Europa schiet met scherp op plastic vervuiling | Bond Beter Leefmilieu

U bent hier

Europa schiet met scherp op plastic vervuiling

Olivier Beys
Rich Carey (Shutterstock)

Sinds kort schakelt de Europese Commissie een versnelling hoger in de strijd tegen schadelijk plastic afval. Zo komt er een heffing op niet-gerecycleerd verpakkingsafval en een nieuwe verpakkingsrichtlijn. Daarmee speelt de Commissie in op een duidelijk toegenomen bewustzijn bij burgers en regeringen in Europa. Tijd om even stil te staan of dit beleid de goede richting uitgaat, en wat zoal de gevolgen zijn in ons land.

Een nieuwe heffing

Begin deze maand stelde Commissievoorzitter Juncker de nieuwe meerjarenbegroting 2021-2017 voor. Aangezien de Brexit een gat van 12 à 13 miljard euro slaat in de Europese begroting, gaat de Commissie naast besparingen op zoek naar extra middelen. Een van die maatregelen is een nationale heffing van 0,80 euro per kilogram niet-gerecycleerd verpakkingsafval.

De maatregel slaat twee vliegen in één klap: ze kan in heel Europa tot 7 miljard euro inkomsten opleveren, en kan ook sturend werken. De heffing stimuleert bedrijven namelijk om minder verpakkingsafval te creëren, wat meteen inspeelt op de doelstellingen van de Europese ‘Plastic Strategy,’ die de Commissie begin dit jaar publiceerde.

Bovendien werd in Europa recent een nieuwe verpakkingsrichtlijn goedgekeurd, die nieuwe doelstellingen rond hergebruik en recyclage bevat. Volgens die richtlijn moet 50% van de kunststoffen hergebruikt of gerecycleerd worden tegen 2025. Tegen 2030 moet dat 55% zijn. Vandaag ligt het recyclagecijfer van plastic nog op 41% (en in eigen land slechts op 30%). De rest wordt verbrand of gestort. We zijn dus nog ver verwijderd van een circulaire plastic keten.

Is dat een goede zaak?

De vraag is in welke mate zo’n heffing een ingrijpend effect teweeg brengt. In België bestaat er al een federale verpakkingsheffing sinds de jaren ’90, maar ze werkt allerminst sturend. Een heffing kan alleen helpen als ze gerecycleerd plastic kan laten concurreren met nieuw plastic. Momenteel is de prijs van nieuw plastic namelijk erg laag. Als dat onevenwicht blijft, zullen bedrijven voortdoen zoals voorheen.

Verder bestaan nog tal van andere obstakels, zoals de (doorgaans onterechte) vrees bij consumenten en producenten dat gerecycleerd plastic een lagere kwaliteit heeft, of de wildgroei aan complexere plastic verpakkingen die recyclage bemoeilijken en dus duurder (of zelfs onmogelijk) maken. Een recente studie van Go4Circle (in opdracht van de FOD Leefmilieu) brengt die problemen duidelijk in kaart.

Enerzijds kan de sector meteen aan de slag om die problemen op te lossen, anderzijds is een duidelijk beleid nodig om bepaalde niet-recycleerbare plastics te verbieden en het aandeel van gerecycleerd materiaal (de ‘recycled content’) in producten te verplichten en geleidelijk aan op te drijven.

Dat is de doeltreffendste manier om steun te bieden aan de markt van recyclaat, die zelfs met hogere heffingen op nieuw plastic nog steeds moeite heeft om te concurreren. Als we de circulaire economie serieus nemen, moet het aandeel nieuw plastic in al onze producten stelselmatig dalen. Dit kunnen we perfect in beleidsdoelstellingen gieten, om zo meer innovatie in de sector te stimuleren.

Is dat voldoende?

Maar als we het probleem van plastic zwerfvuil en de toenemende plastic soep willen vermijden, is het niet voldoende dat het aandeel nieuw plastic daalt. We moeten er ook voor zorgen dat plastics, gerecycleerd of niet, geband worden uit het milieu. In eigen land is het debat rond statiegeld op plastic flesjes (en blikjes) een mooi voorbeeld.

We slagen er na anderhalf decennium sensibilisering nog steeds niet in om plastics uit onze natuur en leefomgeving te houden. Tegelijk neemt de buitenhuis-consumptie van voedselverpakkingen en ander afval toe. Recent is een fel gestegen bewustzijn ontstaan bij burgers en overheden rond het probleem van wegwerpverpakkingen, in het bijzonder die uit plastic.

Verschillende landen steken elkaar de loef af met nieuwe maatregelen. Frankrijk neemt stappen om statiegeld op plastic flessen en blikjes in te voeren, het VK wil plastics voor eenmalig gebruik (m.a.w. wegwerpplastics) in rietjes en andere producten aan banden leggen, en in Vlaanderen legt minister Schauvliege heel binnenkort een verpakkingsplan op de regeringstafel.

Een nieuwe wet

Ook de Europese Commissie is hard aan het werk. Ze bereiden een nieuwe richtlijn voor om eenmalig gebruik van plastics (wegwerpplastics) terug te dringen. De ontwerpversie is gelekt, en ziet er veelbelovend uit. Ze lijsten terecht een aantal wegwerpplastics op waarvoor meteen een verbod geldt. Het gaat om producten waarvoor een alternatief bestaat, zoals wattenstaafjes, plastic bestek en rietjes.

Daarnaast vraagt de Commissie aan de Europese lidstaten om een ‘significante’ reductie in de consumptie van voedselverpakkingen en wegwerpbekers binnen de 6 jaar na omzetting van de Europese wet in nationale wetgeving. Dat op verschillende manieren: door reductiedoelstellingen in te voeren, via doelstellingen rond een minimaal aandeel herbruikbare verpakkingen, of door consumenten in de winkel te laten betalen voor wegwerpverpakkingen.

Een van de meest opvallende doelstellingen is de ambitie om tegen 2025 90% van de plastic wegwerpflessen die op de markt komen, in te zamelen. Dat kan op twee manieren: ofwel via een rechtstreeks statiegeldsysteem, ofwel door een systeem van uitgebreide producentenverantwoordelijkheid.

Producenten moeten in dat geval opdraaien voor de kosten van inzameling, transport en verwerking, voor de opruimkosten in geval van zwerfvuil, en voor de kosten voor sensibilisering. De ervaring in landen zoals Noorwegen leert dat in het geval van hoge inzameldoelstellingen enkel een statiegeldsysteem in aanmerking komt. De Commissie weet dat dit een gevoelig thema is en laat de keuze, maar de facto zal dit op hetzelfde neerkomen.

Overigens lijst de Commissie ook producten op waarvoor een uitgebreide producentenverantwoordelijkheid zal gelden, zoals voor de enorme hoeveelheden plastic visnetten in onze zeeën, plastic zakjes, sigaretten, enzovoort. Al deze voorstellen moeten uiteraard nog via de lidstaten en het Europees Parlement passeren, maar gezien de brede steun voor deze maatregelen, is de kans groot dat we flinke stappen vooruit zullen zetten.

En in Vlaanderen?

In Vlaanderen halen we volgens officiële cijfers 85% inzameling, al zijn die cijfers een overschatting, zoals we hier al vaker hebben aangekaart. Mede dankzij nieuwe meetmethodes in de nieuwe Europese afvalwetgeving, zal het officiële cijfer in Vlaanderen licht dalen. Hoe dan ook is het duidelijk dat niet alleen onze buurlanden statiegeldsystemen overwegen of invoeren, maar dat ook de Europese Commissie een steeds duidelijkere koers vaart.

Op dit moment overlegt minister Schauvliege met de regeringspartners over een nieuw verpakkingsplan, waarin de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid zowat de grootste prioriteit vormt. Gelet op de bredere Europese context, en de noodzaak om fundamentele stappen vooruit te zetten in ons zwerfvuilbeleid aangaande wegwerpplastics, is een statiegeldsysteem meer dan ooit een logische keuze.

Dit artikel draagt bij aan volgende duurzame ontwikkelingsdoelen:

Olivier Beys

Beleidsmedewerker circulaire economie
Meer over Plastics

Ontvang InZicht

Wekelijks onze kijk op de milieu-actualiteit