FAQ Statiegeld: 2. Waarom een statiegeld een goed idee is | Bond Beter Leefmilieu

U bent hier

FAQ Statiegeld: 2. Waarom een statiegeld een goed idee is

2.1. Welke vermindering aan zwerfafval kan een statiegeldsysteem voor PET-flessen en blikjes opleveren in Vlaanderen?

Ovam heeft in 2015 een impactanalyse laten uitvoeren over de invoering van statiegeld in Vlaanderen. Qua volume maken drankverpakkingen in Vlaanderen 40% uit van de totale hoeveelheid zwerfvuil. In gewicht is dat ongeveer 33% van het zwerfvuil, wat overeenkomt met 5.575 ton aan verpakkingen die we uit onze leefomgeving en natuur kunnen houden. CE Delft schat dat een statiegeldsysteem het aandeel flesjes en blikjes in het zwerfafval kan terugdringen met 70%-90%. 

Een studie die eind april 2018 werd uitgevoerd in Limburg, toont aan dat 43,3 procent van het volume aan zwerfvuil uit plastic en metalen blikjes bestaat. Terwijl de statiegeldstudie van Ovam op schattingen is gebaseerd, is de Limburgse studie de eerste die op wetenschappelijke leest is geschoeid.


 

2.2. Hoeveel betalen gemeenten vandaag voor het opruimen van zwerfafval?

In 2013 schatte de Vlaamse afvalmaatschappij OVAM de totale factuur voor de Vlaamse gemeenten op 55,1 miljoen euro. De totale kosten voor Vlaanderen werden geschat op 61,5 miljoen euro. 

Ondertussen heeft OVAM de meetmethode verbeterd. Voor 2015 komt OVAM nu uit op een bedrag van 155,4 miljoen euro op rekening van de gemeenten. Tellen we daar de kosten van agentschappen, intercommunales en waterwegbeheerders bij, dan lopen de totale beleidskosten op tot 164.9 miljoen euro. 


 

2.3. Kunnen gemeenten (en dus de belastingbetaler) met een statiegeldsysteem hun opruimkosten voor zwerfvuil drukken?

Het volume van het zwerfvuil is bepalend voor de uiteindelijke kost van zwerfvuilopruiming. De impactanalyse van OVAM stelt duidelijk dat de kost voor het opruimen van zwerfvuil en ledigen van straatvuilbakken zal dalen met ongeveer een derde. 

Uit dezelfde studie blijkt dat statiegeld de kosten van het opruimen en voorkomen van zwerfafval voor gemeenten met ongeveer 20,1 miljoen euro kan verminderen. Dit bedrag is evenwel gebaseerd op studiewerk uit 2013. De kosten voor gemeenten werden toen slechts geschat op 55,1 miljoen euro in plaats van 155,4 miljoen. 

De besparingen dankzij een statiegeldsysteem zijn in de impactanalyse dus fel onderschat. De eerdere geschatte besparing van 20,1 miljoen euro kan dus gecorrigeerd worden naar 56,7 miljoen euro.

De kost voor het opruimen wordt voor meer dan 90% betaald door lokale besturen, de rest via agentschappen van de Vlaamse overheid en anderen. Met andere woorden: de belastingbetaler kan een flink bedrag besparen. 


 

2.4. Gaat de evolutie van het zwerfvuil de goede kant op?

De hoeveelheid zwerfafval in 2015 wordt door OVAM geschat op 20.426 ton; dat is 17% meer dan de 17.500 ton die in 2013 werd geschat. Dit heeft mogelijk te maken met verbeterde meetmethodes, maar het is alvast duidelijk dat er van een fundamentele trendbreuk geen sprake is. Dat blijkt ook uit de getuigenissen van de talloze vrijwilligers en gemeenten die het hele jaar door blikjes en flesjes blijven opruimen.

Het is belangrijk te onthouden dat Vlaanderen zich in haar uitvoeringsplan huishoudelijk afval tot doel stelt om het zwerfafval tegen 2022 met 20% (qua gewicht) te laten dalen. Dit jaar evalueert de Vlaamse overheid of het zwerfvuilbeleid voldoende resultaat oplevert. Het is een belangrijke mijlpaal om het beleid richting 2022 bij te sturen. 


 

2.5. Kost een statiegeldsysteem geld aan winkeliers en supermarkten?

Er zijn uiteraard kosten verbonden aan een statiegeldsysteem, zoals bijvoorbeeld de aanschaf en het beheer van inzamelingsmachines en het beheersysteem. Tegenstanders van statiegeld beweren dat dit de retailsector op kosten zal jagen, maar dat is niet juist. Het zelfs perfect mogelijk om ervoor te zorgen dat ook retailers en winkeliers financieel voordeel halen uit zo’n systeem. 

In Noorwegen is bv. een beheerorganisme opgezet (Infinitum), nota bene door de drankenproducenten zelf. Supermarkten en winkels die een inzamelingsmachine plaatsen, krijgen van Infinitum een vergoeding (de zogenaamde ‘handling fee’) per flesje en blikje dat ze inzamelen. 

Die handling fee compenseert de kosten van supermarkten en winkels en laat toe om de investeringskost op slechts enkele jaren terug te verdienen, zodat ze op termijn zelfs financieel baat hebben bij het systeem. In Noorwegen verdienen supermarkten hun investeringen binnen ongeveer 3 jaar terug, terwijl de geschatte levensduur van een statiegeldmachine tussen de 7 tot 10 jaar ligt. 


 

2.6. Moet elke winkel of verkooppunt een machine installeren?

In het voorstel dat OVAM heeft ontwikkeld, zouden middelgrote en grote distributiecentra (meer dan 400m2) verplicht zijn om als inzamelpunt te fungeren. Overige verkooppunten zouden niet verplicht zijn statiegeldverpakkingen terug te nemen, maar kunnen zich wel vrijwillig aansluiten. 

Het is ook mogelijk om in kleine verkooppunten te werken met inzameling via eenvoudige zakken, die vervolgens via het principe van ‘reversed logistics’ worden meegegeven met de drankleveranciers, zoals dat bv. in Noorwegen gebeurt. Machines kunnen ook in afvalstraatjes, openbare parkings e.d. staan, zodat het centraal beheerorgaan in samenwerking met overheden een goede spreiding in het land kan voorzien.

Bestaande voorbeelden tonen aan dat de meeste verkooppunten, ook de kleine, uiteindelijk meedoen aan het systeem, enerzijds omdat ze er op termijn financieel baat bij hebben, en anderzijds omdat ze het zien als een manier om aan klantenbinding te doen. Iemand die verpakkingen terugbrengt, is namelijk sneller geneigd om nieuwe artikelen in de winkel te kopen alvorens naar huis of het werk te gaan. 


 

2.7. Kost een statiegeldsysteem geld aan de producenten?

In het goed werkende systeem in Noorwegen betaalt de industrie 0,52 cent voor een blikje en 1,56 cent voor een plastic fles. In vergelijking met de prijzen in Noorwegen (die er enkele malen duurder zijn dan bij ons) is dat in verhouding heel laag. 

In Vlaanderen stelt minister Schauvliege gelijkaardige bedragen voor. Rekening houdend met de gehele kostenstructuur en de bedragen die aan marketing worden besteed, is dit een faire inspanning die de producenten best aankunnen. Bovendien zorgt die kost ervoor dat de tot op vandaag geëxternaliseerde kosten van zwerfvuil in de productieprijs worden verrekend. 


 

2.8. Is statiegeld een extra kost voor de burger?

Tegenstanders van statiegeld voeren aan dat statiegeld asociaal is. Statiegeld zou iedereen laten meebetalen, en zou de mensen treffen die vandaag netjes sorteren. Dat klopt niet, want wie in een statiegeldsysteem netjes sorteert, krijgt zijn geld terug. 

Het huidige systeem is daarentegen wraakroepend. Op dit moment komen vervuilers (de individuen) en de verantwoordelijken van de verpakking (de producenten) ongestraft weg indien een blikje of fles in de natuur of leefomgeving belandt. Zij hoeven er niet voor te betalen.

De belastingbetaler betaalt wel voor het zwerfvuil, met name via de gemeente, die personeel in dienst heeft en machines moet aanschaffen om zwerfvuil op te kuisen. Ook vrijwilligers, die via campagnes gemobiliseerd worden, nemen een kost op zich (in de vorm van arbeid).

Tot slot draagt ook het milieu een niet in geld uit te drukken kost, doordat de verpakkingen die niet opgehaald worden, fauna en flora aantasten. 


 

2.9. Zal een statiegeldsysteem leiden tot meer grensaankopen?

De vrees bestaat dat de invoering van statiegeld op eenmalige drankverpakkingen leidt tot een verschuiving van aankopen van dranken naar het buitenland. Die aankopen uit het buitenland vinden nu al plaats, tussen de 5-8% volgens de impactstudie, aangezien de prijzen in Nederland en Frankrijk (maar niet in Duitsland) lichtjes lager zijn.

Zoals de impactanalyse van OVAM duidelijk maakt, hangt de verhouding tussen kostprijs en opbrengsten van een statiegeldsysteem volledig af van de manier waarop het systeem wordt ontworpen. Het is dus perfect mogelijk om prijsstijgingen ten opzichte van het buitenland te vermijden. 

Consumenten zullen ook minder geneigd zijn om producten in het buitenland aan te kopen, als men de verpakkingen niet in Belgische inzamelpunten kwijt kan. In elk geval zijn er geen indicaties uit het buitenland dat statiegeld heeft geleid tot prijsstijgingen en/of geleid heeft tot meer aankopen in het buitenland.

Tot slot is het verschil in prijs op plaatsen waar al grensaankopen plaatsvinden veel hoger dan de 1,5 cent per plastic fles en 0,5 cent per blikje die producenten eventueel zouden doorrekenen. De extra brandstofkosten wegen bij deze erg lage bedragen te zwaar door. Indien producenten vrezen om marktaandeel te verliezen, kunnen ze er bovendien voor kiezen om die verwaarloosbare kost zelf te dragen, in plaats van ze door te rekenen aan de consument.