Milieubeweging en bouwsector vragen betere watertoets | Bond Beter Leefmilieu

U bent hier

Milieubeweging en bouwsector vragen betere watertoets

Erik Grietens

donderdag 14 juli 2011

Vorige week adviseerden MINA-raad en SERV een gezamenlijk over de watertoets. Opmerkelijk: milieuverenigingen en bouwsector adviseerden samen. De overstromingen van eind vorig jaar vormden de aanleiding voor het advies. Bij deze overstromingen liepen ook nieuwe verkavelingen onder water liepen. Daaruit blijkt dat de watertoets niet werkt zoals het hoort. De watertoets zou voordat nieuwe bouwwerken starten moeten nagaan of er schade kan ontstaan door wateroverlast. Als dat het geval is moet het wateradvies de nodige maatregelen voorzien om daaraan te verhelpen of moeten compensaties voor waterbuffering worden voorzien. Als ook dat niet volstaat, moet de vergunning worden geweigerd.

In de praktijk blijkt dit niet altijd zo goed te verlopen. Soms wordt advies gevraagd aan de verkeerde instantie, zijn de adviezen niet duidelijk genoeg gemotiveerd of gaat het advies niet in op de echt relevante aspecten. Daarom vragen de raden dat er duidelijkere handleidingen komen voor de administratie om de impact van bouwwerken op het watersysteem te beoordelen. Ook de bouwheer zelf moet in de vergunningsaanvraag beter aangeven hoe hij omgaat met de ligging in een watergevoelig gebied.

Verder vragen de raden om meer aandacht te besteden aan de watertoets op niveau van ruimtelijke plannen. Soms moeten maatregelen genomen worden die één perceel overstijgen, bijvoorbeeld het verbreden van een beek om de buffercapaciteit te verhogen. Een dergelijke maatregel kan niet worden opgelegd via een bouwvergunning voor één kavel, maar moet verankerd worden in het ruimtelijk plan voor een groter gebied. Een goede oplossing op planniveau kan veel problemen nadien, bij de vergunningsaanvraag, voorkomen.

Daarnaast vragen de raden om een schadevergoeding te voorzien indien de watertoets leidt tot een bouwverbod. Gemeentebesturen zijn niet snel geneigd om een bouwvergunning in overstromingsgebied te weigeren, omdat dit voor een groot waardeverlies voor de eigenaar zorgt. Duur aangekochte bouwgrond is dan immers geen bouwgrond meer. Dat wil geen enkele burgemeester zijn kiezers aandoen. Een billijke schadevergoeding, zonder dat dit leidt tot speculatie, kan dit oplossen. Een andere piste is het voorzien van een grondenruil met gronden in eigendom van de overheid.

Tot slot wordt in het advies gewezen op de gebrekkige handhaving van de watertoets. Of de opgelegde maatregelen uit het wateradvies ook daadwerkelijk op het terrein worden uitgevoerd, wordt amper en meestal helemaal niet gecontroleerd. Dit moet volgens de raden een duidelijke prioriteit worden in het stedenbouwkundig handhavingsbeleid.