Aankoop Biostoomcentrale legt fundamente knelpunten materialenbeleid bloot | Bond Beter Leefmilieu

U bent hier

Aankoop Biostoomcentrale legt fundamente knelpunten materialenbeleid bloot

Jeroen Gillabel

vrijdag 24 januari 2014

Na wekenlang getouwtrek is deze week de kogel de kerk voor de biostoomcentrale van Electrawinds. Het Limburgse Bionerga heeft maar liefst 37.5 miljoen euro veil om de afvalverbrandingsinstallatie van het noodlijdende Electrawinds over te kopen, en haalde het daarmee onder meer van afvalgigant Indaver. Bionerga, dat via de holding NUHMA eigendom is van de Limburgse gemeenten, baat al een verbrandingsoven uit in Limburg en wordt door deze overname een belangrijke speler op de afvalverbrandingsmarkt. Deze ontwikkeling toont aan wat Bond Beter Leefmilieu al langer aanklaagt: afval verbranden is in Vlaanderen een bijzonder winstgevende activiteit waarvoor vlot gegadigde investeerders gevonden worden; in tegenstelling tot de opwekking van hernieuwbare energie of recyclage van afval. 

Dit maakt het onmogelijk om een gesloten kringloopeconomie te realiseren, nochtans de centrale doelstelling van het Vlaams Materialenprogramma. Door afvalverbranding te subsidiëren en kosten voor recyclage niet (voldoende) door te rekenen aan de producenten gaat de overheid in tegen de eigen principes van het duurzaam materialenbeleid. We roepen dan ook alle actoren in het Vlaams Materialenprogramma op om samen te werken aan een beleid dat de recyclage van afval economisch en juridisch interessanter maakt dan de verbranding ervan.

Wie de berichtgeving over het noodlijdende groenestroombedrijf Electrawinds gevolgd heeft de afgelopen weken, is het ongetwijfeld al opgevallen dat de biostoomcentrale de levensader is van het bedrijf. Een bedrijf dat opgang maakte met activiteiten in de windenergiesector, gesteund door een coöperatie die inzet op hernieuwbare energie, blijkt ironisch genoeg in de praktijk te moeten steunen op een afvalverbrandingsoven. De biostoomcentrale verwerkt voorbehandeld huishoudelijk restafval en recupereert een deel van de energie als elektriciteit. In tegenstelling tot wat men ons wil doen geloven, is dit geen “groene” of hernieuwbare energie, aangezien het grootste deel van dat afval uit plastic afval bestaat dat op zijn beurt afkomstig is van fossiele grondstoffen. Bovendien zou recyclage van die plastics tot veel meer energiebesparing (en evenredig minder CO2-uitstoot) leiden dan de energie die nog uit de verbranding gewonnen kan worden. 

Afval verbranden is winstgevend

Het Electrawinds dossier toont volgens Bond Beter Leefmilieu twee ernstige problemen aan. Ten eerste blijkt dat de verbranding van afval een interessantere investering is dan de opwekking van hernieuwbare energie. We hopen dat de Vlaamse regering hieruit lessen trekt en dat ze de groenestroomcertificaten voor afvalverbranding stopzet. Met dat geld kan dan volwaardige hernieuwbare energie-opwekking zoals windenergie gesteund worden.

Het tweede probleem dat met de overname van de biostoomcentrale door Bionerga aan de oppervlakte komt, is dat afval verbranden economisch meer loont dan afval recycleren. Bionerga wordt beheerd door NUHMA en heeft een verouderde afvalverbrandingsoven in Houthalen-Helchteren in haar bezit. Op dit moment wacht Bionerga trouwens in beroep de vergunning af voor de bouw van een nieuwe afvalverbrandingsoven in Beringen, naar hetzelfde model als de biostoomcentrale in Oostende. De vraag is waarom een door Limburgse gemeenten beheerd bedrijf 37,5 miljoen euro veil heeft voor een afvalverbrandingsoven aan de andere kant van Vlaanderen, terwijl de lokale besturen de kosten voor afvalpreventie en selectieve inzameling zeer nauwgezet tegen het licht houden gezien hun moeilijke financiële situatie. 

Volgens Bionerga zelf worden ze door deze overname “een belangrijke speler op de afvalverbrandingsmarkt”. Hiermee bevestigt Bionerga dat afvalverbranding een economisch interessante markt is, die meer “return on investment” oplevert dan selectieve inzameling en recyclage van kunststofafval, of vergisting van organisch afval. Bionerga ontkracht met deze overname ook de stelling dat afval verbranden een grote kost is voor de lokale besturen, die ondersteuning met groenestroomcertificaten noodzakelijk maakt.

Komt de oplossing van het Vlaams Materialenprogramma?

De problemen die het dossier Electrawinds bloot legt zijn niet eenvoudig op te lossen. Een bedrijf als Bionerga, ook al is het in handen van lokale besturen, kan je moeilijk kwalijk nemen dat het kiest voor de meest winstgevende investering. Ook de lokale besturen zelf hebben een punt als ze stellen dat meer selectieve inzameling van kunststofafval een meerkost betekent die ze zelf moeilijk kunnen verantwoorden als het alternatief een goedkope verwerking in de verbrandingsoven is. Maar die selectieve inzameling is wel noodzakelijk om de recyclagesector voldoende kwalitatief materiaal te leveren om rendabel te kunnen zijn. De kern van het probleem is dat de Vlaamse overheid ingaat tegen de eigen principes van het duurzaam materialenbeleid door afvalverbranding te subsidiëren en kosten voor recyclage niet (voldoende) door te rekenen aan de producenten.

Het is aan de Vlaamse overheid om deze fundamentele barrières voor de doorbraak van een circulaire economie in Vlaanderen aan te pakken. Twee jaar geleden richtte minister Schauvliege het Vlaams Materialenprogramma op, een samenwerkingsverband tussen relevante maatschappelijke actoren, met als doel te evolueren naar een gesloten kringloop-economie in Vlaanderen. Deze samenwerking heeft al geresulteerd in enkele mooie praktijkinitiatieven. Maar om de fundamentele knelpunten aan te pakken moet het Vlaams Materialenprogramma vanuit een lange termijn visie inzetten op slimme regelgeving, die structureel de juiste economische prikkels geeft en die alle relevante actoren kansen geeft en responsabiliseert.