U bent hier

Vakantiemijmeringen over onze ruimtelijke ordening

Erik Grietens
Laurent Sartorio

Een dorp omgeven door velden en natuur: kan zoiets in Vlaanderen?

In de zomer trekken we massaal op reis naar streken zoals de Provence of Toscane. Daar genieten we van weidse vergezichten, glooiende landschappen, levendige steden en pittoreske dorpjes. We vinden er de ademruimte die we in het verkavelde en lintbebouwde Vlaanderen kwijt zijn geraakt. Welke lessen kunnen we uit die toeristische trekpleisters trekken voor de ruimtelijke ordening in Vlaanderen? Deze sowieso: dichter bij elkaar wonen, om zo de open ruimte te sparen, minder te pendelen en beter te leven. 

Het Toscaanse model 

Vlaams Bouwmeester Leo Van Broeck is al lange tijd een pleitbezorger van ‘het Toscaanse model’. De mensen wonen er dicht bij elkaar. Neem nu het historische dorp San Gimignano: hier staan 100 woningen per hectare, een veelvoud van de woondichtheid in Vlaamse dorpen. In Vlaanderen halen we woondichtheden van ongeveer 20 woningen per hectare, en in verkavelingen vaak nog minder. Toch is San Gimignano geen onleefbaar, volgebouwd dorp, maar wel een toeristische trekpleister van formaat. Dat dankt het onder andere aan de mooie niet-verkavelde landschappen rond het dorp. “Stel je voor,” zegt Van Broeck, “dat de Italianen rond de Toscaanse dorpen verkavelingen zouden aanleggen, denk je dat Toscane nog aantrekkelijk zou zijn?”

Met dit voorbeeld in het achterhoofd, roept de Bouwmeester op om onze dorpskernen te verdichten. Dorpskernen moeten opnieuw de mini-stadjes worden die ze lange tijd waren, knooppunten ook van landbouw en natuur. Dichter bij elkaar wonen zorgt voor méér dorp, méér stad, maar ook voor méér natuur.

Het Provençaalse model

Ook in de steden en dorpen van de Provence, ligt de woningdichtheid vele malen hoger dan bij ons. In Avignon bijvoorbeeld, een stad van 90.000 inwoners, ligt de woningdichtheid op 70 woningen per hectare. Veel volk dicht bij elkaar. Tegelijk wordt ingezet op autoluwe pleinen met veel groen: in Avignon zijn er liefst 26 openbare parken. Het resultaat is een heel levendige stad, waar vanalles gebeurt. Tegelijk is het een heel leefbare stad, waar het goed is om wonen. 

En het Vlaamse...

Met zijn honderden kilometers lintbebouwing, verkavelingen alom en een bijkomend ruimtebeslag van 6 hectare per dag, is de ruimtelijke ordening in Vlaanderen een schoolvoorbeeld van hoe het niet moet. Door die versnippering van het wonen, aan zeer lage dichtheden, is Vlaanderen recordhouder files. We zijn voortdurend afhankelijk van onze auto: om kinderen naar de crèche of naar school te brengen, om te winkelen, om op het werk te geraken. Als gemeenten en dorpen opnieuw compacter worden, wordt het openbaar vervoer rendabeler. Dan kunnen dorpsbewoners om de hoek een bus nemen en ook na een avondje theater of film weer thuis geraken.

Inspiratie voor het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen?

Dit najaar beslist de Vlaamse regering over het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen, het nieuwe plan voor een andere en beter ruimtelijke ordening. Steden en dorpskernen moeten groeien, en er komt meer open ruimte vrij voor voedselvoorziening, natuur en bos, waterbeheer, rust en recreatie. Er is heel wat tegenstand, maar onze populaire vakantiebestemmingen tonen alvast aan dat een andere ruimtelijke ordening mogelijk is. Waarom zou dat ook in Vlaanderen niet kunnen? 

Dit artikel draagt bij aan volgende duurzame ontwikkelingsdoelen:

Erik Grietens

Beleidsmedewerker ruimte

Erik Grietens werkt al meer dan 20 jaar voor Bond Beter Leefmilieu en bouwde in die tijd een ruime expertise op over ruimtelijke ordening. Hij is ook auteur van het boek Vlaanderen in de knoop dat een uitweg beschrijft uit de ruimtelijke wanorde.


Om te reageren op artikels dien je eerst te registreren of in te loggen.

Ontvang InZicht

  • Onze kijk op de milieu-actualiteit
  • Nieuws, onze standpunten en opiniestukken
  • Wekelijks

Ik wil me ook inschrijven op andere nieuwsbrieven van BBL.