Elektrisch vervoer als ingrediënt voor de mobiliteitsrevolutie | Bond Beter Leefmilieu

U bent hier

Elektrisch vervoer als ingrediënt voor de mobiliteitsrevolutie

Mathias Bienstman

Ook binnen de milieubeweging brengen elektrische wagens het nodige debat teweeg. Zijn ze goed voor het milieu of niet? Brengen ze ons een stap dichter bij de broodnodige mobiliteitsrevolutie, of zijn ze slechts een nieuwe verpakking voor een aanslepend probleem? Wij doen ons standpunt uit de doeken.

Cleaner, better, stronger, faster

Als we een elektrische wagen eens van naderbij bekijken valt één ding onmiddellijk op: ze hebben geen uitlaat. Omschakelen naar een elektrisch voertuig betekent dus een aanzienlijke verbetering voor de luchtkwaliteit, in het bijzonder in steden.(1) Hier kan zelfs de meest zuinige verbrandingswagen niet aan tippen. Net als conventionele auto’s veroorzaken de elektrische varianten wel nog fijn stof door slijtage van banden en remmen. Dit kan teruggedrongen worden door lichtere wagens te produceren, betere types banden te gebruiken en regeneratief te remmen.(2)

Het milieuvoordeel van elektrische auto’s stijgt verder door de elektriciteit voor de productie en beweging uit schone en hernieuwbare bronnen op te wekken. Een mooi voorbeeld is de Gigafactory van Tesla, die volledig op hernieuwbare energie draait.(3) Studies tonen aan dat dit ook op grote schaal haalbaar is. Om 80% van alle wagens op elektriciteit te laten rijden is er in Europa slechts 9,5% meer elektriciteitsproductie nodig. Voor België gaat het over 13%.(4) Dat is mogelijk: een groot deel van die elektriciteit valt zelfs elders te besparen, bijvoorbeeld door huishoudtoestellen of industriële productieprocessen efficiënter te maken.

Om een volledig beeld te schetsen moeten we ook de uitstoot van de productie van de wagens en de elektriciteitsopwekking meetellen. We beschouwen dus de uitstoot over de volledige levenscyclus van de elektrische wagen. De resultaten zijn treffend. In Nederland stoot een elektrisch voertuig over de volledige levenscyclus vandaag ongeveer 30% minder CO2 uit dan een benzinewagen. Dit wordt zelfs 70% minder CO2 als de elektriciteit volledig uit hernieuwbare bronnen afkomstig is.(5) Door de lagere CO2-intensiteit van de Belgische elektriciteitsproductie stoten elektrische voertuigen in ons land over de gehele levenscyclus 3 keer minder CO2 uit dan conventionele en als ze op groene stroom rijden maar liefst 15 keer minder.(6) In de meeste industrielanden ligt het voordeel momenteel ergens tussen de Nederlandse en Belgische situatie.(7) Een elektrisch voertuig stoot er ongeveer de helft minder CO2 uit.

Figuur 1: CO2-uitstoot van elektrische en conventionele voertuigen over de volledige levenscyclus.

Grondstoffenverbruik

Hoe zit het met het grondstoffenverbruik? Een terechte vraag, want de batterijen van elektrische wagens bevatten schaarse grondstoffen. Het is belangrijk te duiden dat deze ook in andere wagens voorkomen, bv. in de katalysatoren van verbrandingsmotoren.(8) Bovendien zijn wetenschappers het er niet over eens of er meer grondstoffen nodig zijn voor elektrische voertuigen.

Wel stijgt bij een toenemende productie van elektrische wagens ook de vraag naar bepaalde grondstoffen. Daarom ijveren we met BBL parallel voor een circulaire economie. Dit betekent dat de ontginning van grondstoffen gebeurt met een minimale milieu-impact en respect voor de mensenrechten. Er blijven zoveel mogelijk grondstoffen in de keten en de onderdelen van een versleten wagen worden maximaal hergebruikt of -als er geen andere optie overblijft- gerecycleerd. 

Realistisch droombeeld

Einstein zei ooit “We cannot solve our problems with the same thinking we used when we created them”. En dat geldt ook voor ons mobiliteitsbeleid.

We concluderen dus dat elektrische auto’s minder uitstoten en niet noodzakelijk meer grondstoffen verbruiken. Vervangen we dan gewoon alle wagens door elektrische versies? Nee. Als we elektrische auto’s op dezelfde manier inzetten als onze huidige wagens staan we nog steeds dagelijks in de file en verbruiken we te veel tijd, energie, grondstoffen en ruimte. Einstein zei ooit “We cannot solve our problems with the same thinking we used when we created them”. En dat geldt ook voor ons mobiliteitsbeleid.

In de toekomst zal gedeeld en collectief elektrisch vervoer een cruciale rol spelen. In steden krijgen fietsers en voetgangers een prominente plek in het straatbeeld. De tijd dat iedereen een eigen wagen in de garage heeft staan is voorbij. Autodelen wint aan populariteit en rijen geparkeerde auto’s ruimen plaats voor meer groen en veilige speelplaatsen voor kinderen. Een droombeeld, denkt u? Niets is minder waar. In tal van Europese steden worden deze principes nu al toegepast. 

Helsinki for the win

Helsinki is één van deze koplopersteden.(9)(10) De Finse hoofdstad wil gedeeld en collectief vervoer zo aantrekkelijk maken dat een eigen wagen overbodig wordt. Met één app en één betaling krijg je er voor iedere vraag een comfortabel en snel traject van minibusjes, deelfietsen, ferry’s of taxi’s.(11) Drukke wegen zullen er binnenkort veranderen in aangename straten met cafés en terrasjes. Goede fietsinfrastructuur en een performant collectief vervoer winnen terrein. Er komen groene corridors en nieuwe parken in de stad. Zo wordt de stad niet alleen schoner en veiliger, maar ook aangenamer om in te leven.

Om dit te verwezenlijken herdenkt de stad ook de manier waarop ze ruimte gebruikt.  Via het principe van Transit Oriented Development bouwt ze nieuwe woningen, kantoren en voorzieningen zoals winkels, bibliotheken en scholen in de kern van de stad en op plaatsen die goed bereikbaar zijn met het openbaar vervoer. Door woningen en voorzieningen samen in de kern te bouwen vermindert Helsinki de nood aan verplaatsingen. 

Helsinki bewijst dat een daadkrachtig mobiliteitsbeleid zich niet tegen technologische evoluties zoals elektrische wagens keert, maar ze maximaal integreert in een ruimer mobiliteitsplan dat meer welzijn beoogt. Elektrische wagens zijn een deel van de oplossing: een manier om mobiliteitsdiensten te voorzien zonder fossiele brandstoffen en luchtvervuiling. Ze brengen ons een stap dichter bij de duurzame en aangename stad, maar enkel als we ze doordacht inzetten.

Mathias Bienstman

Beleidscoördinator

Ervaren debater en opiniemaker. Zijn opleidingen als moraalfilosoof en econoom geven hem een frisse kijk op tal van milieuproblemen zoals klimaat, energie, mobiliteit en fiscaliteit. Als coördinator van de beleidsploeg is hij uitermate geschikt om linken te leggen tussen verschillende milieuthema’s.

Meer over Elektrische wagens

Ontvang Link

  • Maandelijks tips voor al wie lokaal actief is voor een beter milieu


Andere nieuwsbrieven van BBL