FAQ Statiegeld: 1. Hoe een statiegeldsysteem werkt | Bond Beter Leefmilieu

U bent hier

FAQ Statiegeld: 1. Hoe een statiegeldsysteem werkt

1.1. Wat is statiegeld op flessen en blikjes?

Statiegeld werkt zoals een waarborg. Je bezit niet langer de blikjes en plastic flessen die je koopt, je hebt ze in bruikleen. Je gooit ze niet weg, maar brengt ze terug en dan krijg je de waarborg die je betaalde ook weer terug.

Concreet betaal je bij aankoop van een drankproduct in PET-plastic of blik een klein extra bedrag (bv. € 0,25) aan de verkoper. Je krijgt deze waarborg terug bij teruggave van de verpakking aan één van de inzamelpunten. 

Het systeem passen we in Vlaanderen al jaren toe op glas (denk aan bierflesjes). Het is de beste garantie om te vermijden dat mensen de verpakkingen weggooien op straat of in de natuur, want iets dat waarde heeft, gooien mensen doorgaans niet weg.


 

1.2. Voor welke soort grondstof werkt een statiegeldsysteem het best?

Voor grondstoffen die een relatief snelle omlooptijd hebben en die na gebruik niets waard zijn voor de eindgebruiker, maar wel een grote milieu-impact hebben of grondstofwaarde bevatten, is een statiegeldsysteem de beste manier om ze opnieuw in te zamelen voor hergebruik of recyclage.

Het principe is ideaal voor zogenaamde ‘fast moving consumer goods’ zoals drank(verpakkingen), maar ook voor kostbare metalen in bijvoorbeeld GSM’s en tablets. Het is effectief, omdat de financiële prikkel geen gelijke kent in het behalen van hoge inzamelpercentages: statiegeldsystemen halen rond de 95%. Het is ook efficiënt, omdat de grote inzamelpercentages en de zuivere stroom aan materialen hergebruik of recyclage gemakkelijker en minder duur maakt.


 

1.3. Hoe zorgt statiegeld voor een gedragswijziging bij mensen?

Tegenstanders van statiegeld verwijzen vaak naar de nood van gedragswijziging bij consumenten. Mensen moeten volgens hen overtuigd of gedwongen worden om niets meer op straat te werpen. Zij stellen sensibiliserings- en repressiemaatregelen voor (via het installeren van camera’s, hoge GAS-boetes en dergelijke). 

Dat doen we al enkele decennia, maar intussen is nog steeds geen fundamentele gedragswijziging ontstaan, omdat mensen (psychologisch) zo niet in elkaar zitten. Daarom is een statiegeldsysteem een elegante oplossing, want via de financiële prikkel wordt het terugbrengen van verpakkingen als het ware de basisoptie

Mensen moeten geen inspanning leveren om de ‘goede’ keuze te maken, want die is namelijk overduidelijk. Het is dus een soort van morele ontzorging, waardoor de mentaliteitswijziging zich volautomatisch voltrekt, zoals dat in Duitsland en Scandinavische landen het geval is en het er de normaalste zaak van de wereld is. 


 

1.4. Wie beheert het statiegeldsysteem?

Een centraal beheerorganisme (zoals Fost Plus) coördineert het systeem. Deze instelling beheert de inzamelmachines (via groepsaankopen of leasing), verrekent de statiegelden tussen verkopers en inzamelpunten, regelt de logistieke keten naar de ophalers, verwerkers en recycleurs, organiseert communicatiecampagnes, onderhoudt relaties met producenten en overheid, enzovoort. 


 

1.5. Moet je verpakkingen inleveren op de plaats waar je ze hebt gekocht?

De plaats van aankoop door de consument (en dus de betaling van statiegeld aan de verkoper) is niet noodzakelijk de plaats van inzameling. De consument kan dus vrij kiezen waar hij of zij verpakkingen inlevert. 

Voor de handelaars maakt dit uiteraard wel een verschil. Op bepaalde plaatsen komen namelijk vaker verpakkingen binnen dan er verkocht worden, of omgekeerd. Daarom verrekent een centraal beheerorganisme (zoals Fost Plus) deze verschillen bij de handelaars en inzamelpunten, zodat zij hier geen voor- of nadeel van ondervinden.


 

1.6. Welke rol speelt de overheid?

De overheid bepaalt het wettelijke kader en regelt de erkenning van het centraal beheerorganisme. Het stelt de doelstellingen op die het systeem moet behalen en voert controle op de naleving van die doelstellingen en de wettelijke bepalingen.


 

1.7. Welke rol spelen de producenten?

De producenten dragen de eindverantwoordelijkheid voor het op de markt brengen van de dranken en dus ook van de verpakkingen. Daarom financieren zij het centraal beheerorganisme en de daaraan verbonden kosten. Dat doen ze op dit moment al met Fost Plus. 


 

1.8. Neemt de producent een grotere verantwoordelijkheid op in een statiegeldsysteem?

De opruiming van zwerfvuil is vandaag de facto een subsidie van de overheid aan bepaalde mensen en bedrijven om te mogen vervuilen. Deze laatsten ontlopen hun verantwoordelijkheid en schuiven die af op gemeenten en burgers. Via een statiegeldsysteem moeten producenten een grotere bijdrage leveren dan vandaag het geval is. 

De producenten draaien vandaag niet op voor het opruimen van verpakkingen in de natuur en onze leefomgeving, enkel voor het bestaande inzamelingssysteem van de blauwe PMD zak (via Fost Plus). Evenmin brengen ze de gevolgen van de plastic soep in de oceanen (en andere dergelijke problemen) mee in rekening. 

Dankzij een statiegeldsysteem dragen producenten de volledige (100%) eindverantwoordelijkheid voor hun verpakkingen. Als het systeem via niet-geïnd statiegeld en de verkoop van recyclaat niet zelfbedruipend is, dan passen de producenten bij om de financiering rond te krijgen. 


 

1.9. Hoe wordt een statiegeldsysteem gefinancierd?

De werking van het centraal beheerorganisme steunt op drie financieringsbronnen. Ten eerste leveren de verpakkingen die naar recyclage-installaties gaan, geld op. Hoe zuiverder dit materiaal, hoe hoger de prijs. 

Ten tweede zijn er mensen die hun statiegeld betalen bij de aankoop van een drank, maar niet innen. Dat gebeurt wanneer ze de verpakkingen bv. in een vuilnisbak op straat of in de klassieke PMD-zak gooien. 

Tot slot leveren de producenten een bijdrage indien de twee eerste bronnen onvoldoende blijken. We schatten die bijdrage, in navolging van het goed werkende Noorse voorbeeld, op ongeveer 1,5 cent per plastic fles en 0,5 cent per blikje. Dit zijn tevens de bedragen die minister Schauvliege voorstelt in haar verpakkingsplan.


 

1.10. Lost statiegeld het zwerfvuilprobleem helemaal op?

Zwerfvuil bestaat uit een grote groep aan materialen en voorwerpen. Blikjes en flessen maken wel 40% uit van het volume van al het zwerfvuil. Als we gelijkaardige cijfers halen als pakweg Duitsland of Noorwegen, dan kunnen we alvast het grootste deel van dat afval uit onze natuur en leefomgeving halen. 

Voor andere vormen van zwerfvuil moeten we andere oplossingen bedenken. Denk aan voedselverpakkingen (broodjes, foodtrucks, snoep,...). Statiegeld als middel tegen flessen en blikjes in het zwerfvuil, staat oplossingen voor die andere problemen helemaal niet in de weg.


 

1.11. Moet de blauwe zak verdwijnen in een statiegeldsysteem?

Een statiegeldsysteem voor PET-flessen en blikjes kan perfect bestaan naast andere inzamelingssystemen voor plastics. Dat gebeurt nu al in andere landen, zoals Duitsland en Noorwegen. 

We zijn daarom voorstander van een statiegeldsysteem voor PET en blik, met behoud van de blauwe zak. In die blauwe zak zamelen we voortaan de plastics van lage kwaliteit (botervlootjes, folies, …) in, die nu in de restafvalzak belanden en tot nu toe gewoon verbrand werden in een afvaloven. Dit is tevens wat minister Schauvliege in haar verpakkingsplan voorstelt.