Het belang van fungiciden: de voortdurende misleiding | Bond Beter Leefmilieu

U bent hier

Het belang van fungiciden: de voortdurende misleiding

Jeroen Gillabel

vrijdag 19 oktober 2012

Op 15 oktober publiceerde Vilt, het Vlaams Infocentrum land-en tuinbouw, een nieuwsbericht over een recente Italiaanse studie die beweert dat fungiciden een positieve bijdrage leveren aan de Europese graanoogst. (1)

Dat bericht gaat echter over de conclusies van Phytofar, de Belgische Vereniging van de Gewasbeschermingsmiddelenindustrie. Deze zijn, gestoeld op een eenzijdige en onvolledige analyse van de situatie. Hierdoor wordt de heersende, inadequate visie op de landbouwproblematiek gereproduceerd.

De genoemde studie van Nomisma (2) gebeurde in opdracht van de European Crop Protection Association (de lobbygroep van de Europese gewasbeschermingsmiddelenindustrie), Hij bestudeert wat er gebeurt als, van de ene dag op de andere, tarweproductie plaats zou vinden zonder gebruik van azolen-gebaseerde fungiciden, terwijl het alle andere factoren constant laat. De studie ‘toont’ dat dit leidt tot productie-, productiviteits- en waardevermindering, tot groter landgebruik en dat het de Europese zelfvoorzieningsgraad in tarwe zal aantasten.De antwoorden liggen natuurlijk al besloten in de vraagstelling…

“Winst is omzet min de kosten

Als je ‘alle andere factoren’ constant laat, suggereer je dat fungicidengebruik de enige productiviteitbepalende factor is en dat winst alleen gerelateerd is aan productievolume, wat natuurlijk fundamenteel onjuist is. Wederom zijn we opgezadeld met een verhaal alsof landbouwchemicaliën de enige alternatieven zijn! Twee punten waarom dit niet zo is:

- Bijna de helft van alle ‘gewasbeschermingsmiddelen’ gebruikt in de landbouwsector zijn fungiciden. Terwijl fungiciden dienen om kwaadaardige schimmels als septoria te bestrijden, hebben ze vooral ook sterke negatieve nevenwerkingen. Behalve toxisch voor mens en dier, verstoren landbouwchemicaliën het bodemleven. Een bodemleven rijk aan insecten en micro-organismen, inclusief schimmels, is cruciaal voor de landbouwproductiviteit en plantgezondheid. Er is voldoende praktijkervaring en een rijke wetenschappelijke literatuur die laat zien dat het mogelijk is om met agro-ecologische innovatie zowel goede oogsten te behalen alswel de vruchtbaarheid op lange termijn in stand te houden (en zelfs te verbeteren). Dus als fungicidengebruik wegvalt, heeft dit een veel complexer effect dan de simplistische een-op-een relatie die de studie aanhaalt.

- Tarweteelt met traditioneel veredelde multiresistente rassen is mogelijk en heeft een sterke economische ratio. Deze rassen met resistentie tegen verschillende ziekten zijn nog niet op grootschalig niveau doorgebroken en dit heeft zijn redenen. Grote ondernemingen die pesticiden en meststoffen op de markt brengen hebben in de laatste decennia onafhankelijke zaadbedrijven opgekocht. Aangezien hun omzet voornamelijk komt uit verkoop van landbouwchemicaliën is er weinig interesse om resistente rassen te ontwikkelen en op de markt te brengen. Daarbij blijkt dat landbouwers worden aangezet om te kiezen voor rassen die een maximum bruto-opbrengst (kilo/ha) opleveren.[1] Economisch gezien is dit onzin, want winst is omzet min de kosten. De FAO en academische literatuur onderstrepen dat kosten van landbouw hulpmiddelen (inputs) in de toekomst nog fors zullen stijgen door hun koppeling aan de energieprijzen. Kiezen voor rassen en methoden die minder externe hulpmiddelen gebruiken, kan het rendement van een bedrijf verhogen.

De ‘pesticidenafhankelijkheid’ waarin ons landbouwsysteem zit vastgeroest, is één van de oorzaken van de economische en ecologische malaise. De suggestie van de gewasbeschermingsmiddelenindustrie dat we niet zonder chemicaliën kunnen, toont niettemin een gruwelijke realiteit: hoe langer we doorgaan met onze agro-ecologie te ondermijnen, des te moeilijker wordt het om de productiviteit in stand te houden zonder dure hulpmiddelen. Er schuilt hier een alsnog ondergewaardeerde rol voor de publieke sector om orde op zaken te scheppen.

Minder kosten, meer opbrengst?

Als antwoord op de vraagstelling in de genoemde studie, dat meer op een PR-stunt lijkt dan een echt onderzoek, kunnen we een tegenvraag opwerpen dat veel interessantere uitkomsten zou kunnen opleveren:

Wat zou er tegen 2025 gebeuren als gangbare tarwesoorten zouden worden uitgefaseerd en vervangen door multiresistente, door klassieke selectie verkregen, tarwerassen en als er een serieuze beweging tot stand komt ter bevordering van agro-ecologische methoden in de landbouw?

(1) Vilt (2012), Studie wijst op economisch belang fungiciden

(2) Nomisma (2012), The Assessment of the Economic Importance of Azoles in European Agriculture