Structuurplan Vlaanderen in herziening | Bond Beter Leefmilieu

U bent hier

Structuurplan Vlaanderen in herziening

Erik Grietens

vrijdag 15 januari 2010

Op 10 februari start het openbaar onderzoek over de herziening van het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen (RSV). Vlak voor de kerstvakantie gaf de Vlaamse regering haar voorlopige goedkeuring aan deze herziening, die er kwam op basis van een voorstel van de vorige regering. Er werd daarbij weinig of geen rekening gehouden met de sterk onderbouwde kritische bedenkingen uit de adviezen die hierover door diverse adviesraden werden uitgebracht.

In het herzieningsvoorstel wordt vooral meer ruimte voorzien voor harde activiteiten. Zo wordt vooropgesteld dat er nog eens 6.000 ha bedrijventerreinen bijkomen in Vlaanderen, hoewel er nog duizenden hectaren ongebruikt bijliggen. Bovendien worden een tiental buitengebiedgemeenten als ‘bijzondere economische knooppunten’ aangeduid, wat het mogelijk moet maken om toch regionale bedrijventerreinen te ontwikkelen in het buitengebied. Dat zal de ruimtelijke verrommeling nog verder in de hand werken en voor bijkomende verkeersproblemen zorgen. Daarnaast worden nieuwe missing links voorzien in het autoweggenet. Omdat een aantal daarvan ingaan tegen de hiërarchie in het wegennet, zal dat sluikverkeer in de hand werken. Verder wordt in deze herziening ruimte gereserveerd voor motorcrossterreinen, andere lawaaierige sporten en voor golfterreinen. Voor natuur en bos wordt enkel vastgesteld dat er een serieuze achterstand is opgelopen die de volgende vijf jaar moet worden ingehaald. Het eindresultaat van deze herziening zal dan ook zijn dat Vlaanderen nog verder kan worden volgebouwd.

Het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen legt de grote krachtlijnen vast voor het gebruik en de inrichting van de ruimte in Vlaanderen en is bindend voor overheden bij het opmaken van ruimtelijke uitvoeringsplannen. Omdat het RSV ondertussen al dateert van 1997, besliste de vorige regering over te gaan tot een actualisatie en herziening ervan. Die herziening loopt in twee fases: voor de korte termijn – de volgende vijf jaar – komt er een beperkte herziening, waarbij de grote uitgangspunten ongewijzigd blijven. In een tweede fase – na 2012 – wil de regering overgaan tot een volledige herziening en een nieuw RSV.

Het RSV bestaat uit vier grote luiken: ruimte om te wonen, vrijwaren van open ruimte voor natuur, bos en landbouw, de inplanting van bedrijventerreinen en de structuur van het wegennet. Algemeen vertrekt het RSV van de doelstelling ‘open stedelijk Vlaanderen’: door nieuwe activiteiten zo veel mogelijk te bundelen in of aansluitend bij bestaande stedelijke gebieden en in bestaande economische knooppunten, kan de schaarse open ruimte gevrijwaard worden voor natuur, bos en landbouw. Zo wordt bv. voorzien dat minimaal 60% van de nieuw te bouwen woningen in de steden moeten ondergebracht worden. Ook het merendeel van nieuwe bedrijventerreinen moet gelokaliseerd worden in bestaande economische knooppunten, om op die manier economische activiteiten te bundelen en verkeerstromen in de hand te houden.

Deze algemene doelstellingen blijven ongewijzigd. Toch worden met deze actualisatie en gedeeltelijke herziening een aantal wijzigingen voorgesteld die de algemene doelstellingen - zoals de bundeling van economische activiteiten -dreigen te ondergraven,. Daarnaast blijven actuele problemen waarvoor ruimtelijke ordening een deel van de oplossing moet bieden, buiten beeld. Het gaat dan onder meer om het toenemende verkeersinfarct, de daarmee samenhangende luchtvervuiling en de klimaatimpact.

Tegelijk met deze herziening kondigde de regering ook al direct een nieuwe tussentijdse herziening aan. Deze tweede herziening zou ingaan op de inplanting van nieuwe gevangenissen, de ontwikkeling van grootschalige winkelcomplexen, KMO-zones in het buitengebied, de herbestemming van militaire domeinen en de inplanting van windmolens.

Wonen
Wat ruimte voor wonen betreft, wordt in deze herziening vastgesteld dat er door demografische ontwikkelingen de volgende vijf jaar een behoefte zal ontstaan aan ongeveer 100.000 bijkomende woongelegenheden. Tegelijk blijkt dat er in bestaande woonzones een aanbod is van ongeveer 900.000 woonmogelijkheden, los van de leegstand van woningen en bedrijfsgebouwen. Er is dus een duidelijk overaanbod aan woon- en woonuitbreidingsgebieden, ook op langere termijn. Dit overaanbod dreigt de bundelingsdoelstelling te ondergraven en de verdere versnippering van open ruimte in de hand te werken. Toch wordt dit overaanbod niet ingeperkt, bv. door het verkavelen van woonuitbreidingsgebieden te bevriezen. Er wordt enkel vastgesteld dat er voldoende ruimte voorhanden is in de stedelijke gebieden en de gemeenten van het buitengebied, om de behoefte op te vangen.

Bedrijventerreinen
Bijkomende bedrijventerreinen slokken de meeste ruimte op bij de herziening van het RSV. Er moeten tegen 2012 ongeveer 6.000 ha bijkomen, wat een combinatie is van de verdere realisatie van de doelstellingen uit het huidige RSV, nieuwe behoeften voor de volgende vijf jaar en het opbouwen van een zgn. IJzeren Voorraad aan bedrijvenzones. Dit is een soort reserve die direct inzetbaar is bij vragen naar ruimte van nieuwe bedrijven. Tegelijk blijkt echter uit de cijfers dat er nog een groot aanbod aanwezig is op bestaande bedrijventerreinen van meer dan 5.000 ha.

Verder wordt deze herziening ook aangegrepen om een aantal ‘knelpunten’ op te lossen. Bij nader inzien blijkt het te gaan om plannen voor bedrijventerreinen die geschorst werden door de Raad van State. Deze plannen worden gewoon terug opgenomen, tegen de arresten van de Raad in. Een voorbeeld daarvan is logistiek terrein Meise-Westrode, langs de A12. Dit plan werd door de Raad van State vernietigd, omdat het gelegen is in een gemeente van het buitengebied en dus in strijd is met de doelstelling van het RSV om economische activiteiten te bundelen in bestaande economische knooppunten. In plaats van de logica van het RSV te volgen en dit terrein te schrappen, lost de regering dit ‘probleem’ op door van Meise een ‘bijzonder economisch knooppunt’ te maken. Dit is een spijtige zaak, want dit bedrijventerrein zal zorgen voor heel wat extra vrachtverkeer in een regio die nu al oververzadigd is en dagelijks te kampen heeft met veel congestie.

De andere buitengebiedgemeenten die worden aangeduid als ‘bijzonder economisch knooppunt’ zijn Brecht (stationsomgeving), Kampenhout-Sas (waar er nu al serieuze verkeerproblemen zijn), Zulte-Kruishoutem, Stekene, Sint-Gillis-Waas (Kluizemolen), Hamme (Zwaarveld), Assenede (grens met Zelzate), Oostrozebeke (kanaalzone), Zonnebeke (Polderhoek) en Gistel (Konijnenbos).

De gemeente Genk wordt met deze herziening aangeduid als ‘internationaal georiënteerd multimodaal logistiek park’. Deze keuze kadert in de uitwerking van het Economisch Netwerk Albertkanaal en de verdere uitbouw van Vlaanderen als logistieke draaischijf. Dit valt zeker te verdedigen, gelet op de goede bereikbaarheid van Genk per binnenschip. De klemtoon moet hier liggen op inbreiding en het hergebruik van bestaande bedrijvenzones, waar nog veel ruimte beschikbaar is.

Mobiliteit
Wat mobiliteit betreft gaat de aandacht vooral naar de verdere uitbouw van het wegennet en - in mindere mate - naar het spoorwegnet. Zo worden een tiental bijkomende missing links voorzien, zoals bv. een verbinding tussen de A12 en de E19 ter hoogte van Mechelen, de doortrekking van de N42 van Geraardsbergen tot de A8 in Wallonië, een zuidelijke by-pass rond Poperinge, een zuidelijke ontsluiting van Sint-Truiden naar de E40, een verlenging van de ring rond Mechelen te Sint-Katelijne-Waver, de noordelijke en oostelijke ontsluiting van Bree, de ontsluiting van Maastricht naar het Vlaamse hoofdwegennet,… De sluiting van de ring rond Brussel onder het Zoniënwoud wordt als te onderzoeken piste naar voor geschoven.

Opvallend is dat een duidelijk locatiebeleid volledig ontbreekt in deze herziening, hoewel dit volgens verschillende verkeersdeskundigen één van de grote mankementen is in het huidige RSV. Een juiste lokalisatie vanuit mobiliteitsoogpunt voor bedrijvenzones, kantoren of bijkomende woningen is immers noodzakelijk om de verdere groei van het autoverkeer in de hand te houden. Een locatiebeleid zal ook nodig zijn om (inter)nationale doelstellingen op het gebied van luchtkwaliteit en klimaatimpact te kunnen realiseren. Op dit vlak wordt het huidige RSV zelfs verder afgezwakt. Waar het RSV stelt dat kantoren thuishoren aan knooppunten van openbaar vervoer, wordt nu de mogelijkheid opengelaten om kantoren in te planten op ringlocaties en langs invalswegen. Dat zal de mobiliteitsknoop alleen maar strakker maken.

Wel positief is dat er extra bepalingen in het RSV worden opgenomen over de uitbouw van het voorstedelijk openbaar vervoer rond Brussel, Antwerpen en Gent. Dit kan een volwaardig en duurzaam alternatief bieden voor het dagelijkse pendelverkeer naar de grote steden.

Open ruimte
Voor natuur, bos en landbouw verandert er in essentie weinig. Er wordt vastgesteld dat de huidige doelstellingen van het RSV – een uitbreiding van de schaarse bos- en natuurgebieden - niet gehaald werden en een serieuze achterstand werd opgelopen. De doelstellingen blijven dan ook hetzelfde en worden vijf jaar vooruit geschoven. Voor de problematiek van zonevreemde bossen - bossen in industrie- of woongebied, zoals bv. het Lappersfortbos – is er geen aandacht, ondanks de bepalingen hierover in het regeerakkoord.

Verdere procedure
Het openbaar onderzoek voor de brede bevolking loopt van 10 februari tot 11 mei 2010. Vervolgens wordt de herziening voorgelegd aan diverse adviesraden en aan het Vlaams parlement, waarna de regering de herziening definitief kan vaststellen.