Industrie in het klimaatplan: duidelijk kader gevraagd | Bond Beter Leefmilieu

U bent hier

Industrie in het klimaatplan: duidelijk kader gevraagd

Sara Van Dyck
CC cwizner
De uitdaging om onze industrie mee te krijgen in het pad naar klimaatneutraliteit is enorm. In het Vlaamse klimaatplan lezen we hiervoor een waaier aan - mogelijk interessante- maatregelen. Het ontbreekt echter aan overkoepelend kader met duidelijke doelstellingen.
 
Vrijwillige overeenkomsten als speerpunt
 
Vast staat dat Vlaamse regering veel verwacht van een nieuw rondje energiebeleidsovereenkomsten (EBO) voor de industrie. Deze vrijwillige overeenkomsten tussen bedrijven en de overheid, werden ingevoerd om energiebesparing bij bedrijven te stimuleren. De EBO’s hebben energiebesparing hoger op de bedrijfsagenda geplaatst, maar leverden amper 3,6% energiebesparing op vier jaar.
 
De overeenkomsten zorgden de laatste jaren ook niet voor een absolute daling van de CO2-uitstoot.  Zonder stevige bijsturing van het industrieel beleid, onder andere via een versterkte EBO, zal de uitstoot van de industrie ook de komende jaren niet dalen. De intentie om doelgroepen en maatregelen van de EBO’s te verruimen en naast energie-efficiëntie ook de klimaatimpact en het efficiënt materiaal- en watergebruik in rekening te brengen is een goed voornemen. Maar in de eerste plaats is een grondige evaluatie van de aflopende EBO’s en de kosten en baten van dit instrument cruciaal. De nieuwe EBO’s moeten daarna op een transparante manier vorm krijgen. 
 
In het licht van de klimaatuitdaging, zullen vrijwillige engagementen niet meer volstaan. Ook normerend beleid zal een rol moeten spelen. Op dat vlak is de in het klimaatplan voorziene uitbreiding van de verplichting om energieplannen op te maken voor iets kleinere bedrijven, een goede zaak. Maar er zal meer nodig zijn. 
 
Innovatie voorop - maar kader ontbreekt
 
Innovatie krijgt - terecht- de nodige aandacht in het klimaatplan. Daarbij wil de regering ook inzetten op internationale samenwerking en gebruik maken van de Europees voorziene fondsen. De eerder aangekondigde moonshot spelen hier een belangrijke rol. Maar dat dreigt ‘too little too late’ te worden. De moonshot kan zeker haar rol spelen binnen een breder industrieel transitiekader, maar zolang dat kader ontbreekt, is het onduidelijk waar dat ons juist moet brengen. 
 
Het klimaatplan kondigt een studie aan over het transitiepotentieel van de Vlaamse industrie. Hopelijk kan die studie daar antwoorden op bieden en heeft ze aandacht voor de brede waaier aan instrumenten die nodig zal zijn om onze industrie mee te krijgen op het pad naar klimaatneutraliteit en circulariteit. Zeker wat dit laatste aspect betreft zien we nog onvoldoende aandacht in het industrieel klimaatbeleid. Nochtans is het een onmisbaar element, zoals blijkt uit tal van recente studies over het thema.
 
Groene energie voor de industrie gevraagd
 
Het is goed dat er ook aandacht gaat naar de vergroening van de energiedragers in de industrie. Maar de vooropgestelde 10 procent is wel erg bescheiden. Bovendien laat het klimaatplan nog grotendeels open hoe de regering deze doelstelling echt zal waarmaken. 
 
Vast staat dat voor een vergroening van de industrie zeer veel hernieuwbare energie zal nodig zijn. We hopen dan ook dat industrie en hernieuwbare energie elkaar het komende decennium naar een hoger niveau tillen, door maximaal op zoek te gaan naar synergieën. Niet alleen in de uitbouw van hernieuwbare energie, maar ook in de voorziening van de benodigde infrastructuur. En daar zal het cruciaal zijn om ook de nodige beleidskeuzes te maken. Ook op het vlak van oplossingsrichtingen. 
Zo worden koolstofopvang en hergebruik (CCS/CCU) in het klimaatplan verschillende malen vernoemd.
 
Deze technologieën zullen allicht nodig zijn, maar zijn een last-resort voor het opvangen van uitstoot die we op korte termijn niet kunnen vermijden. Een helder kader moet duidelijk maken in hoeverre de prioritaire oplossingen zoals een veel sterkere circulaire industrie (denk aan nieuwe productieprocessen, materiaalefficiëntie, sluiten van grondstofketens enzovoort), elektrificatie en het gebruik van groene waterstof de klus kunnen klaren. CCU en eventueel CCS kan dan een sluitstuk zijn, en niet andersom. 
 
 

Sara Van Dyck

Beleidsmedewerker en Woordvoerder Energie

Met een pak dossierkennis staat Sara op de barricaden voor hernieuwbare energie en een toekomstbestendige elektriciteitsvoorziening. Ze legt je ook overtuigend uit waarom we kernenergie best aan de deur zetten.

Meer over Klimaatbeleid

Ontvang InZicht

Wekelijks onze kijk op de milieu-actualiteit