Vlaanderen kan verder worden volgebouwd | Bond Beter Leefmilieu

U bent hier

Vlaanderen kan verder worden volgebouwd

Erik Grietens

vrijdag 25 februari 2011

Vorige week bekrachtigde het Vlaams parlement de tussentijdse herziening van het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen (RSV). Dat is geen goed nieuws voor de nu al problematische ruimtelijke inrichting van Vlaanderen. Het herzieningsvoorstel voorziet vooral meer ruimte voor harde activiteiten. Zo kunnen er nog eens 6.000 ha nieuwe bedrijventerreinen bijkomen in Vlaanderen, hoewel er nog duizenden hectaren ongebruikt bijliggen. Bovendien worden een tiental buitengebiedgemeenten als ‘bijzondere economische knooppunten’ aangeduid, wat het mogelijk moet maken om toch regionale bedrijventerreinen te ontwikkelen in het buitengebied. Verder worden de mogelijkheden voor het ontwikkelen van lokale KMO-zones op het platteland versoepeld. Dat zal de ruimtelijke wanorde nog verder in de hand werken en voor bijkomende verkeersproblemen zorgen.

Daarnaast voorziet het Vlaamse parlement met deze herziening een tiental nieuwe missing links in het autoweggenet, hoewel we nu al beschikken over het meest fijnmazige wegennet van Europa. Bovendien is er in de begroting ook helemaal geen geld voor al die nieuwe wegen. Verder reserveert het parlement ruimte voor motorcrossterreinen, andere lawaaierige sporten en voor golfterreinen. Voor natuur en bos stelt ze enkel vast dat er een serieuze achterstand is opgelopen die de volgende vijf jaar moet worden ingehaald. Het eindresultaat van deze herziening zal dan ook zijn dat Vlaanderen nog verder kan worden volgebouwd.

Vanuit diverse hoeken kwam er heel wat kritiek op deze tussentijdse herziening van het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen. Zo stelde de Strategische Adviesraad Ruimtelijke Ordening (SARO) zich vragen bij de nieuwe ‘bijzondere economische knooppunten’. Dat zijn gemeenten in het buitengebied, waar nieuwe regionale bedrijventerreinen kunnen ontwikkeld worden. Dit gaat in tegen de basisfilosofie van het RSV, dat juist kiest voor ruimtelijke bundeling van economische activiteiten. De bijzondere economische knooppunten zullen de ruimtelijke uitspreiding van bedrijvenzones nog verder in de hand werken en voor bijkomende verkeersproblemen zorgen. De nieuwe bijzondere economische knooppunten in het buitengebied zijn:

 

  • Meise-Westrode, voor een nieuw logistiek terrein, vlak naast de oververzadigde A12
  • Kampenhout-Sas, eveneens in sterk congestiegevoelig gebied
  • Sint-Gillis-Waas, Kluizenmolen
  • Zelzate-Assenede, een nieuw terrein op de grens van beide gemeenten
  • Hamme, terrein Zwaardveld
  • kanaalzone Oostrozebeke
  • Zulte Kruishoutem
  • Gistel, Konijnenbos
  • Zonnebeke, Polderhoek

Voor deze gemeenten kunnen nu ruimtelijke uitvoeringsplannen worden opgemaakt om regionale bedrijventerreinen te ontwikkelen. De overheid laat hier trouwens geen gras over groeien. Vorig jaar vernietigde de het,Ruimtelijk Uitvoerings Plan (RUP) voor Meise-Westrode wegens strijdigheid met het RSV. Toch startte de Vlaamse regering al een nieuwe procedure, zelfs zonder een nieuw openbaar onderzoek te organiseren. Voor Kampenhout-Sas startte de provincie enkele maanden geleden al met de procedure van een RUP.

Verder worden met deze herziening ook de mogelijkheden voor het ontwikkelen van lokale KMO-zones in het buitengebeid versoepeld. Deze hoeven niet meer beperkt te worden tot vijf ha. Waar een lokale KMO-zone volgens de eerder versie van het RSV nog gelegen moesten zijn bij een hoofddrop, kan dit nu ook bij een ‘gewone’ woonkern op het platteland. Ook dit zal de ruimtelijke wanorde in het buitengebeid verder in de hand werken.

Missing links

Wat mobiliteit betreft gaat de aandacht vooral naar de verdere uitbouw van het wegennet en - in mindere mate - naar het spoorwegnet. Zo worden een tiental bijkomende missing links voorzien, hoewel we nu al beschikken over het meest fijnmazige wegennet van Europa en het toch stilaan duidelijk zou moeten zijn dat meer wegen geen congestieproblemen oplossen. Bovendien is er in de begroting ook helemaal geen geld voor al die nieuwe wegen. Nochtans werd door de Commissie Berx – die voor de regering een rapport opstelde over de versnelling van procedures voor infrastructuurwerken – expliciet aanbevolen om duidelijke keuzes te maken voor openbare werken, in lijn met de middelen in de begroting. Nu zijn immers veel meer infrastructuurwerken voorzien dan er geld beschikbaar is, waardoor de besluitvorming op het einde van de rit strop loopt wegens geldgebrek. Toch volhardt de regering, vooral onder druk van lokale politici die nieuwe ontsluitingwegen in hun regio willen, en duidt nog meer missing links aan.

Meer concreet zijn volgende bijkomende missing links voorzien in deze herziening:

  • een verbinding tussen de A12 in Willebroek-Zuid en de E19 ter hoogte van Mechelen
  • de doortrekking van de N42 van Geraardsbergen tot de A8 in Wallonië
  • een zuidelijke by-pass voor de ring rond Poperinge
  • een zuidelijke ontsluiting van Sint-Truiden naar de E40
  • de noordelijke en oostelijke ontsluiting van Bree
  • de verlenging van de A24 in Noord-Frankrijk richting Poperinge
  • een verlenging van de R6 ring rond Mechelen tussen Bonheiden en Sint-Katelijne-Waver
  • de ontsluiting van Maastricht naar het Vlaamse hoofdwegennet
  • een nieuwe ontsluitingweg voor de Arsenaalsite in mechelen
  • de oostelijke tangent aan de A14 te Sint-Niklaas
  • de sluiting van de ring rond Brussel onder het Zoniënwoud wordt als te onderzoeken piste naar voor geschoven

Golf en motorcross

Voor recreatie wordt in deze herziening 2.000 ha extra voorzien. Een deel hiervan kan ingevuld worden door nieuwe golfterreinen. Tevens wordt met deze herziening ruimte voorzien voor lawaaisporten, meerbepaald motorcrossterreinen. Ook hiervoor kunnen nu ruimtelijke uitvoeringsplannen worden opgemaakt.

Open ruimte
Voor natuur, bos en landbouw verandert er in essentie weinig. Er wordt vastgesteld dat de huidige doelstellingen van het RSV – een uitbreiding van de schaarse bos- en natuurgebieden - niet gehaald werden en een serieuze achterstand werd opgelopen. De doelstellingen blijven dan ook hetzelfde en worden vijf jaar vooruit geschoven. Voor de problematiek van zonevreemde bossen - bossen in industrie- of woongebied, zoals bv. het Lappersfortbos – is er geen aandacht, ondanks de bepalingen hierover in het regeerakkoord.