking tot Miami de deuren sluiten, is ook de vraag naar frieten ingestort. In België alleen al dreigt voor 750.000 ton aardappels de vernietiging.

Exotische varkens

Ons landbouwbeleid focust al tientallen jaren op grootschalige productie voor de wereldmarkt. Dat dit een keerzijde heeft, bewijst nu zowel mijn gebrek aan bloem als het overschot aan aardappelen van de boeren. Bij schokken, zoals deze crisis, zijn we bijzonder kwetsbaar.

We zijn in België dan wel zelfvoorzienend, maar alleen als we vooral nog koteletten met puree en een handvol groenten eten. Voor ander basisvoedsel zoals fruit of baktarwe zijn we deels afhankelijk van het buitenland. Tot voor kort was dat geen probleem. Voeding was in het rijke Westen een onuitputtelijke stroom met de vrije markt als heilige bron. Vandaag vallen we van ons geloof, de vrije markt blijkt feilbaar. Wanneer de grenzen sluiten, vervelt onze overvloed tot eentonige bulk.

Onze zelfvoorzieningsgraad is ook erg relatief. Als je wat beter kijkt naar het voeder van ons vee, blijken die Vlaamse varkens plots vrij exotisch. Hun voeder wordt van overal ter wereld aangesleept. Wanneer door de huidige crisis logistieke ketens nog verder onder druk komen, zullen de magen van onze varkens luid beginnen knorren.

Zoutloze patatten

Naast het probleem van kwetsbaarheid voor de hele maatschappij creëert ons voedselsysteem nog wat collateral damage. De boer, het milieu en onze gezondheid gaan erop achteruit. De landbouwer verdient vandaag het zout op zijn patatten niet. De prijzen van sommige voedingsmiddelen zijn al 30 jaar gelijk. Hendrik Vandamme, voorzitter van het Algemeen Boerensyndicaat verwoordde het in zijn ledenblad treffend: "De focus die vanuit bepaalde hoeken en tegen onze wil in, gelegd is op ongelimiteerde groei, zorgt bij de minste crisis voor een etterbuil die openspringt."

Onze Vlaamse landbouw is zo gespecialiseerd dat ze bij de minste crisis zweet van de koorts. Ook zonder corona. Dioxine, varkenspest, vogelgriep, Ruslandboycot, Afrikaanse varkenspest of extreem weer: voorbeelden genoeg die de kwetsbaarheid van de sector blootleggen. Crisissteun helpt even, maar blijkt steeds een doekje tegen het bloeden. De fundamentele mechanismen achter deze crisissen stelt men niet in vraag.

Dezelfde kwetsbaarheid vinden we terug op vlak van milieu. Het klassieke denken focust louter op 'efficiëntie'. We halen dan wel de grootste aardappelopbrengsten per hectare ter wereld, deze teelt vraagt veel pesticiden en is erg erosiegevoelig. Idem voor onze topmelkkoeien in giga stallen op een dieet van buitenlandse soja. Schokken hakken meteen in op de zo bejubelde efficiëntie. Eén droge zomer en de sector zakt als een kaarthuisje in elkaar. Hoe efficiënt is een systeem dat het ene jaar wegkwijnt en het andere zijn product niet kwijtgeraakt?

Kort maar veerkrachtig

Deze crisis doet alle sectoren op hun grondvesten daveren. Of het nu gaat over ons economisch, gezondheids- of voedingssysteem. Een systeem dat enkel werkt in goeie tijden is niet goed. Meer veerkracht en duurzaamheid zijn aan de orde. Het Europese voedings- en landbouwbeleid dat momenteel vorm krijgt, kan een antwoord bieden en veerkracht inbouwen als fundament. Zowel sociaal, economisch als ecologisch hebben we nood aan een voedingssysteem dat vlotter om kan met schokken.

Hoe doen we dat? Een duurzaam en veerkrachtig voedingsbeleid gaat op zoek naar het antwoord op de vraag: hoe garanderen we voldoende gezonde voeding met een eerlijk inkomen voor de boer binnen de draagkracht van lokale ecosystemen en het leefmilieu? Op elk beleidsniveau, van de Europese Unie tot in onze steden, hebben we een antwoord nodig.

Alle types voedsel over de hele wereld verslepen past niet in deze visie. Willen we aan veerkracht winnen, dan moeten we bepaalde kringlopen regionaal durven sluiten. Een veerkrachtig voedingsbeleid gaat op zoek naar de passende regionale schaal om productie en consumptie op elkaar af te stemmen. Het volledig opgeven van de import en export is daarom niet nodig. Ik bak al eens graag een bananenbrood - je moet iets doen in quarantainetijden - en ook die pecannoten in mijn granola groeien niet bepaald in de achtertuin. Een voedingsbeleid speelt ook daarop in en zorgt dat de wereldhandel die nodig is op een faire manier verloopt.

Nieuwe modellen breken door

De korte keten bewijst vandaag als nooit tevoren zijn sterkte en kent een ongekende groei. Waar vond ik uiteindelijk mijn bloem voor dat bananenbrood? Niet in de supermarkt, wel bij de biowinkel om de hoek die werkt met plaatselijke leveranciers. Zij bewijzen vandaag dat een veerkrachtig systeem kan, zelfs bij een grote crisis als de huidige.

Daarnaast bieden nieuwe technologieën potentieel in het ondersteunen van lokale, veerkrachtige voedingssystemen. Robotisatie en duurzaam energiegebruik in serreteelt kan de productie van bepaalde gewassen terughalen naar Vlaamse bodem. Alternatieve eiwitteelt zoals aquaponics, algen, insecten en plantaardige eiwitten maken ons minder afhankelijk van buitenlandse eiwitbronnen. Belgische bedrijven als Kriket, Aqua4C, Greenway en Cosucra blazen vandaag al een nieuwe wind in ons voedingssysteem en verdienen alle steun.

Essentieel is dat nieuwe technologieën de veerkracht van het productiesysteem niet aantasten. De toegankelijkheid en beschikbaarheid staan daarbij centraal. Wat hebben de mondmaskers ons geleerd? Afhangen van een handvol Chinese leveranciers is geen goed idee.

Slim voedselsysteem

Ook aan de basis van ons voedselsysteem moet veerkracht centraal komen te staan. Dat doen we door veel meer in te zetten op agro-ecologie. Waarom? Binnen agro-ecologie is veerkracht het uitgangspunt. Kringlopen sluiten, een diverse productie en zelfredzaamheid zijn binnen dit systeem vanzelfsprekend. Tegelijk is er aandacht voor zaken als een goeie bodem, het behouden van biodiversiteit, een goeie waterkwaliteit en een stabiel klimaat. Dat zijn essentiële publieke diensten die bijdragen aan een robuust systeem. Conventionele productiemodellen kunnen hiervan leren en goede principes doorvertalen.

Onze beleidsmakers staan vandaag op een kruispunt. Kiezen voor veerkrachtig en duurzaam voedingsbeleid is de enige juiste uitweg om te voorkomen dat crisissen ons steeds harder treffen. Dit doen we niet door het kiezen tussen het ene (technologische innovatie) of het andere (kringlopen sluiten en agro-ecologie) maar door een slimme combinatie van deze elementen. Enkel zo kunnen we in goeie en minder goeie tijden met een gezond gevuld bord door het leven.

Dit artikel verscheen eerder in Knack 

Laurens De Meyer

Beleidsmedewerker en Woordvoerder Landbouw en Voeding

Als industrieel ingenieur in de voedingsindustrie legt Laurens in toegankelijke taal uit wat er gebeurt met je eten voor het op je bord komt en welk effect de landbouw heeft op onze omgeving.

Meer over Landbouw, Coronacrisis

Ontvang InZicht

Wekelijks onze kijk op de milieu-actualiteit