Broenbeek

(c) West-Vlaamse Milieufederatie

Groenblauwe assen: naar een integrale watervisie?

Broenbeek

(c) West-Vlaamse Milieufederatie

Vlaanderen wil de ecologische kwaliteit van haar waterlichamen herstellen. Terecht, de blauwe aders door het landschap voeden vele gebruikers: van drinkwaterproducenten – en dus burgers, tot de gewassen op de akkers. Ook de natuur en het overleven van soorten in een veranderend klimaat, is afhankelijk van dat water. Met vele beheerders en regels voor gebruik (van lozing, over recreatie tot captatie), komen vele ideeën en versnippering. De stroomgebiedbeheerplannen moeten al die ideeën samenbrengen zodat de groenblauwe assen weer structuur geven aan het landschap, van bron tot monding. Van verspreide projectjes naar een integrale visie: laat je inspireren door de groenblauwe aders in Amsterdam en Antwerpen. 

Bij ons, in de Jordaan, waar de reigers in de grachten staan

Akkoord, Roeselare is Amsterdam niet, maar de uitdagingen zijn voor iedereen dezelfde: klimaatverandering en verstening zorgen voor wateroverlast en -tekort, zomerse hitte-eilanden en achteruitgang van de biodiversiteit. We moeten ook wat dichter op elkaar leven, maar willen geen kwaliteitsverlies hebben. 

Amsterdam nam in 2011 de handschoen op en stippelde een allesomvattende visie 2040 uit om groenblauwe assen als drager van het landschap en haar functies te herstellen. Van regenbestendige wijken (Rainproof Amsterdam), over groenblauwe assen door de stad die aantakken op de herstelde turflandschappen in het noorden en het bos in het zuiden. 

Het belang van stedelijk groen werd – net zoals bij ons- in het verleden gelijk gesteld met het belang voor recreatie van de stadsbewoners. Dat in dit groen ook hier en daar een diertje zat, was mooi meegenomen, meer niet. In 2010 kantelde deze beleidsvisie door de provinciale ecologische structuur –vastgelegd in een ruimtelijke verordening. Hierbij werden gebieden en verbindingszones aangewezen als onderdeel van een ecologisch netwerk, met als doel planten en dieren in de verstedelijkte Randstad zoveel mogelijk overlevingskansen te bieden. Vergelijkbare principes als in Vlaanderen, maar dan verordenend in praktijk gebracht. 

De Amsterdamse ecologische structuur is namelijk een uitwerking van en aanvulling op het provinciale ecologische netwerk. Amsterdam voegt een aantal dwars- en parallelverbindingen toe om het geheel sterker te maken. Groenblauwe assen maken de stad niet alleen waterbestendig, maar versterken ook de biodiversiteit. Goed zichtbare soorten als kikkers, vlinders, reigers, libellen, egels en konijnen vergroten de belevingswaarde van de stedelijke groengebieden.

Hoe kunnen we dit realiseren?

Het principe waarmee de visie gestalte wordt gegeven, is eenvoudig: een kaart met de grote groene assen, duidt de indicatieve verbindingswegen aan op grote schaal: de ecologische hoofdstructuur. Het is evident dat heel wat van deze assen gelijk lopen met de blauwe assen. De indicatieve assen worden op kleinere schaal uitgewerkt. Vervolgens worden de lokale knelpunten aangeduid op de kaart, met - per punt- de kost om deze op te lossen en prioritering voor het aanpakken van de punten. 

De plannen op papier moeten ook leiden tot verandering. Als ruimtelijke plannen in aanmerking komen voor een toetsing door de stedelijke overheid, dan worden die plannen met deze ecovisie beoordeeld. Nieuwe projecten moeten op zoek gaan naar middelen om eventueel verlies van biodiversiteit en passage, te mitigeren (ter plaatse). Knelpunten worden bij bestaande en nieuwe infrastructuurprojecten opgelost, met middelen van de Stad, verschillende bestaande fondsen en eigen middelen van de ontwikkelaar. De Stad heeft ook een gedragscode, waarin ecologisch beheer in functie van een toenemende biodiversiteit, per zone wordt aangegeven. En bewoners worden, extra in de ecologische passages, aangemoedigd om natuurinclusief te (ver)bouwen (groendaken, nestkastjes, gevelbegroeiing, hagen, …). Met een interactieve kaart kunnen ze de lokale waarnemingen inbrengen en opvolgen. Ze kunnen nagaan welke knelpunten er reeds werden opgelost en worden meegenomen om buurtgericht zelf aan de slag te gaan. Zo krijgt de egel zijn passage onder het tuinhek om van het ene vijvertje naar de andere haag te wandelen en wordt het watersysteem van tuin tot hemelwaterbeheer terug hersteld van de haarvaten naar de grote aders.  

Opschalen van het Antwerpse Waterplan?

Een ‘groenblauw raamwerk’, dat is ook de basis van het Antwerpse Waterplan. Vanuit de erkenning dat technische maatregelen een eindigheid hebben, dat het landschap en het natuurlijke systeem de basis vormen voor een robuust watersysteem en dat de geschiedenis van dat landschap ook de sleutel vormt voor de toekomst, gaat de Stad Antwerpen aan de slag voor een mobiliserend waterverhaal. Vanuit een algemeen plan, waar waterbeheer en waterkwaliteit zich zoveel mogelijk inpassen in het natuurlijk systeem, wil Antwerpen komen tot een meer adaptieve stad. Een stad die voldoende robuust omgaat met veranderingen en flexibel genoeg is om mee te bewegen met toekomstige (klimaat)ontwikkelingen. Het is zaak om de balans te vinden tussen fysieke ingrepen - die in eerste instantie probleemoplossend zijn- en publieke bewustwording om de burger in de actie te betrekken. De co-benefits van een aangenamer stadsbeeld en verkoeling in hittedagen, zijn een uitnodiging tot brede samenwerking. 

Vlaanderen aan zet

Waar Antwerpen buurtgericht allianties aangaat, vanuit een overkoepelde visie, om haar Waterplan uit te rollen, kan dit op grotere schaal in Vlaanderen gebeuren.  De haarvaten van het systeem zijn de bossen, moerasgebieden, poelen, graslanden, die de brongebieden voeden. Maar ook die 9% tuinen waar water langzaam de grond in kan, of de infiltratiekratten en het groen op bedrijventerreinen en in straten. Beekvalleien met beekbegeleidende begroeiing zijn niet alleen de snelwegen voor beestjes om een partner te zoeken, of voor unieke planten die voor elke oever weer anders zijn: ze zijn ook de buffer voor als er te veel water valt, of de bron van leven op en naast het veld. 

Om de doelen van de Kaderrichtlijn water te halen, moeten we terug luisteren naar wat de geschiedenis ons vertelt en dit vertalen naar vandaag. Groenblauwe assen versterken is ze dan ook de ruimte geven om met een open en brede bedding verkoeling en buffering te voorzien in stedelijk gebied en de menselijke functies te enten op een goed functionerend ecosysteem. Maar het is ook het herstel van de natuurlijke bedding in landelijk gebied en een onderhoud dat aangepast is aan de ecologische noden. Het is het herstellen van de waterkwaliteit, om de natuur en de economie die afhankelijk is van deze assen, terug alle kansen te geven.  

Groenblauwe assen veronderstellen dan ook gebiedsgerichte samenwerking tussen natuur, landbouw, overheid, kennisinstellingen, burger en economie. En een ruimtelijke verankering van die elementen die het watersysteem opbouwen: een Vlaamse klimaatrobuuste groenblauwe structuurvisie. 

Momenteel loopt een openbaar onderzoek. Tijd dus om ook als burger je stem te laten horen. Samen met vele partners en experts hebben we een bezwaarschrift opgesteld. Doel? De stroomgebiedbeheerplannen een pak ambitieuzer maken. 

Ja, ik geef mijn stem voor proper water

Waterkwaliteit West-Vlaamse Milieufederatie #watervoorlater

Meer over Waterkwaliteit