0,5 miljard euro aan ‘duurzame investeringen’ in landbouw, milieuwinst: zero, noppes, niks | Bond Beter Leefmilieu

U bent hier

0,5 miljard euro aan ‘duurzame investeringen’ in landbouw, milieuwinst: zero, noppes, niks

Laurens De Meyer

Vorige week werd het nieuwe milieurapport (MIRA) van de Vlaamse Milieumaatschappij voorgesteld. Dit rapport onderzoekt hoe belangrijke maatschappelijke systemen presteren op milieuvlak. Het legt de weeffouten in ons voedingssysteem bloot en haalt aan welke systeemveranderingen zich opdringen. De fouten blijken ernstig en chronisch. De laatste tien jaar is onze landbouw er ondanks enorme investeringen niet in geslaagd de broeikasgas- en ammoniakuitstoot terug te dringen. 

De meest gehoorde discussie in landbouwmiddens wanneer het over verduurzaming gaat is: kiezen we voor duurzame intensivering, of moeten we ons voedingssysteem ten gronde aanpassen? Het MIRA-rapport laat er geen twijfel over bestaan. Het pad van duurzame intensivering loopt op zijn limieten. Deze visie zorgt dan wel voor hoge efficiëntie per kilogram product, maar de totale milieu-impact blijft systematisch de grenzen overschrijden. 

Straatje zonder einde 

Vanuit politieke middens, aangespoord door klassieke landbouworganisaties is de laatste decennia zwaar ingezet op schaalvergroting. De bijbehorende milieu-impact werd aangepakt door dure ‘end of pipe’-oplossingen zoals luchtwassers en mestverwerking.  

Het aandeel ammoniakemissie-arme stallen steeg in Vlaanderen tussen 2007-2015 van 4 tot 24 procent voor varkens. In de pluimveesector ging het in dezelfde periode van 14 naar 43 procent. Sinds 2004 werd meer dan 0,5 miljard euro aan subsidies toegekend voor de bouw van emissiearme stallen.  

Deze technische aanpassingen, gefinancierd met belastinggeld, blijken geen effect te hebben op de totale ammoniakuitstoot. Sinds 2004 is deze gestagneerd omdat het gunstige effect van de emissie-arme stallen en mestverwerking tenietgedaan wordt door de groei van de veestapel. 

MIRA aan de waterhoek

Ook de nitraatconcentraties in het oppervlaktewater dalen te traag. De laatste twee jaren is nog amper verbetering merkbaar en de beleidsdoelstellingen worden jaar na jaar niet gehaald. Ook hier legt het MIRA-rapport de vinger op de wonde: het zijn vooral de regio’s met de intensieve veehouderij zoals Zuid-West-Vlaanderen en de Noorderkempen die erg problematisch blijven. 

Biodiversiteit in de lappenmand

Deze emissies geven aanleiding tot stikstof in het water en de bodem en leiden tot een daling van de biodiversiteit op lange termijn. Deze grens wordt in Vlaanderen overschreden op 83 procent van ons het grondoppervlak. Ook onze kwetsbare Natura 2000 gebieden delen in de klappen. Zo wordt in Vlaanderen de kritische stikstofdepositie overschreden in 51 procent van het Natura 2000. 

Hoog tijd voor echte oplossingen

Het MIRA-rapport biedt een duidelijke uitweg uit deze impasse. Optimalisatie van de productie zal niet meer volstaan. Structurele innovaties in het voedingssysteem zijn nodig. De dalende trend op vlak van vleesconsumptie moet verder worden ondersteund. Een halvering van de consumptie van vlees en zuivel in Europa geeft aanleiding tot 40 procent minder stikstofverliezen en 25 tot 40 procent minder broeikasgasuitstoot. 

Deze dalende vleesconsumptie moet ook resulteren in een daling van de vleesproductie. Enkel zo kan de lokale milieu-impact gereduceerd worden. Op dit vlak heeft de overheid een sterke rol te spelen. 
Verder kan ingezet worden op alternatieve, plantaardige eiwitbronnen. Dergelijke maatregelen kunnen nieuwe economische sectoren laten groeien en het verlies van arbeidsplaatsen in de vleesindustrie compenseren.  

Neuzen in dezelfde richting

"De overheid heeft een sleutelrol om alle neuzen in dezelfde richting te krijgen"

Om de consumenten te stimuleren richting een duurzamere voeding, is een hutsepot van maatregelen nodig. Een betere samenwerking in de keten zorgt ervoor dat duurzamere alternatieven een prominentere plaats krijgen in de winkel. Dit kan nog versterkt worden door milieu- en sociale kosten mee op te nemen in de prijszetting van de producten. 

Dit alles moet door het beleid in een consistente langetermijnvisie gegoten worden. Het MIRA-rapport besluit: “De overheid heeft een sleutelrol om alle neuzen in dezelfde richting te krijgen.” Deze uitdaging is broodnodig voor een duurzame toekomst. 

 

Laurens De Meyer

Beleidsmedewerker voeding en landbouw

Als industrieel ingenieur in de voedingsindustrie legt Laurens in toegankelijke taal uit wat er gebeurt met je eten voor het op je bord komt en welk effect de landbouw heeft op onze omgeving.

Ontvang InZicht

Wekelijks onze kijk op de milieu-actualiteit