Chemiebedrijf Ineos verandert het geweer van schouder | Bond Beter Leefmilieu

U bent hier

Chemiebedrijf Ineos verandert het geweer van schouder

Olivier Beys
Alf van Beem
De huidige fabriek van Ineos in de Antwerpse haven.

Vorig jaar diende Bond Beter Leefmilieu en vele anderen bezwaar in tegen de plannen van Ineos om een terrein in de haven van Antwerpen te ontbossen. Het bedrijf had nog geen vergunning voor de bouw van twee nieuwe fabrieken op dit terrein, er waren dus geen garanties dat de fabrieken passen in een koolstofneutraal en circulair Vlaanderen. Ineos heeft intussen besloten om een nieuwe procedure te starten voor het gehele project.

Aanvankelijk wou Ineos zijn milieuvergunningsaanvraag opknippen in drie verschillende onderdelen om zo een beoordeling van de totale impact van het project te omzeilen. Nu zal Ineos toch nog een rapport opstellen voor het gehele project, waarmee het impliciet toegeeft dat de ‘salamitechniek’ niet correct is, zoals we in ons bezwaar beargumenteerden. Dat is een stap vooruit, maar er is nog ruimte voor verbetering.

Vooraleer het volledige milieueffectenrapport wordt opgesteld, geeft het departement Omgeving van de Vlaamse overheid een advies over de reikwijdte van de te onderzoeken effecten op het milieu. Gedurende een maand (in dit geval tot 30 april) krijgt iedereen de mogelijkheid om de overheid suggesties te geven. Het departement Omgeving houdt vervolgens rekening met deze opmerkingen bij de opmaak van zijn advies. 

ClientEarth bundelde een reeks opmerkingen van verschillende milieuorganisaties, op basis van het eerste voorstel van Ineos. De inbreng van BBL spitst zich toe op de impact van de fabrieken op de klimaatcrisis en de impact van de door Ineos gekozen grondstoffen. Hieronder vatten we de drie belangrijkste punten samen.

Wat nog ontbreekt in het voorstel

Ten eerste is circulariteit en/of substitutie van grondstoffen noodzakelijk om de Europese doelstelling van klimaatneutraliteit voor 2050 te bereiken. Daarom moet Ineos een analyse maken van mogelijke alternatieve grondstoffen voor de fabrieken, nu en in de toekomst en in het bijzonder wat betreft gerecycleerde grondstoffen, voor de productie van de voorziene eindproducten ethyleen en propyleen.

Ten tweede zal Ineos kijken naar de cumulatieve effecten (onder meer op het klimaat) van zijn project. De Europese richtlijn gaat breder dan dat: zowel de directe en indirecte, grensoverschrijdende effecten op korte en lange termijn moeten in kaart worden gebracht. Dus ook de klimaatimpact van de gebruikte grondstoffen, en het antwoord op de vraag of het project in lijn is met de Europese doelstelling om klimaatneutraliteit te bereiken in 2050.

Ten derde moet er een duidelijke oplijsting zijn van de uitstoot en de mitigerende maatregelen en technologieën die voorzien zijn, vergeleken met de maximale mogelijke inspanningen om de nadelige (klimaat)effecten te voorkomen of te beperken. Interessant is dat Ineos een aparte studie wil maken van CO2-opvang. Wat ons betreft behoort dit integraal tot de studie, dit is een bepalend element van het hele project. 

Klimaat

We stellen ons immers de vraag of dit project past in een toekomstgericht industrieel ecosysteem. De aankondiging vorig jaar dat Ineos twee nieuwe megafabrieken zou bouwen in de Antwerpse haven zorgde voor heel wat ophef. De investering van ruim 3 miljard zou een jaarlijkse productie opleveren van 2,5 miljoen ton ethyleen en propyleen, basisgrondstoffen die vooral dienen voor de productie van plastics. 

Als grondstof wil Ineos gebruik maken van ethaan, een gas afkomstig van de schaliegasontginning in de Verenigde Staten. Die ontginning is bijzonder milieuvervuilend, zowel voor de omgeving ter plaatse als voor het klimaat. Recent studiewerk aan Cornell University geeft aan dat 3,6 tot 7,9 procent van het methaan weglekt. Daarmee is het gebruik van schaliegas zelfs schadelijker dan steenkool.

Daarnaast zullen de fabrieken ook voor een directe uitstoot van broeikasgassen zorgen in Antwerpen. De uitstoot van de Vlaamse energie-intensieve industrie, in 2019 goed voor 22,7 miljoen ton, zal hierdoor naar schatting met 5 à 10 procent stijgen. Nochtans heeft Ineos tot dusver geen plannen bekendgemaakt om die uitstoot te vermijden of beperken in lijn met de doelstelling om voor 2050 klimaatneutraliteit te bereiken. 

Crisis

Dat is een groot probleem, want de installaties die Ineos wil bouwen gaan zeker 50 à 70 jaar mee. Het is volstrekt onduidelijk hoe dit valt te rijmen met de noodzakelijke en tijdige transformatie van de industrie, die zal steunen op alternatieve grondstoffen en productieprocessen, circulariteit en hergebruik, en meer. Los daarvan is nog maar de vraag of extra productiecapaciteit wel gewenst en strategisch noodzakelijk is.

Recente Europese wetgeving rond het terugdringen van wegwerpplastics, en aankomend beleid over recyclage en hergebruik van verpakkingen, zal een impact hebben op de vraag, wetende dat 40 procent van alle plastics naar verpakkingen gaat. Tegelijk bestaat nu al een overcapaciteit in de wereldmarkt, die in combinatie met de economische crisis en handelsoorlogen leidt tot sterk dalende marges voor de producenten. 

Boven op het probleem van overcapaciteit zorgt de ineenstorting van de olieprijs voor grote problemen bij producenten die hun productiesysteem afstemmen op ethaan, zoals Ineos dat wil doen. Het prijsvoordeel van ethaan ten opzichte van nafta is helemaal verdwenen. Wellicht zal de olieprijs zich niet op korte termijn herstellen, zodat die situatie zich zal handhaven, en sowieso zullen de marges voor alle producenten zakken.

Tot slot is het onduidelijk hoe de schalie-industrie de komende jaren zal overleven. Wegens de torenhoge schuldenberg komen talloze bedrijven in moeilijke papieren, met faillissementen als gevolg. Dit was voorspelbaar schreven we al, een belangrijkere vraag is hoe we afhankelijkheid van vervuilende en onstabiele grondstofbevoorrading vermijden. Voor industriële veerkracht dringen andere businessmodellen zich op.

Het roer omgooien

Op basis van de tot dusver beschikbare informatie heeft dit project geen toekomst. Er zijn geen garanties dat het in een klimaatneutrale economie past, er zijn geen voorzieningen voor circulariteit van grondstoffen, de schaliegassector is vervuilend, niet rendabel en economisch onstabiel, en er is een overcapaciteit op de markt. Willen we onze economie verankeren in een project dat op al deze punten slecht scoort?

De realiteit is dat België en Vlaanderen nog altijd niet beschikken over een toekomstgericht transitiekader voor een klimaatneutrale en circulaire economie. Hadden we dit wel, dan zou een dergelijk project er helemaal anders uitzien. Dan zou de overheid de nodige ondersteuning bieden en het maatschappelijk middenveld en de burger het nut zien van investeringen voor de toekomst. Het is nog niet te laat. 

 

Olivier Beys

Beleidsmedewerker en Woordvoerder Circulaire Economie

Olivier zoekt naar oplossingen om onze grondstoffen optimaal te benutten, te hergebruiken, te delen en afval te vermijden. Verder staat hij met twee voeten in de praktijk van de deeleconomie als oprichter van gereedschapsbibliotheek Tournevie.

Meer over Plastics

Ontvang InZicht

Wekelijks onze kijk op de milieu-actualiteit