FAQ Statiegeld: 6. Specifieke of andere vragen | Bond Beter Leefmilieu

U bent hier

FAQ Statiegeld: 6. Specifieke of andere vragen

6.1. Betalen producenten al bijdragen op verpakkingen?

Sinds de jaren ‘90 is een federale verpakkingsbijdrage in voege. Die heffing wou vooral herbruikbare verpakkingen stimuleren, aangezien een heffing wordt gelegd op elke op de markt gebrachte verpakkingen. De verpakkingsbijdrage is er gekomen als compensatie voor het afschaffen van accijnzen op drinkwaters, deels voor andere niet-alcoholische dranken, en een forse verlaging van de btw.  

De bijdrage levert de schatkist jaarlijks ongeveer 322 miljoen op, maar aangezien ze niet sturend is, stelt minister Schauvliege in haar verpakkingsplan voor om de verpakkingsbijdrage te doen dalen in ruil voor het invoeren van een statiegeldsysteem. We moeten hierbij wel opletten dat herbruikbare verpakkingen niet benadeeld worden tegenover wegwerpverpakkingen. Dit moeten we met andere woorden kaderen in een breder verpakkingsbeleid met maatregelen om herbruikbare verpakkingen te stimuleren. Dat blijft vanuit milieustandpunt altijd de beste keuze. 


 

6.2. Dragen we zelf een verantwoordelijkheid voor de zogenaamde ‘plastic soep’ in onze oceanen?

Het plastic probleem in onze oceanen is zoals klimaatverandering: naarmate we er meer over kennen, blijkt het steevast ernstiger dan gedacht. De zogenaamde plastic soep is 16x groter dan eerder gedacht, en ze groeit exponentieel. Zelfs op het diepste punt van de oceaan (de Marianentrog) vind je plastic afval, waar het afbreekt in kleine partikels en in de voedselketen belandt. 

Dit geldt ook voor de Noordzee. De gegevens van de UGent en het Vlaams Instituut voor de Zee (VLIZ) spreken boekdelen: Er drijven op 'ons' deel van Noordzee gemiddeld 3.875 stuks zwerfafval per vierkante kilometer. 95,7 procent is plastic. Het is duidelijk dat iedereen oplossingen moet aanbrengen om dit tegen te gaan. Vanwege de hoge inzamelpercentages van flessen via een statiegeldsysteem, is dit daarom een logische keuze.


 

6.3. Moeten we een systeem van volledige producentenverantwoordelijkheid invoeren?

Tegenstanders van statiegeld stellen dat we vooral moeten mikken op het invoeren van volledige producentenverantwoordelijkheid. De sector kan dan vervolgens zelf kiezen hoe ze de doelstellingen bereikt. 

Nu staat die producentenverantwoordelijkheid voor zwerfvuil al sinds 2013 beschreven in VLAREMA (het Vlaams Reglement voor het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen) in art. 3.4.11.1.

De huidige invulling betekent dat de producenten (vrijwel) alleen de kosten voor de selectieve inzameling van producten betalen en bijvoorbeeld niet de kosten voor de inzameling en verwerking van producten die bij het restafval, in publieke vuilnisbakken of in het milieu (als zwerfvuil) belanden. 

Het is dus enkel een kwestie van een correcte toepassing van VLAREMA. Een statiegeldsysteem is een manier om dit meteen uit te voeren. Bovendien is het aan de drie gewestelijke regeringen in België om de inzamel- en recyclagedoelstellingen hoog genoeg te leggen, waardoor de facto een statiegeldsysteem zal ingevoerd worden, zoals het Noorse systeem aantoont. 


 

6.4. Hoe hoog zal het statiegeld zijn?

Het bedrag moet voldoende hoog zijn om mensen aan te zetten om de verpakkingen opnieuw binnen te brengen. In het voorkeursscenario dat OVAM heeft uitgevoerd, kiest men voor een bedrag van 25 cent per verpakking. Een teruggavepercentage van 90% is met dat bedrag een realistische inschatting. Dit is uiteraard geen definitieve keuze, maar slechts een aanbeveling. 


 

6.5. Hoeveel kost een statiegeldmachine?

Volgens de impactanalyse van OVAM, die cijfers heeft opgevraagd bij de fabrikanten, kost een toestel rond de 18.000 euro (in 2015). Die investeringskost wordt gecompenseerd via de handling fee die het beheerorganisme uitbetaalt aan verkooppunten met een dergelijke machine (zie 3.5).

Anderzijds kan het beheerorganisme, of desgevallend de overheid, inspringen om de aanvankelijke kost voor te schieten, zodat de verkooppunten hier zelf geen hinder van ondervinden.