Zo houden we de plastic tsunami op ontwikkelingslanden tegen | Bond Beter Leefmilieu

U bent hier

Zo houden we de plastic tsunami op ontwikkelingslanden tegen

Olivier Beys

Begin dit jaar sloot China zijn grenzen voor de import van plastic afval uit rijke landen. Gevolg? Ontwikkelingslanden dreigen die miljoenen tonnen plastic op te vangen, terwijl ze dikwijls niet eens in staat zijn hun eigen afval te verwerken. We moeten en kunnen, ook vanuit België, snel handelen om te vermijden dat dit uit de hand loopt. In een briefing paper stelt Bond Beter Leefmilieu een reeks aanbevelingen voor.

Chinese importban op plastic

Al sinds februari 2017 voert China een nieuw (handels)beleid rond afval, nogal onheilspellend ‘National Sword’ genoemd. Het beleid moet antwoord bieden op de massale milieuovertredingen, corruptie bij de douane, kwaliteitsproblemen en de haast onmenselijke arbeidsomstandigheden in de recyclagesector. De Chinese regering wil de circulaire economie een duw in de rug geven door het eigen afval hoogwaardiger te verwerken en sterker in te zetten op gescheiden inzameling.

Op 1 januari 2018 ging de regering nog een stap verder door een rechtstreekse importban in te voeren op 24 types afvalstromen, waaronder gemengd papier en een hele reeks plastics. Daardoor moet de Chinese recyclage-industrie op zoek naar materiaal uit eigen land, waarvoor meer selectieve inzameling nodig is. Al tegen 2019 wil het de weggevallen import invullen met binnenlands materiaal.

Hoera: minder afval in zee

Dat is op zich een goede zaak. Liefst 1 tot 3,5 miljoen ton plastic afval belandt jaarlijks in de oceaan vanaf de Chinese kustlijn. Dat komt omdat China nog steeds geen goed ontwikkeld afvalbeheersysteem heeft. De import van plastic verhoogt het binnenlandse aanbod van plastic afval met 10 à 13 procent. Door het importverbod zal dus een pak minder afval in zee belanden.

Maar: Europese markten overspoeld

Het plastic dat de rijke landen naar China verscheepten, was doorgaans van lage kwaliteit. In de eerste plaats was het een goedkope oplossing voor slecht ingezameld en gesorteerd afval. Door de importban raken de Europese markten overspoeld met deze laagwaardige stromen.

We belanden nu in een zogenaamde ‘recycler’s market’. Recyclagebedrijven kiezen op de oververzadigde markt enkel de beste kwaliteit. Dat bemoeilijkt de afzet van het overige materiaal, waardoor de prijs daalt. Lage prijzen ontmoedigen selectieve inzameling. Dat is in de Vlaamse context alvast geen goede zaak. Er wordt in bedrijven nog erg veel afval bij het restafval meegenomen dat eigenlijk onder de sorteerplicht valt. Voor kunststoffen zien we zelfs een achteruitgang. De Chinese importban is dus een extra hinderpaal.

En: afvaltsunami voor Zuidoost-Azië

Nog erger is de situatie voor Zuidoost-Aziatische ontwikkelingslanden, die plots enorme hoeveelheden afval te verwerken krijgen. En wat voor China gold, is ook van toepassing op deze landen. Door meer plastic te importeren, vergroot de druk op de eigen, gebrekkige, afvalverwerkingssystemen. Bovendien leidt het overaanbod en de lagere kwaliteit tot een dalende marktprijs, waardoor ook de lokale markt in gevaar komt. Ten slotte is er uiteraard ook de impact op het milieu.

De oplossing?

Hoewel er nog geen alomvattend mondiaal akkoord bestaat over het gebruik en beheer van plastic, bestaat er wel een breder internationaal kader: de Baselconventie. De doelstelling van de Conventie is om de gezondheid van mens en planeet te beschermen tegen gevaarlijk afval. De Conventie zag het levenslicht door de toenemende export van toxisch afval van geïndustrialiseerde landen naar ontwikkelingslanden in de jaren 80.

Eerder dit jaar legde Noorwegen een voorstel op tafel dat het toepassingsgebied van de Conventie zou verbreden, zodat (ontwikkelings)landen in een sterkere positie staan om de import van plastic afval te beheren. Concreet zou een land vooraf geïnformeerde toestemming moeten verlenen aan een exporteur, zodat het een goed beeld heeft op het plastic afval dat het land binnenkomt. Momenteel is dat niet verplicht, zodat het voor heel wat landen bijzonder moeilijk is om de stromen te beheren.

Zo werkt het

Het voorstel leidt niet tot een definitieve oplossing, maar zou toch een belangrijke eerste stap zijn om de ongecontroleerde handel in plastic afval aan banden te leggen. Het amendement:

  • Geeft ontwikkelingslanden een krachtig instrument om een geïnformeerde keuze te maken over de import die hun installaties en hun lokale markt aankunnen.
  • Vergroot transparantie in de sector, doordat de handel in plastic afval nauwkeurig wordt vastgelegd, wat leidt tot betere data en monitoring.
  • Zorgt ervoor dat landen die tot voor kort afhankelijk waren van export naar China een extra stimulans hebben om in te zetten op recyclage in eigen land of regio.
  • Stimuleert exporterende landen om versneld in te zetten op strategieën rond preventie, reductie, ecodesign en het lokaal sluiten van plastic kringlopen.

Wat Vlaanderen, België en Europa kunnen doen

We moeten niet twijfelen om het voorstel te steunen, ondanks eventuele aanpassingen aan Europese wetgeving rond transport van afvalstoffen die noodzakelijk zijn indien het Noorse amendement het haalt. Verder is ook actie nodig in de schoot van de VN. Volgend jaar wordt beslist over het mandaat om een nieuw kader op te zetten om plastic vervuiling aan te pakken. We roepen onze overheden en administraties op om een positieve rol te spelen in dit belangrijk proces.

Verder moeten we vooral naar onszelf kijken. In Europa heerste jarenlang een volstrekt gebrek aan transparantie en interesse in de eindbestemming van het afval, dat men opgetogen als ‘gerecycleerd’ noteerde in de statistieken. Het is tijd om zelf massaal te investeren in verwerkingscapaciteit. Overheden moeten die investeringen ondersteunen en stimuleren, en de vraag naar gerecycleerde grondstoffen stimuleren.

Producenten moeten de kwaliteit van plastics verbeteren, en werk maken van ‘design for recycling’ zodat de materialen een hogere waarde behouden om de binnenlandse of Europese recyclagemarkt. Ook afspraken en regels over homogeniteit en standaardisering van plastic (verpakkings)producten, en betere recycleerbaarheid van plastics is aan de orde. Tot slot moet het bredere beleid inzetten op preventie en reductie van plastics via andere logistiek en businessmodellen waarin hergebruik en gesloten kringlopen verzekerd worden.

In eigen boezem kijken

Kortom, we moeten niet naar China wijzen, maar vooral naar onszelf kijken. Gelet op de enorme vraag in China naar grondstoffen van hoogwaardige kwaliteit, is het inzetten op opwaardering van afvalstromen naar materiaalstromen niet alleen een ecologische, maar ook een economische opportuniteit.

Olivier Beys

Beleidsmedewerker circulaire economie

Ontvang InZicht

Wekelijks onze kijk op de milieu-actualiteit