Deel 1: kernversterking: bouw aan een hoge dichtheid, met veel groen | Bond Beter Leefmilieu

U bent hier

Deel 1: kernversterking: bouw aan een hoge dichtheid, met veel groen

Erik Grietens

donderdag 14 maart 2013

Elk jaar wordt in Vlaanderen meer dan 5.000 ha open ruimte ingenomen door nieuwe bebouwing. Gezinnen willen graag wonen in het groen en verkavelen daarvoor het platteland. Die nieuwe verkavelingen sluiten vaak niet aan bij bestaande dorpskernen, maar liggen als confetti verspreid in de omringende landbouwgebieden. Toch is er nog heel wat woonruimte beschikbaar in of aansluitend bij de stads- en dorpskernen. Er liggen in Vlaanderen nog meer dan 40.000 ha onbebouwde percelen in woongebieden, goed voor minstens 600.000 bijkomende woonmogelijkheden. Veel meer dan de behoefte dus. Het komt er dan ook op aan enkel die bouwgronden te gebruiken die goed gelegen zijn in de stads- en dorpskernen.

Voordelen in de verf zetten

Wonen in de stads- of dorpskern moet voor de doorsnee Vlaming minstens even aantrekkelijk worden als wonen in een alleenstaande villa in het groen. Daartoe moet gezocht worden naar slimme combinaties tussen bijkomende bebouwing en vergroening.

Door de beschikbare ruimte zuinig en intensief te gebruiken, blijft er meer ruimte over voor publiek groen en speelruimte voor kinderen en jongeren. Door compacter te bouwen wordt automatisch energie bespaard en moet minder geïnvesteerd worden om een passiefwoning te realiseren.

Door in de kernen te bouwen ontstaan levendige woonbuurten met veel sociale contacten. Door een hogere bevolkingsdichtheid kan het openbaar vervoer rendabeler worden uitgebouwd en kunnen woonwijken autoluw worden ingericht. Ook kosten voor nutsvoorzieningen zoals gas of riolering blijven onder controle,…

Door de nabijheid van een stads- of dorpskern kunnen meer verplaatsingen te voet of met de fiets worden afgelegd.

Zo ontstaan aantrekkelijke en gezinsvriendelijke woonwijken: dichtbevolkt, autoluw, met veel groen en veel doorsteekjes voor fietsers en voetgangers.

En bieden we een goed alternatief voor een afgelegen villa die enkel met de auto bereikbaar is.

Bouwen naar eigen smaak blijft mogelijk

Wil dit zeggen dat we naar uniforme en dichtbebouwde woonwijken moeten, zoals we die kennen uit Nederland? Absoluut niet! Succesvolle woonprojecten combineren de typisch Vlaamse eigenheid en variatie in het woonbeeld met meer compacte en duurzame bouwpatronen. Ook in deze meer compacte woonwijken met meer rijwoningen blijft het bouwen van een eigen huis naar eigen smaak perfect mogelijk.

Nood aan grondbeleid

Als we kijken naar de ligging van de bouwgrondreserves in Vlaanderen, blijkt dat het merendeel zich bevindt in het buitengebied: 43% in de kernen en 31% in linten of verspreide bebouwing. Die slecht gelegen bouwgronden gaan volledig in tegen de doelstellingen van een duurzame woonontwikkeling. Zolang die verder vrijgegeven worden voor nieuwe verkavelingen en woningen, blijft de vraag naar woonmogelijkheden in de stads- of dorpskern klein. Een verdere ontwikkeling van perifeer gelegen bouwgrondreserves zal leiden tot verdere suburbanisatie, versnippering van de open ruimte en verzadiging van het wegennet. Bovendien liggen heel wat potentiële bouwgronden in overstromingsgevoelig gebied. Via een systeem van ‘verhandelbare bouwrechten’ kunnen de bouwrechten in slecht gelegen bouwzones geruild worden met bouwmogelijkheden op goedgelegen terreinen in of aansluitend bij de kernen. Door op deze locaties hoger en dichter bouwen te stimuleren, neemt tegelijk het overaanbod aan bouwmogelijkheden buiten de kernen af. Op die manier is er voldoende huisvesting om de bevolkingsgroei op een verantwoorde manier op te vangen. Een gemeente als Zemst bewijst dat dit mogelijk is. Hier werd een stuk woonzone in lintbebouwing omgezet naar landbouwgebied. Om de eigenaar te vergoeden werd een nieuwe woonzone aansluitend bij één van de dorpskernen van Zemst aangeduid.  

Stedelijk beleid voor gezinnen

De grote steden vragen om een geheel eigen aanpak. Stedelijk wonen is opnieuw in trek, vooral bij jongeren, wegens de nabijheid van allerlei stedelijke voorzieningen, cultuur, cafés… Eens jongeren een gezin vormen en kinderen krijgen, verlaten ze echter opnieuw de stad. Dat hoeft ook niet te verbazen. Kinderen hebben immers behoefte aan genoeg speelterreinen, die in de stad vaak niet voorhanden zijn, te klein zijn voor de hoge bevolkingsdichtheid of niet verkeersveilig bereikbaar zijn. Ook het gebrek aan betaalbare gezinswoningen in de stad of het te veel aan autoverkeer speelt gezinnen parten. In zowat alle onderzoeken naar stadsvlucht wordt de top drie van oorzaken voor gezinsvlucht aangevoerd door een gebrek aan groen, de verkeersdrukte en het tekort aan betaalbare gezinswoningen, met een tuin. Om jonge gezinnen in de stad te houden is dus een specifiek stedelijk beleid nodig gericht op nieuwe gezinnen met kinderen, dat onder meer voorziet in betaalbare gezinswoningen, veel openbaar groen en speelruimte, meer verkeersveiligheid...

Volgende week deel 2: verduurzaam bestaande verkavelingen