Plan voor asbestafbouw: veel goede bedoelingen, weinig tanden | Bond Beter Leefmilieu

U bent hier

Plan voor asbestafbouw: veel goede bedoelingen, weinig tanden

Olivier Beys
Wieland Van Wijk

Deze week presenteerde minister van Omgeving Joke Schauvliege een nieuw asbestafbouwplan. Doel: Vlaanderen ‘asbestveilig’ maken tegen 2040. Dat is een uitstekend voornemen, elk jaar sterven tussen de 750 en 2250 mensen aan de gevolgen van asbestblootstelling. Toch zijn er minstens twee redenen waarom Vlaanderen deze doelstelling niet zal halen.

Huurders worden niet beschermd

Het plan verplicht de opmaak van een asbestinventaris tegen 2032 voor elk gebouw dat voor 2001 gebouwd is. De komende jaren neemt het risico op asbestblootstelling immers gevoelig toe. Hoe ouder het asbest, des te meer het begint te rafelen waardoor het makkelijker vrijkomt. Zeker binnenshuis neemt het risico toe.

Om mensen versneld te informeren, bepaalt het plan dat de opmaak van de inventaris verplicht zal zijn bij verkoop van een pand vanaf 2021 of 2022. Vreemd genoeg is dat niet het geval voor verhuur. Nochtans had OVAM in zijn voorstel voor het actieplan aangegeven dat het ontbreken van een asbestinventaris blootstellingsrisico’s voor zowel eigenaars, huurders, werknemers als hun gezinnen met zich mee brengt.

Er bestaat geen enkele reden waarom huurders geen recht hebben om informatie over potentieel gevaarlijk asbest. Huurwoningen behoren vaak tot het segment van oudere gebouwen die minder intensief beheerd en gerenoveerd worden. Het risico op asbest in dit segment is dan ook relatief hoog. Mensen in armoede huren vaak huizen in slechte staat. De kans dat asbest in risicovolle toestand aanwezig is in dergelijke huizen is dan ook groot.

Gezien de huurbazen de asbest moeten inventariseren en verwijderen, hebben mensen in armoede op middellange termijn baat bij een versneld asbestafbouwbeleid. Dat kan pas als ook hun woningen verplicht in kaart worden gebracht.

Verplichting voor overheid, niet voor eigenaars 

Publieke gebouweigenaars moeten in twee fases hun toegankelijk asbest (en asbest met verhoogd risico) verwijderen tegen 2034 en 2040. Privé-eigenaars krijgen daarentegen geen verplichting opgelegd, enkel een streefdatum. Men wil het 'goede voorbeeld' overlaten aan overheden, en hopen dat de maatregelen in het actieplan volstaan. 

Wel zullen sectorprotocollen met bedrijven opgestart worden. Residentiële gebouweigenaars vallen daar echter niet onder. Proefprojecten van Ovam hebben aangetoond dat een aanzienlijk aandeel van de woningeigenaars niet tot asbestverwijdering zal overgaan, ook al worden zij hiertoe gesensibiliseerd, volledig ontzorgd en wordt de verwijderingskost volledig voor hen gedragen door de overheid. Ook hier zijn de kwetsbaarsten in de samenleving de dupe.

Zelfs in een best case scenario, zal het risicovol en toegankelijk asbest zonder verplichting niet verwijderd worden. Wel voorziet OVAM in periodieke evaluaties van opvolgingsnota’s naar de Vlaamse Regering om de voortgang van het afbouwbeleid te evalueren en de Vlaamse Regering nieuwe regelgevende of ondersteunende maatregelen voor te stellen indien het afbouwtempo niet volstaat om de beleidsdoelstellingen 2034 en 2040 te behalen.

Dit geeft echter geen enkele garantie op handhaving, en laat de verantwoordelijkheid om duidelijke verplichtingen in te voeren over aan toekomstige beleidsmakers.

Superministerraad hoopt op volgende superregering

Het is opvallend dat de regering het uitvoerige onderzoek van OVAM (RIA, kosten-batenanalyse, stakeholderbevraging) op bovenstaande punten straal negeert. Men schuift de hete aardappel op een aantal cruciale punten door naar toekomstige regeringen, een rode draad in de ministerraad voor het zomerreces.

Het is aan de volgende regeringen en parlementen om de voortgang van het actieplan nauwgezet in de gaten te houden. We moeten absoluut vermijden dat het scenario van de kernuitstap, al jaren wettelijk verankerd maar nooit goed voorbereid, zich herhaalt op vlak van asbest. Want dit toxisch goedje eist nu al jaar na jaar honderden levens. 

Dit artikel draagt bij aan volgende duurzame ontwikkelingsdoelen:

Olivier Beys

Beleidsmedewerker circulaire economie
Meer over Bodem, Luchtkwaliteit

Ontvang InZicht

Wekelijks onze kijk op de milieu-actualiteit