Buitenspeeldag wijst op nood aan speelruimte | Bond Beter Leefmilieu

U bent hier

Buitenspeeldag wijst op nood aan speelruimte

Erik Grietens
Car Free Cities

De Vauban-wijk in Freiburg

Gisteren ging de elfde editie van de buitenspeeldag door. Buiten spelen is niet alleen leuk, het is ook belangrijk voor opgroeiende kinderen: zo ontwikkelen ze hun motoriek, sociale vaardigheden, en versterken ze hun immuniteit. Toch blijkt dat kinderen steeds minder buiten spelen en door het toenemende autoverkeer ook steeds dichter bij huis moeten blijven. Een kindvriendelijke ruimtelijke ordening, met compacte woonwijken en veel groene speelruimte dicht bij huis, is een deel van de oplossing.

Speelweefsel

Uit onderzoek van Kind en Gezin blijkt dat steeds minder jonge kinderen regelmatig buiten spelen. Dat heeft veel te maken met het verdwijnen van groene speelplekken in de buurt. Tegelijk blijkt dat de ruimte waarbinnen zij zich zonder begeleiding van hun ouders verplaatsen, de voorbije decennia enorm is afgenomen. Dat komt dan weer door het toenemende autoverkeer, dat op zijn beurt het gevolg is van onze slechte ruimtelijke ordening. Door de vele afgelegen verkavelingen en lintbebouwing, moeten we voortdurend de auto gebruiken, ook om kinderen naar school of de jeugdbeweging te brengen.

Om groene speelplekken weer veilig bereikbaar te maken, zetten steeds meer gemeenten in op het ontwikkelen van een ‘speelweefsel’. Daarbij worden veilige wandelpaden of fietspaden uitgebouwd tussen speelplekken, de school, het zwembad, de bib of de sporthal. Zo kunnen kinderen zelf naar buiten trekken en zijn ze minder afhankelijk van de auto om op hun favoriete plekje te raken.

Het Freiburg-model

In ruimtelijke plannen wordt vaak nog te weinig rekening gehouden met de noden van kinderen en jongeren. Een eerste nood is speelruimte dicht bij huis. Dat vraagt om minder verspilling van ruimte bij nieuwe woonwijken. Een goed voorbeeld is de wijk Vauban in de Duitse stad Freiburg, uitgegroeid tot een internationale standaard voor duurzame woonwijken.

Deze wijk heeft met 95 woningen per hectare een hoge woningdichtheid, zeker naar Vlaamse normen. In veel Vlaamse verkavelingen raken we nog niet aan 15 woningen per hectare. Het is net dankzij deze compacte bebouwing dat er veel groene speelruimte overblijft. Bovendien loopt het private deel van de tuinen naadloos over in het publiek toegankelijke groen, waardoor kinderen heel spontaan contact leggen met hun speelkameraadjes. Het autoluwe karakter van de wijk, dankzij een gezamenlijk parkeergebouw aan de rand van de wijk, maakt het geheel af. Net dankzij de hoge woondichtheid is deze wijk een toonbeeld van een leefbare en kindvriendelijke woonomgeving.

Ook in Vlaanderen?

Uit een eerdere bevraging van de administratie Ruimte Vlaanderen, bleek dat een meerderheid van de Vlamingen te vinden is voor dit Freiburg-model. Dichter bij elkaar wonen met veel publiek groen, is ook één van de uitgangspunten van het nieuwe Beleidsplan Ruimte Vlaanderen, de zogenaamde betonstop. Het is nog steeds wachten op de goedkeuring van dat plan door de Vlaamse regering. Wij hopen alvast dat dit soort wijken dankzij de betonstop ook in Vlaanderen het nieuwe woonvoorbeeld wordt.

Dit artikel draagt bij aan volgende duurzame ontwikkelingsdoelen:

Erik Grietens

Beleidsmedewerker ruimte

Erik Grietens werkt al meer dan 20 jaar voor Bond Beter Leefmilieu en bouwde in die tijd een ruime expertise op over ruimtelijke ordening. Hij is ook auteur van het boek Vlaanderen in de knoop dat een uitweg beschrijft uit de ruimtelijke wanorde.

Ontvang InZicht

Wekelijks onze kijk op de milieu-actualiteit