Door twee duidelijk niét-groene technologiën als gas en nucleair op te nemen in de groene taxonomie, verliest ze haar status als hulpmiddel voor groene investeringen. - © Christian Lue

Hoe de Europese groene taxonomie haar doel volledig miste

Door twee duidelijk niét-groene technologiën als gas en nucleair op te nemen in de groene taxonomie, verliest ze haar status als hulpmiddel voor groene investeringen. - © Christian Lue

Op oudjaar lanceerde de Europese Commissie haar bijgewerkt voorstel voor de zogeheten ‘groene taxonomie’. Gas en nucleair zijn hierin zoals verwacht dan toch opgenomen. Resultaat: geen handig hulpmiddel voor écht groene investeringen, wel een instrument dat zichzelf overbodig maakt door vrijwel alles groen te wassen.

Net voor kerst gingen we al eens in op de kwestie. Nucleair heeft geen plaats in de groene taxonomie vanwege het onopgelost probleem van radioactief afval, dat botst met het ‘do no significant harm’-criterium. Het is overigens ironisch dat het groene financieringslabel van de Franse staat zelf nucleair uitsluit, terwijl ze op het Europese toneel de belangrijkste voorvechter bleek om de taxonomie uit te breiden. Fossiele gascentrales zijn om evidente klimaatredenen geen groene technologie, zelfs niet als ze worden ingezet om kern- of steenkoolcentrales te vervangen. 

De criteria die de Commissie nu voorziet voor gascentrales, lijken weinig meer dan plechtige beloftes: ze gaan onder meer over het beperken van gemiddelde jaarlijkse emissies over 20 jaar tijd, om het vervangen van de meest vervuilende centrales, om in de toekomst over te schakelen naar groene brandstoffen, en om het overschakelen naar groene brandstoffen vanaf 2035. Zoals deze Duitse analist het samenvatte: “Het is een beetje als de aankoop van een pijp als gezond bestempelen, zolang je maar belooft dat je weinig zal roken en binnen een aantal jaar naar minder vervuilende tabak overstapt’.

Ze rammelt dus, deze taxonomie, en ze zal noch door particuliere beleggers, noch door financiële bedrijven noch door beleidsmakers gebruikt kunnen worden om helderheid te scheppen of beslissingen te maken.

De gouden standaard rammelt langs alle kanten

In tegenstelling tot wat in onder meer De Tijd te lezen was, ging het in deze discussies niét over het al dan niet verbieden van investeringen in nucleair of gas. Het is evenmin een taxonomie van ‘noodzakelijk kwaad’. Wel had het een gouden standaard van groene investeringslabels moeten worden, die helder stelt welke investeringen als duurzaam mogen gelden.

Eerder wees een brede coalitie NGO’s al op de veel te lakse criteria rond biobrandstoffen en bosbouw. Ze rammelt dus, deze taxonomie, en ze zal noch door particuliere beleggers, noch door financiële bedrijven noch door beleidsmakers gebruikt kunnen worden om helderheid te scheppen of beslissingen te maken – althans niet zonder uitgebreide mitsen, maren en voetnoten. Dat was nu net het hele punt: een transparant, betrouwbaar en makkelijk inzetbaar instrument. De reactie van de Europese consumentenorganisatie BEUC illustreert deze vertrouwensbreuk: zij spreekt van ‘institutionele greenwashing’.

Is dit een onherstelbare nederlaag voor de Europese klimaattransitie? Neen: daarvoor zijn er te veel andere factoren en instrumenten die onze koers bepalen. Maar deze taxonomie had een nuttig hulpmiddel kunnen zijn, niet alleen in de financiële sector maar ook in (pakweg) het vergroenen van het monetair beleid of de Europese begrotingsregels. Dat nut wordt door deze hele koehandel ondergraven.

Het is nu aan het Europees Parlement en de lidstaten in de Raad. Deze kunnen zich in deze ‘gedelegeerde’ procedure enkel verzetten (geen aanpassingen doorvoeren). In de Raad moet dat met een  meerderheid van minstens 20 lidstaten. Ze hebben vier tot zes maanden om zich hierover te buigen.

Het lijkt onwaarschijnlijk dat deze drempels gehaald worden. Toch zou ons land, dat zich voorlopig stil hield over deze kwestie, zich samen met de Belgische europarlementsleden op zijn minst symbolisch moeten verzetten tegen de opname van gas en nucleair. De financiële sector stuurde eerder al een sterk signaal waarin zij zich verzette tegen deze plannen. Belgische banken en beleggers moeten zich aansluiten bij deze oproep, en meteen ook hun eigen labels kritisch evalueren: het duurzaamheidslabel van Febelfin sluit vandaag nieuwe kerncentrales uit, maar staat wél gascentrales toe. Geen van beide verdient zo'n duurzaamheidslabel.