Van Saeftinghedok tot Seefhoek: alles zal stilstaan na de uitbreiding van de Antwerpse haven | Bond Beter Leefmilieu

U bent hier

Van Saeftinghedok tot Seefhoek: alles zal stilstaan na de uitbreiding van de Antwerpse haven

Erik Grietens

donderdag 19 maart 2009

25.000 vrachtwagens per dag extra, blijkt uit MER

Eens de uitbreiding van de Antwerpse haven voltooid is, dreigt een volledig verkeersinfarct rond de Scheldestad. Dat lezen we in het Milieueffectenrapport (MER) over het strategisch plan van de Antwerpse haven. Het MER werd onlangs goedgekeurd door de MER-cel en overgemaakt aan de Vlaamse regering.

Om in te spelen op de groeiende containertrafieken wil de Antwerpse Haven een nieuw containerdok graven, het Saeftinghedok. Dit nieuwe containerdok zal een capaciteit hebben van 8 miljoen containers per jaar en zal zorgen voor meer dan 13.000 vrachtwagens extra per dag. Als het Deurganckdok op volle capaciteit draait, zullen beide dokken samen zorgen voor 25.000 vrachtwagenbewegingen, per dag.

Uit het mobiliteitsluik MER blijkt zwart op wit dat het verkeer rond Antwerpen volledig vast zal lopen, indien de haven wordt uitgebreid met het nieuwe containerdok. De reeds ernstige files op de Antwerpse ring en op alle toekomende snelwegen - E19, E17, E34, A12, E313 - zullen alleen maar langer worden. Voor verschillende snelwegen komt het model tot de bevinding dat meer dan 100% van de capaciteit nodig is om alle containers uit de haven weg te krijgen – lange files dus. Door die verder toenemende congestie zal bovendien enorm veel sluipverkeer op het secundaire wegennet ontstaan, waardoor de gemeenten rond het havengebied met ernstige bereikbaarheids- en leefbaarheidsproblemen te kampen krijgen.

Opvallend is dat het computermodel om de mobiliteitsstromen te berekenen reeds rekening hield met de nog te bouwen Oosterweelverbinding. Ook hier zullen files staan. De overheid zou dus miljarden moeten investeren in een nieuwe Scheldeverbinding, zonder dat het verkeersprobleem wordt opgelost. Bovendien hield het computermodel ook rekening met de aanleg van vier nieuwe spoorlijnen, twee bijkomende sluizen en 140 km extra autowegen. Maar ondanks die zware investeringen in weg, spoor en binnenvaart, komt het computermodel tot dramatische bevindingen. Alles zal stilstaan rond Antwerpen. De toevloed aan containers is gewoon te groot om nog te kunnen afvoeren. De gezondheidsnormen voor fijn stof zullen in de toekomst blijvend overschreden worden, de Europese normen voor de uitstoot van verzurende stikstofoxiden worden niet gehaald, in de zomer zullen er ozonpieken blijven en de uitstoot van broeikasgassen zal met 30% toenemen.

De uitbreiding van de haven slokt ook een enorme hoeveelheid ruimte op. Door de bouw van het Saefthingedok moet niet alleen Doel verdwijnen, maar zal ongeveer 1.000 hectare landbouwgebied verloren gaan, dat zijn tweeduizend voetbalvelden. Honderdveertig landbouwbedrijven zullen volledig verdwijnen, meer dan driehonderd landbouwers zullen grond verliezen. Hierdoor komt onrechtstreeks ook natuurontwikkeling onder druk. Het herlokaliseren van de getroffen landbouwbedrijven zal de concurrentie om ruimte tussen landbouw en milieu in de regio alleen verscherpen, een ontwikkeling die zeker niet wenselijk is.

 

Kiezen voor toegevoegde waarde en tewerkstelling

Gelukkig is er geen echte behoefte aan zoiets als een Saeftingedok. Uit dezelfde MER-studie blijkt dat een groeiende trafiek ook kan worden opgevangen binnen de huidige havenruimte. Het ‘inbreidingsscenario’ wordt dan ook naar voren geschoven als datgene dat vanuit milieuoogpunt het beste scoort.  Wij zijn er van overtuigd dat ook economisch de nadruk op containertrafiek en de keuze voor het Saeftighedok grondig fout zit.

Om van Vlaanderen een economische topregio te maken, zou beter gekozen worden voor activiteiten met een zo hoog mogelijk toegevoegde waarde en tewerkstelling en liefst zo weinig mogelijke maatschappelijke kosten voor mobiliteit, gezondheid en milieu.

De ontwikkeling van de logistieke sector doet net het tegenovergestelde. De toegevoegde waarde van containertrafieken en van logistieke ontwikkelingen is beperkt, zeker in vergelijking met productieactiviteiten. Ter illustratie: uit havenrapporten valt te leren dat de haven van Antwerpen, bij uitstek een containerhaven, een toegevoegde waarde haalt van amper 49 euro per ton. De haven van Gent, een echte industriële productiehaven, haalt een toegevoegde waarde van 141 euro per tonHet chemiebedrijf BASF haalt in de Antwerpse haven in zijn eentje een toegevoegde waarde die even groot is als gans de logistieke sector. Ook de tewerkstelling ligt in de Gentse haven per ton bijna drie keer zo hoog dan in de haven van Antwerpen.

Bijkomend voordeel is dat industriële activiteiten een veel gunstigere modal split hebben dan containertrafieken. Waar voor containertrafieken vanuit de Antwerpse haven nu zestig procent via de weg afgevoerd wordt, is dat voor industriële activiteiten veertig procent. Industriële producten worden voor een veel groter deel afgevoerd via binnenvaart en spoor.

Bovendien waarschuwen economen voor het ‘crowding-out’-effect. Industriële bedrijven bepalen hun keuze van vestiging steeds meer in functie van bereikbaarheid en houden steeds meer rekening met de economische kosten van toenemende files. Te zwaar inzetten op logistieke ontwikkelingen hindert de productie-industrie en de hoogwaardige diensteneconomie en zal deze wegduwen naar beter bereikbare plaatsen. De echte inzet voor havens en Vlaamse economie is dan ook het behoud en de opwaardering van de industrie. En de industrie heeft andere noden dan de logistiek, zoals investeringen in onderzoek en ontwikkeling – waar Vlaanderen nu serieus achterblijft bij de rest van Europa - innovatie, energiebevoorrading, human recources en bovenal een goede bereikbaarheid.

Als we dus echt tot de economische top willen behoren, moeten we in onze havens daarom opnieuw durven inzetten op lokale productie. Het belang van havens wordt nu te veel afgemeten aan de tonnages die ze binnenhalen en te veel gelijkgesteld met louter maritieme activiteiten, hoewel de productie-industrie vanuit economisch oogpunt veel waardevoller is. De nadruk moet liggen op toegevoegde waarde en duurzame tewerkstelling. Kansen om opnieuw meer investeringen in lokale productie aan te trekken zijn er wel degelijk. Er liggen honderden hectaren niet gebruikte bedrijfsgronden in onze havens. Die moeten ingezet worden om nieuwe hoogwaardige productiebedrijven aan te trekken. Niet alles verhuist naar China of Oost-Europa. Zo zijn er enorme groeikansen voor de eco-industrie, een economische trend die Vlaanderen volledig aan het missen is. Het gaat dan om investeringen in milieutechnologie, chemie op basis van andere bouwstenen dan petroleum, recyclage van afvalstoffen tot grondstoffen,…