Landbouworganisaties akkoord met nitraatdoelstellingen | Bond Beter Leefmilieu

U bent hier

Landbouworganisaties akkoord met nitraatdoelstellingen

Lieze Cloots

vrijdag 1 april 2011

Landbouworganisaties (SALV) hebben vorige week voor het eerst zwart op wit de nitraatdoelstellingen voor de kwaliteit van het oppervlaktewater mee onderschreven. Dit verschaft ons een werkkader en overlegstructuur waar we samen met de landbouwsector in overleg kunnen treden over een effectieve uitvoering van deze doelstellingen. Ook de sociaal-economische actoren (SERV) en de MINA-raad keurden het ontwerp van het vierde Mest Actie Plan (MAP4) goed. Het gaat het om een advies op hoofdlijnen, waaruit toch een aantal opmerkelijke resultaten naar voor komen.

Alle betrokkenen aanvaarden immers voor het eerst expliciet de nitraatdoelstellingen voor oppervlaktewaterkwaliteit zoals ze in het ontwerp MAP4 opgenomen zijn. Hoewel het allemaal rijkelijk laat is (de Nitraatrichtlijn stelde de doelstellingen voorop tegen 1999) en hoewel de doelstellingen een minimum zijn, is dit eerste gezamenlijk engagement toch een stap vooruit. Het biedt een duidelijk kader voor een standvastig, rechtszeker beleid en een kader om de effectiviteit van het uitvoeringsinstrumentarium te toetsen.

De raden (SALV, SERV en MINA-raad) vragen de Vlaamse regering om een gestructureerd overleg tussen de landbouw- en de milieusector te faciliteren en daartoe de nodige middelen te voorzien. Dergelijk overleg moet leiden tot een beter wederzijds begrip en een regelmatige kritische evaluatie van de resultaten en de ingezette instrumenten.

De raden vragen aandacht voor het feit dat sommige maatregelen (onder meer voor fosfaten) haaks staan op de principes van de biologische landbouw, waardoor het voortbestaan van deze sector in het gedrang kan komen.

Er was overeenstemming dat bij aanpassingen aan het MAP-meetnet, geen vertekening van de resultaten voor waterkwaliteit mag optreden, bijvoorbeeld door een onevenwichtige selectie van de meetpunten. Deze aanpassingen moeten gebeuren in de schoot van het gestructureerd overleg en na raadpleging van departement Leefmilieu. De adviesraden vragen dat de Europese Commissie voor alle lidstaten duidelijke richtlijnen opstelt wanneer, waar en hoe wordt gemeten.

Ten slotte definieerden de Raden nog een zestal kennishiaten waarrond bijkomend onderzoek nodig is.