Nee, ‘alles kan’ is geen goed beleid voor leegstaande boerderijen | Bond Beter Leefmilieu

U bent hier

Nee, ‘alles kan’ is geen goed beleid voor leegstaande boerderijen

Erik Grietens
Niks tegen paarden, maar al die weien doen de prijzen van landbouwgrond wel de hoogte in schieten
Uit een nieuw onderzoek van ILVO blijkt dat vier op de tien leegstaande hoeves in Oost-Vlaanderen omgevormd worden naar een villa, vaak met een paardenweide errond. Twee op de tien worden een niet-landbouwbedrijf, zoals een transportfirma of schrijnwerkerij. Slechts in één geval op de tien wordt een leegstaande boerderij opnieuw een landbouwbedrijf. De wetgeving zit vol grijze zones, ‘alles kan’ lijkt het motto. Het gevolg: de prijzen schieten de hoogte in, boeren vinden nog maar moeilijk ruimte en voor boscompensatie is er ook geen betaalbare plek meer. 
 
Opdracht voor volgende regering
 
Jaarlijks sluiten in Oost-Vlaanderen ongeveer 250 landbouwbedrijven de deuren. Er is niet zo veel geweten over wat er met die leegstaande hoeves gebeurt. Dit onderzoek in de regio’s Meetjesland en Zuid-Oost-Vlaanderen brengt meer duidelijkheid. Wat blijkt? Het grootste deel van de hoeves wordt omgebouwd naar een villa. De landbouwpercelen errond worden dan vaak gebruikt om paarden te houden. De paardenhouderij is een onmiskenbare trend in Vlaanderen. Vandaar dat men spreekt over de verpaarding van het platteland. Uit eerdere schattingen bleek al dat ongeveer een derde van alle weilanden in Vlaanderen gebruikt wordt om paarden te houden.
 
Vanuit milieuoogpunt is er niks mis met paarden. Wie rondkijkt in Vlaanderen ziet zelfs heel wat mooie voorbeelden van paardenhouders, die met hagen en houtkanten investeren in een fraaier landschap. De keerzijde van de medaille: de prijzen van landbouwgronden schieten de hoogte in. In het jaar 2000 betaalde je voor een hectare landbouwgrond gemiddeld 17.000 euro, vandaag is 60.000 euro per ha geen uitzondering meer. 
 
Dat maakt het voor startende landbouwers bijna onmogelijk om nog grond aan te kopen. Meteen de voornaamste reden waarom biologische landbouw of korteketenlandbouw zo moeilijk van de grond komt in Vlaanderen. En waarom een organisatie zoals De Landgenoten kunstgrepen met erfpacht via lokale besturen moet inzetten om startende boeren toch aan een stukje grond te helpen. 
 
Oplopende prijzen
 
De sluipende verstedelijking van het platteland, de toenemende vraag naar paardenweiden en de stijgende grondprijzen, zorgen ook voor steeds meer concurrentie tussen landbouw, natuur en bos. Om nieuwe natuurgebieden aan te leggen of nieuwe bossen aan te planten, kom je bijna automatisch bij landbouwgrond uit. Maar die is steeds schaarser en duurder. Ook het compenseren van gekapte bossen wordt hierdoor almaar moeilijker. Zo zijn de tarieven voor boscompensatie niet afgestemd op de oplopende prijzen, waardoor het voor gemeentebesturen steeds lastiger wordt om gronden voor herbebossing te kopen.
 
De vraag is nu hoe de volgende regering hiermee om zal gaan. De wetgeving inzake ruimtelijke ordening vertoont immers heel wat grijze vlekken. Zo is een niet-agrarische functie in principe niet toegestaan in landbouwgebied, maar vaak zijn dergelijke zaken niet vergunningsplichtig (zoals paardenweiden of tuinen op landbouwgrond). Of worden ze niet gecontroleerd en gehandhaafd. Een duidelijker beleid dringt zich dan ook op - in het belang van landbouw, natuur en bos. 

Erik Grietens

Beleidsmedewerker ruimte

Na 20 jaar kent ruimtelijke ordening geen geheimen meer voor Erik Grietens, maakt niet uit of het over betonstop, kernversterking of de kostprijs van onze versnipperde bebouwing gaat.

Ontvang InZicht

Wekelijks onze kijk op de milieu-actualiteit