Green Deal Houtverbranding mist het bredere plaatje | Bond Beter Leefmilieu

U bent hier

Green Deal Houtverbranding mist het bredere plaatje

Benjamin Clarysse
Foto Tim Dish

Maandag ondertekende Vlaams minister van Leefmilieu Joke Schauvliege samen met 24 stakeholders de Green Deal Houtverbranding, een vrijwillige overeenkomst met de sector om de uitstoot van schadelijke stoffen door houtverbranding tegen 2030 te halveren. Bond Beter Leefmilieu, de West-Vlaamse Milieufederatie, BOS+ en Natuurpunt waren betrokken bij de opmaak van de tekst, maar beslisten uiteindelijk niet te ondertekenen. Hoewel de Green Deal ongetwijfeld zal bijdragen tot een betere luchtkwaliteit, mist de overheid hier de kans om de Vlaming aan te sturen op verwarmen zonder verbranding en op goed isoleren. 

Kachelverkopers bepalen normen

De Vlaamse Milieumaatschappij schatte dat 4.100 Vlamingen te vroeg overleden als gevolg van fijn stof in 2015. Huishoudelijke houtverwarming draagt in belangrijke mate bij aan die luchtverontreiniging, met 36% aan PM10, 45% aan PM2,5, 57% aan benzo(a)pyreen (BaP) en 27% aan dioxines.

De Green Deal Houtverbranding is een initiatief van de Vlaamse overheid en Agoria-CIW, de federatie die de fabrikanten en importeurs van kachels en haarden groepeert. De tekst somt 28 acties op, gegroepeerd in drie clusters: verbetering van het huishoudelijk houtstookpark op korte termijn, kennisopbouw en visieontwikkeling. De Vlaamse visie op houtverbranding wordt op deze manier bepaald binnen het kader van een overeenkomst met spelers met specifieke commerciële belangen. 

Zo kan het beter

Logischer zou zijn om als overheid onafhankelijk te beslissen welk niveau van luchtverontreiniging we aanvaardbaar vinden en welke houtstromen in aanmerking komen voor huishoudelijke verbranding. 

Hoe kan het probleem luchtkwaliteit het efficiëntst en op de meest kostenoptimale manier aangepakt worden? Welke rol is er nog weggelegd voor huishoudelijke houtverbranding in onze toekomstige energiemix? Dat zijn vragen die een ongebonden antwoord verdienen vooraleer over te gaan tot maatregelen. 

De Green Deal voert nu een vervangingsbeleid voor nieuwe houtverbrandingstoestellen in vooraleer dat die visie uitgewerkt is. Dat is de omgekeerde wereld. De visie kan immers inhouden dat afbouw van het kachelpark beter is dan vervanging. In die zin is het ook vreemd dat de timing van de visievorming pas tegen 2022 komt, op het eind van de Green Deal-rit. 

BBL blijft mee aan tafel zitten bij de uitwerking van deze visievorming om het maatschappelijke belang te bewaken. Erg benieuwd hoe de initiatiefnemers deze visie zullen stroomlijnen met het klimaatplan 2030. In deze ontwerptekst staat immers dit vermeld: “Het verbruik van hout wordt tot nul herleid. In 2050 zijn de woningen grondig thermisch geïsoleerd waardoor het gebruik van houtkachels tot oververhitting van de woning zou kunnen leiden.”

Meer ambitie graag

De maatregelen rond huishoudelijke houtverbranding moeten ambitieuzer. De Green Deal Houtverbranding vertrekt te veel vanuit het idee dat de houtverbranding wat efficiënter moet gebeuren. De Deal stuurt aan op vervanging naar nieuwe verbrandingsinstallaties. Andere opties komen onvoldoende in het vizier. 

Deze aanpak lijkt het gevolg te zijn van een Green Deal met enkel de deelsector van de houtverbranding. De overheid moet in de eerste plaats Vlamingen aanmoedigen om over te stappen op technieken die geen CO2 en geen fijn stof uitstoten. Bovendien is de eerste prioriteit van het Europese en Vlaamse energiebeleid energie-efficiëntie. De nood aan isoleren en het verlagen van de warmtevraag zal niet alleen zorgen voor een significante verlaging van de fijnstofuitstoot, maar ook tal van andere voordelen met zich meebrengen, zoals een hoger comfort, tegengaan van energiearmoede en een lagere energiefactuur.

Dweilen met de kraan open

Registratie, controle en handhaving moeten veel scherper uitgewerkt worden. Zonder een goede registratie en handhaving is het dweilen met de kraan open. De toepassing van een registratiesysteem voor de opvolging van de verkoop van nieuwe houtverwarmingstoestellen per type moet uitgebreid worden tot bestaande toestellen. Net als bij de jaarlijkse of tweejaarlijkse controle van cv-ketels op stookolie of aardgas, is een gelijkaardig systeem aan de orde voor houtverbranding. 

Dat kan bijvoorbeeld zo: wanneer de installatie of het onderhoud gebeurt, zou de technicus het type toestel, de ouderdom en andere kenmerken kunnen ingeven in de webtoepassing centrale verwarmingsinstallaties van Departement Omgeving, net zoals nu al gebeurt voor cv-ketels. Op die manier kan de overheid een veel gerichter communicatie en uitfaseringsbeleid voeren voor vervuilende houtverwarming. Bovendien kan het registratiesysteem geïntegreerd worden met het EPC+ en de woningpas. 

Momenteel is in de Green Deal Houtverwarming controle en handhaving uitsluitend in de voorwaardelijke zin beschreven, er wordt geen enkel engagement genomen door de overheid om door handhaving de uitstoot te doen dalen. Op deze manier is het sluitstuk van het beleid onzeker.

Gemiste kans

De Green Deal Houtverbranding zal ongetwijfeld een positief effect hebben op de luchtkwaliteit in Vlaanderen. En dat is toe te juichen. Toch voelt het als een gemiste kans om de problematiek te willen aanpakken met een vrijwillig instrument met de sector, zonder enige resultaatsverbintenis. Het draagvlak om grote stappen vooruit te zetten voor de Vlaamse luchtkwaliteit was nooit eerder zo groot. Jammer dat we nu een beleid krijgen met de handrem op.

Minister Schauvliege kondigde voor de zomer al een vervangingspremie aan als aanvulling op de Green Deal. Misschien toch ook maar warmtepompen meenemen deze keer?

Benjamin Clarysse

Beleidsmedewerker energie

Ontvang InZicht

Wekelijks onze kijk op de milieu-actualiteit