Scenario Circulair | Bond Beter Leefmilieu

U bent hier

Scenario Circulair

Voorstellen voor de circulaire invulling van leegstaande gebouwen

Erik Grietens

Van lineair naar circulair, van leegstaand naar zinvol

Bevolkingsprognoses van het Federaal Planbureau geven aan dat de bevolking van Vlaanderen de komende decennia nog gevoelig zal groeien, van 6 naar 7 miljoen inwoners. Dat betekent dat er tegen 2030 nood is aan 330.000 extra woningen. Tegen 2050 zijn er een half miljoen extra woongelegenheden nodig. De bevolkingsgroei betekent tegelijk ook extra nood aan ruimte voor crèches, winkels, kantoren, noem maar op. 

In vergelijking met ons omringende landen is de open ruimte in Vlaanderen sterk versnipperd en is de verstedelijking over het hele grondgebied verspreid. Dat blijkt ook uit het ruimtebeslag: met 33% behoort dat tot de grootste van Europa. De afgelopen jaren ging er elke dag 6 hectare open ruimte op de schop. Als we de volgende decennia op dezelfde manier verder blijven bouwen, zou er 17.000 hectare extra bouwgrond nodig zijn om die groei op te vangen. Zuinig ruimtegebruik is dus een enorme uitdaging. Een uitdaging die een grote trendbreuk vraagt. 

Steeds meer groeit ook het inzicht dat gebouwen behalve een ruimtelijke impact ook een enorme milieu-impact hebben: hun opbouw, dagelijks gebruik en verbouwingen vragen om veel materialen, water en energie. Ze veroorzaken bovendien grote afvalstromen. Zo stroomt in Europa 40% van alle materialen naar de bouwsector en is naar schatting 40% van alle afvalstromen afkomstig van renovatie en sloop van gebouwen. Weliswaar wordt meer dan 90% van dat sloopafval gerecycleerd, maar dat is toch vooral in een lineair model: steenpuin bijvoorbeeld wordt gebroken en vooral als fundering voor wegen of gebouwen gebruikt. Om de stap te zetten van een lineaire naar een circulaire bouwsector, horen vrijkomende materialen opnieuw als volwaardige grondstof te dienen voor nieuwe bouwproducten.

De klimaatuitdaging werd tot voor kort vooral gekaderd als een energievraagstuk. Vandaag wordt dit perspectief aangevuld met de achterliggende drijfveer van de hoge energievraag: het hoog materiaalverbruik als gevolg van onze lineaire economie. Er is een transitie nodig naar een circulaire economie, waarin materialen in een gesloten kring kunnen blijven circuleren met minimale milieu-impact. 

Hergebruik van leegstaande gebouwen en brownfields is een prioriteit, als we zuinig willen omgaan met ruimte én materialen. 

Uit verschillende inventarissen van leegstand blijkt dat er een enorm potentieel is voor ruimtelijk hergebruik. Meer dan 75.000 woningen, 15.000 bedrijfsgebouwen en 11.000 handelspanden staan leeg en er bestaan 5.000 hectare aan brownfields. Ook de leegstand van kloosters en kerken neemt toe. Met creatieve ingrepen kunnen we in onze stads- en dorpskernen voldoende ruimte vinden om duurzaam met de bevolkingsgroei en de economische groei om te gaan. Dat is ook de doelstelling van het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen (in opmaak), waarmee de Vlaamse overheid het ruimtelijk rendement wil verhogen. 

Door leegstaande panden te recycleren, verlaten fabrieken opnieuw te ontwikkelen voor woningen en diensten, goed gelegen bouwgronden in de bebouwde kom te gebruiken of onderbenutte woningen op te delen, kan de benodigde bouwgrond verder afnemen. 

Zo kunnen we als samenleving veel kosten besparen. Onderzoek van VITO toont aan dat het beperken van volbouwen van open ruimte ons jaarlijks 250 miljoen euro kan opleveren door minder kosten voor wegenonderhoud, riolering of andere nutsvoorzieningen. De maatschappelijke baten voor minder autoverkeer liggen zelfs tussen de 1 à 2 miljard euro per jaar. 
Hergebruik van leegstaande gebouwen betekent ook dat we minder nieuwe bouwmaterialen verbruiken, en bespaart ons de  CO2-uitstoot die de ontginning en productie ervan veroorzaakt. Als we kijken naar de hele levenscyclus van een gebouw, zit bijna de helft van het gehele energieverbruik en de daarbij horende klimaatimpact ‘opgesloten’ in de materialen zelf. De productie van beton alleen al is verantwoordelijk voor zo’n 8% van de wereldwijde CO2-uitstoot. Er zijn zeker nog verbeteringen mogelijk om de CO2-impact van de productie van bouwmaterialen te beperken, maar dat is niet eindeloos. Voor grote emissiereducties moeten we grondstoffen en materialen opnieuw gebruiken. Het hele bouwproces zullen we met andere woorden circulair moeten maken.

Maar er is meer nodig om de principes van de circulaire economie echt in te bedden in ruimtelijke planning. ‘Circulair herbestemmen’ van een gebouw of site vereist een andere mindset en ontwikkelingsstrategie, met oog voor alle schakels van de keten en de verschillende levensfasen van een gebouw of site. 

Met het project ‘Circulaire gemeente voor de toekomst’ willen Bond Beter Leefmilieu (BBL) en de Vereniging voor Ruimte en Planning (VRP) dit meer concreet maken. We gingen aan de slag met drie praktijkcases van leegstand: een leegstaand militair domein, een half-leegstaande school en een leegstaand winkelpand. In elk van de cases gingen we op zoek naar opportuniteiten om kringlopen te sluiten, gebouwen voor te bereiden op een circulaire toekomst, en de circulaire economie in praktijk te brengen.

Erik Grietens

Beleidsmedewerker ruimte

Na 20 jaar kent ruimtelijke ordening geen geheimen meer voor Erik Grietens, maakt niet uit of het over betonstop, kernversterking of de kostprijs van onze versnipperde bebouwing gaat.

Ontvang InZicht

Wekelijks onze kijk op de milieu-actualiteit