Energie en klimaat | Bond Beter Leefmilieu

U bent hier

Energie en klimaat

Persbericht Bond Beter Leefmilieu Vlaanderen

maandag 13 juli 2009

Energie

“We richten een Vlaams energiebedrijf op om de technologische opportuniteiten van groene energie maximaal te benutten”.

Er is de laatste twee, drie jaar veel water door de Schelde gevloeid. Heel veel. Enkele jaren terug liet toenmalig minister van Leefmilieu Kris Peeters zich in een onbewaakt ogenblik ontvallen dat windenergie een hype was, die wel zou overwaaien. De nieuwe Kris Peeters heeft niet alleen zijn mening bijgesteld, de tekst die hij vandaag voorstelt geeft aan dat hij overtuigd is van het grote (ook economische) potentieel van hernieuwbare energie. Het nieuw op te richten Vlaams energiebedrijf  wordt dan ook het pronkstuk van deze regering. In het hoofdstuk  over de grote investeringen van de nieuwe regering staat niet voor niets ‘Op de eerste plaats willen wij investeren (…)  in  meer hernieuwbare energievoorziening’.

Het Vlaams energiebedrijf zal ook investeren in verschillende vormen van energiebesparing, zowel op de markt als bij de overheid. Bovendien wil het akkoord inzetten op een slim elektriciteitsnetwerk, dat decentrale energieproductie mogelijk maakt en in slimme meters, die moeten helpen het verbruik te drukken. Dat alles lijkt revolutionair, a l ligt de revolutie eerder in de werkwijze dan in de doelstelling. Positief is verder dat de Vlaamse regering zich ten volle wil inschrijven in het ontwikkelen van de “Noordzeering”, om offshore wind in de volle Noordzee te ontwikkelen.

Het regeerakkoord zet de investeringen voort van de vorige regering in dakisolatie (tegen 2020 alle daken geïsoleerd), in condensatieketels en hoogrendementsbeglazing. De distributienetbeheerders zullen steun krijgen om meer energiebesparing te realiseren (bij particulieren) en er komen energie-efficiëntieprojecten voor overheidsgebouwen.

De grote vraag is natuurlijk waar het geld vandaan zal komen. Een deel zal afkomstig zijn van de Participatie Maatschappij Vlaanderen en de Vlaamse Milieuholding, maar waar komt de rest vandaan? Dit is belangrijk, want het moet natuurlijk gaan om nieuwe geldstromen voor energie. Geen nieuwe vlag voor een oude lading. Bovendien moet ook de financiering van internationale klimaatprojecten (zie verder) uit dit potje worden gerealiseerd en bevat de tekst van het akkoord de term ‘onder andere’. Wil dat zeggen dat er nog andere ‘energiegerelateerde’ accenten kunnen komen? Dat de middelen (nog) verder versnipperd kunnen raken?

Toch nog even een lijstje van positieve accenten in het energieluik van het Vlaams regeerakkoord:

  • eindelijk wordt werk gemaakt van groene warmte
  • de overheid zal zelf overschakelen op 100 % groene stroom
  • de energieprestatienormen van de woningen worden trapsgewijs verstrengd, met in een eerste fase de E60 norm (het huidige economische optimum) in 2012 (jammer dat het einddoel, de passiefwoning, nog steeds niet  wordt benoemd).
  • de wildgroei aan energiedeskundigen zal worden gestroomlijnd, net als de verschillende beschikbare berekeningsmodules. Dat is hoog tijd.
  • de Vlaamse regering neemt zich voor om het maximum, en liefst zelfs alles, van de hernieuwbare energiedoelstelling tegen 2020 binnenlands te realiseren. De beste garantie voor energieonafhankelijkheid en groene jobs.

Jammer genoeg is het niet al goud wat blinkt.

Bij dit alles ontbreekt een duidelijke visie op het energiegebruik bij de grote industriële bedrijven. Het akkoord springt niet verder dan ‘we verlengen de energieconvenanten’. Bij de milieubeweging overheerst de voorbije jaren de indruk dat die energieconvenanten (waar we in principe niet tegen waren) gehuld zijn in een zeer dikke mist, en er alvast weinig tastbaar bewijs is, dat ze zouden bijdragen tot een beter energierendement van de bedrijven.

De definitie van ‘groene stroom’ wordt wel zeer ruim genomen. Over het schrappen van groene stroomcertificaten aan de verouderde en inefficiënte steenkoolcentrales geen woord in het akkoord.

En tot slot: wat met het plan voor een nieuwe steenkoolcentrale in de Antwerpse haven? Zou het kunnen dat een regeerakkoord dat bol staat van hernieuwbare energie en kwalitatieve warmte-krachtkoppeling uiteindelijk leidt tot een beleid met een nieuwe mega-steenkoolcentrale? Waarom staat hierover niets in het akkoord? Toch zeker niet omdat men het ‘vergeten’ is?

Klimaat

“We stellen tegen 2012 een klimaatbeleidsplan 2013-2020 op om, in overleg met het middenveld, mee de oorzaken en de gevolgen van de opwarming van de aarde te bestrijden”

Over het klimaathoofdstuk kunnen we bijzonder kort zijn: het moet nog worden geschreven. Het voornemen om (opnieuw) het middenveld te betrekken juichen we alvast toe. Maar het blijft een wat verbijsterende vaststelling dat er nog niets op papier staat op nauwelijks 6 maanden van de wereldwijde klimaatconferentie van Kopenhagen, waar een akkoord zal moeten worden gesloten dat wereldwijd de klimaatopwarming aan banden moet leggen en dat vanaf 2012 het Kyoto-protocol moet opvolgen.

Pas na ‘Kopenhagen’ zal een eigen klimaatbeleid worden ontwikkeld. Geen sprake voorlopig van de Vlaamse klimaatdoelstelling voor 2020, en de manier waarop met de andere gewesten zal onderhandeld worden, om de Belgische 2020 doelstelling te verdelen. Geen vermelding van wat er met de opbrengst van de veiling van de emissierechten uit de Europese emissiehandel zal gebeuren. Geen aanzet tot een adaptatieplan, om in Vlaanderen de gevolgen van de klimaatverandering op te vangen. Dat was nochtans al voorzien in het klimaatbeleidsplan van de vorige regering. Geen woord over de internationale klimaatonderhandelingen en de conferentie in Kopenhagen eind dit jaar. Zal Vlaanderen zich daarvan afzijdig houden? Neen toch?

Wat er dan toch in het akkoord is opgenomen, bevat zowel positieve elementen als zorgenkinderen. Zeer positief is dat de aanbeveling van de eerste Vlaamse klimaatconferentie om de nadruk te leggen op binnenlandse investering om de Kyoto-doelstellingen te halen (eerder dan rechten in het buitenland aan te kopen) wordt hernomen. Minder bemoedigend is dat, als er dan toch geld naar buitenlandse projecten zou gaan, slechts zeer magere kwaliteitscriteria zouden worden gehanteerd (‘internationaal geldende normen’), waarvan het gebrek aan duurzaamheid rapport na rapport duidelijker blijkt. We gaan toch weer geen rechten uit stortplaatsen en boomplantages kopen?