Onverwachte milieueffecten van ggo’s | Bond Beter Leefmilieu

U bent hier

Onverwachte milieueffecten van ggo’s

Linn Dumez

dinsdag 11 januari 2011

Dat de milieueffecten van genetisch gemodificeerde gewassen (ggg’s) niet allemaal te voorspellen zijn, wisten we al langer. De Universiteit van Wageningen maakte nu in opdracht van de Nederlandse Commissie Genetische Modificatie Cogem, een inventarisatie van verschillende (onvoorziene en voorziene) gevolgen van 10 à 15 jaar teelt van ggg’s. Dit rapport bevestigt nogmaals het gebrek aan systematisch onderzoek naar en opvolging van de milieueffecten van ggg’s.

De onderzoekers stellen vast dat er herbicidentolerante onkruiden ontstaan. Dat leidt tot een extra gebruik van pesticiden. Bij genetisch gemodificeerd koolzaad werd kruising met verwante soorten en met in het wild voorkomende koolzaadpopulaties vastgesteld. Veldproeven met suikerbieten hebben eveneens grootschalige uitkruising met onkruidbieten aan het licht gebracht. Er zijn ook verschillende landbouwkundige effecten vastgesteld. Zo kan de teelt van insectresistente maïs en katoen bijvoorbeeld leiden tot meer schade door andere plagen. Genetische modificatie van maïs en sojaboon leidt tot verminderde opname van micro-nutriënten zoals ijzer en mangaan. Over de effecten op bodemorganismen, insecten en hogere diersoorten  is er geen eenduidigheid.

De Wageningse wetenschappers inventariseerden de effecten op milieu en landbouw op basis van een literatuuronderzoek en enkele interviews met Amerikaanse specialisten. Ze focusten daarbij op de teelt van genetisch gemodificeerde maïs, suikerbiet, aardappel, koolzaad, luzerne, katoen en sojabonen in de VSA. Ze beperkten zich tot milieu- en landbouwkundige effecten tijdens de teelt, de opslag na de oogst en het transport naar de verwerkende industrie.

Naargelang het gewas en het type genetische modificatie (herbicidentolerantie of insectresistentie) werden verschillende effecten vastgesteld. Ook positieve landbouwkundige  effecten, zoals een verminderde gevoeligheid voor droogte bij insectresistente maïs, konden  hier en daar geconstateerd worden.

Dit rapport bevestigt nogmaals het gebrek aan systematisch onderzoek naar en opvolging van de milieueffecten van ggg’s. Over het opvolgen van de effecten op biodiversiteit in akkerranden en omringende ecosystemen vonden de auteurs slechts 1 rapport. Ook in Europa bestaan er te weinig gegevens om een degelijke risico-evaluatie, waarin met zekerheid uitspraak kan gedaan worden over de (lange termijn) impact van ggg’s op mens, plant, dier en milieu, te kunnen uitvoeren. De roep om hervorming van de risico-evaluatie werd al in 2008 door de Europese milieuministers onderschreven.

Er blijft niet alleen een grote onzekerheid bestaan over de gevolgen van de teelt van ggg’s, ze blijken evenmin de voordelen te bieden die de biotechindustrie ze toeschrijft. Zo bleek al uit verschillende rapporten die eerder verschenen. Noch de beloofde opbrengstverhoging en economische voordelen, noch de aangekondigde afname van het pesticidengebruik konden in de praktijk worden vastgesteld.

Het International Assessment of Agricultural Knowledge, Science and Technology for Development (IAASTD), de meest uitgebreide wereldwijde evaluatie van de landbouw, concludeerde eerder al dat we ggg’s niet nodig hebben om de wereldbevolking te kunnen blijven voeden. Enkel een multifunctionele, duurzame, kleinschalige en agro-ecologische landbouw kan een antwoord bieden op de honger in de wereld en de stijgende vraag naar voedsel, zo stelt het rapport.