Wat kan de landbouw doen om het uitsterven van insecten tegen te gaan? | Bond Beter Leefmilieu

U bent hier

Wat kan de landbouw doen om het uitsterven van insecten tegen te gaan?

Laurens De Meyer
Onze insectenpopulaties gaan drastisch achteruit. Meer dan 40 procent zit in een straatje met één einde: uitsterven. De conclusies van een nieuw onderzoek zijn onthutsend. Toch hoeft dit niet de zoveelste clash tussen landbouwsystemen te betekenen: de oplossing ligt zoals zo vaak in diversiteit. Een mozaïek aan ruimtelijke invullingen geeft onze voedselproductie een duurzame toekomst.  
 
Waar is dat feestje?
Een metershoge betonnen dam, links verzamelen donkere wolken boven een ondoordringbare wildernis van planten. Rechts een clean graanveld boven heldere hemel. Zo stelt een reclame van Bayer ons landbouwmodel voor. Als een steeds harder wordend gevecht tussen landbouw en natuur, een spartaanse scheiding die nodig zou zijn om voldoende voedsel te produceren. Dit beeld geeft weer wat decennialang het dogma van de groene revolutie is geweest: de natuur verdringen door steeds meer land in te palmen. Hand in hand met een steeds verder geïntensiveerd landbouwmodel dat drijft op technologie en chemische inputs. 
 
Deze groene revolutie gaf Thomas Malthus ongelijk. Malthus voorspelde in de 18de eeuw dat de voedselproductie niet snel genoeg zou stijgen om aan de exponentiële bevolkingsgroei te voldoen. Vaak haalt men dit ongelijk aan om de groene revolutie te fêteren. 
Maar is dat feestje wel terecht? Vandaag zien we dat de exponentiële stijging van onze voedselproductie massale ecocide in de hand werkt. Een recente overzichtsstudie die focust op Europese en Noord-Amerikaanse insectenpopulatie, schetst een donker beeld. Meer dan 40 procent van onze insectensoorten vertoont een drastische achteruitgang. Vlinders, bijen en mestkevers zijn de grootste slachtoffers. Opvallend is dat het niet enkel specialisten zijn die maar in één habitattype gedijen. Ook generalisten, die het in meerdere landschappen goed doen, gaan sterk achteruit. 
 
In meer dan de helft van de gevallen is de intensieve landbouw de grote schuldige. De schaalvergroting en doorgedreven industrialisering hebben door het gebruik van monoculturen, pesticiden en kustmest insectenpopulaties vergiftigd. In dit landbouwmodel verdwenen ook de kost en inwoon van onze insecten: bomen, struiken, wilde kruiden en waterpartijen.
 
Insectenbelang eerst
In het ecosysteem waar onze voedselproductie van afhangt, zijn insecten een essentiële schakel. Ze voorzien ecosysteemdiensten zoals bestuiving, plaagbestrijding en het op peil houden van onze bodemvruchtbaarheid. Ze zijn ook het basisvoedsel van heel wat dieren. Wat plankton is voor onze oceanen, zijn insecten voor het land. 
 
Onderzoek geeft aan dat ecosysteemdiensten de grenzen van onze voedselproductie bepalen. Je kan op korte termijn hogere winsten halen door het overmatige gebruik van pesticiden en kunstmest, op lange termijn ondergraaf je zo de voedselzekerheid door het verlies van insecten. Je kan het vergelijken met de ecosysteemdienst water: als je door intensieve praktijken de watervoorraden uitput, dan haal je een goede voedselproductie op korte termijn. Op lange termijn geraakt je watervoorraad uitgeput en valt de voedselproductie terug. Insecten zijn net als water een essentiële schakel in het produceren van onze voeding. Driekwart van onze gewassen is afhankelijk van bestuiving. 
 
Size matters?
Naast intensivering houdt ook grootschaligheid risico’s in. Met het ijzeren gordijn in Duitsland startte niet enkel een maatschappelijk experiment, ook de landbouw veranderde fundamenteel. In het oosten van Europa ontstond grootschalige, collectieve landbouw. In het Westen bleven gronden in privébezit met kleinere bedrijven tot gevolg. Een schril contrast dat ook nog vandaag te zien is. De landbouwpraktijken zijn intussen aan beide zijden even intensief. Maar door het grote verschil in schaal doen insectenpopulaties het veel beter in het Westen dan in het Oosten. Veel kleinere bedrijven hebben in vergelijking met één groot bedrijf meer randen, veldwegen en rommelhoekjes waarin insecten overleven. 
 
Model van de toekomst
Welk landbouwmodel hebben we nodig om deze dramatische achteruitgang in insectenpopulaties te stoppen? Een vraag die al snel leidt tot zwart-witdiscussies. Je bent voor het ene, of het andere. Deze clash is in werkelijkheid een schaduwgevecht. Het enige mogelijke model verdeelt onze open ruimte onder in diverse gebruiken. Robuuste natuurgebieden verbonden door groene aders, hybride natuur met voedselproductie door bijvoorbeeld natuurgebieden te begrazen, agro-ecologische voedselproductie zoals biologische teelt en verduurzaamde hyperintensieve landbouw zoals stadslandbouw in containers.
 
Wetenschappelijk hiaat
Om deze diversiteit aan systemen te laten slagen is nieuwe kennis nodig. Vandaag gaat het leeuwendeel van landbouwonderzoek naar het verduurzamen van intensieve voedselproductie. Hoewel ook hier nog stappen te zetten zijn, moeten onderzoeksgelden eerlijker verdeeld worden over de andere systemen. Zeker als het gaat over overheidsmiddelen. In elk van deze systemen heeft innovatie een doorslaggevende rol. Of het nu over een specifieke technologie of bredere systeeminnovatie gaat. Onze insectenpopulatie tonen dat enkel inzetten op verdere verduurzaming van het huidige grootschalige model geen zoden aan de dijk brengt. 
 
Daarnaast is maar één vraag echt essentieel: welk systeem kan welke ruimte innemen in ons landschap? Vandaag is meer dan 90 procent van ons landbouwareaal intensief bewerkt met minieme maatregelen rond duurzaamheid. Een betere verdeling is aan de orde. In het belang van de insecten en van ons dagelijks brood.  
 
> Dit artikel verscheen eerder bij Knack

Laurens De Meyer

Beleidsmedewerker voeding en landbouw

Als industrieel ingenieur in de voedingsindustrie legt Laurens in toegankelijke taal uit wat er gebeurt met je eten voor het op je bord komt en welk effect de landbouw heeft op onze omgeving.

Meer over Landbouw

Ontvang InZicht

Wekelijks onze kijk op de milieu-actualiteit