Wie plant het zaadje van een duurzaam landbouwbeleid na 2020? | Bond Beter Leefmilieu

U bent hier

Wie plant het zaadje van een duurzaam landbouwbeleid na 2020?

Laurens De Meyer
Benjamin Davies

De uitdagingen waar Europese landbouwers voor staan, nemen jaar na jaar toe. Hun economische positie is zwak, het klimaat wijzigt en de biodiversiteit gaat achteruit. Een ambitieuze hervorming van het landbouwbeleid is dus noodzakelijk. Momenteel denkt Europa na over hoe ze het gemeenschappelijke landbouwbeleid (GLB) na 2020 kan vormgeven. In een advies tonen de Vlaamse Strategische Adviesraad voor Landbouw en Visserij (SALV) en Milieu- en Natuurraad (MINA) alvast de weg.

Unaniem: een bijsturing is nodig

Binnen de SALV en MINA is er unanimiteit over de problemen waar de landbouw zich in bevindt. Het huidige beleid realiseert niet wat het moest doen. De voorziene vergroeningsmaatregelen leiden niet tot een verbeterde milieukwaliteit. Het systeem van directe betalingen zorgt niet voor een volwaardig inkomen voor de landbouwer. Een grondige bijsturing van het Europese beleid is nodig, daar is iedereen het over eens.  

Meer verantwoordelijkheid voor de lidstaten

In het nieuwe GLB wordt subsidiariteit ingeploegd. De lidstaten zullen meer zeggenschap krijgen over het invullen van het landbouwbeleid. Hierin zit een kans, maar schuilt ook gevaar. Elke lidstaat zal zijn beleid kunnen afstemmen op lokale factoren. Zo vindt dat beleid meer aansluiting bij de plaatselijke situatie, wat versterkend kan werken. Het gevaar schuilt hem in een te zwakke invulling van maatregelen. Zo zien we in Vlaanderen dat, wanneer die vrijheid wordt gegeven, minister van Landbouw en Milieu Joke Schauvliege steeds kiest voor de laagst mogelijke ambitieniveau’s, bijvoorbeeld voor milieumaatregelen. In Vlaanderen bestaat zo de kans op een uitholling van de regelgeving. Om dit te vermijden, is het noodzakelijk om een goed onderbouwde set van indicatoren te ontwikkelen. Deze moeten ingezet worden om de kwaliteit en efficiëntie van het gevoerde beleid op te volgen en bij te sturen.

Getrouwd met duurzaamheid

De belangrijkste uitdaging voor het landbouwbeleid wordt de verduurzaming van ons landbouwsysteem. Momenteel scoort het landbouwbeleid slecht op zowel ecologische, sociale als economische factoren. Al te vaak worden duurzaamheid en de bijbehorende ‘sustainable development goals’ (SDG’s) bekeken als een doos pralines waar je vrij uit kan kiezen. Het advies beklemtoont dat beleidsmakers rekening moeten houden met de onderlinge samenhang van de verschillende duurzaamheidsdoelstellingen. In relatie tot voedselproductie wordt deze samenhang uitstekend beschreven door het ‘wedding cake model’ van het Stockholm Resilience Center. In een duurzaam landbouwbeleid is het bewaken van de grenzen van het ecosysteem op lokaal en globaal niveau essentieel. Landbouw is als geen ander getrouwd met dit ecosysteem en is sterk afhankelijk van goede milieucondities, ook om haar sociale en economische doelen te realiseren. Sterke milieu- en klimaatdoelstellingen opnemen in het landbouwbeleid, is dus in het belang van de landbouw zelf.

Systeeminnovatie en exnovatie

Een andere belangrijk pad is dat van innovatie. SALV en MINA benadrukken dat ook systeeminnovatie noodzakelijk zal zijn om ons landbouwmodel klaar te stomen voor de toekomstige uitdagingen. Met een lichte bijsturing van het huidige model raken we er namelijk niet uit. Het is nodig om grondig na te denken over hoe onze landbouw georganiseerd moet worden. Via systeeminnovatie kan men elke sector kritisch bekijken, evalueren op zijn duurzaamheidsparameters en toekomstpotentieel, om vervolgens ingrijpend bij te sturen. Sectoren die niet voldoende bijgestuurd kunnen worden, moeten worden afgebouwd. Dit valt onder de noemer ‘exnovatie’.  

De koe in de kamer

En met het begrip exnovatie komen we direct bij de grote koe in de kamer van het advies: de dierlijke sector. Landbouworganisaties blijven blind voor de problemen die deze sector veroorzaakt voor het milieu en klimaat. Het is nochtans essentieel om duidelijk af te bakenen wat de rol van de dierlijke sector nog kan zijn in ons landbouwmodel. België moet de broeikasgasemissies in de non-ETS met 35% laten dalen tegen 2030. De dierlijke sector is in zijn eentje verantwoordelijk voor 68% van de methaanuitstoot en 54% van de lachgasuitstoot in Vlaanderen. Ze zal dus, net als de andere sectoren, een stevige verantwoordelijkheid moeten nemen. Dat men blijft weigeren een duidelijke visie uit te werken voor de dierlijke sector, is een gemiste kans, in de eerste plaats voor de sector zelf. Deze heeft meer dan ooit nood aan een duidelijk toekomstperspectief om uit de economische beerput te klimmen waarin ze zich momenteel bevindt.  

Phil ziet het niet, Joke hopelijk wel

Inmiddels heeft de Europese landbouwcommissaris Phil Hogan duidelijk laten blijken dat hij blind blijft voor de noodzakelijke hervormingen waar de landbouw voor staat. De commissie houdt halsstarrig vast aan het ‘stand stil scenario’. Het belang van milieumaatregelen lijkt erop achteruit te gaan in de eerste voorstellen. Hopelijk kan het SALV/MINA-advies minister Schauvliege inspireren om een progressieve stem aan te nemen in het Europese debat. Als Europa haar verplichtingen niet opneemt, moet er op z’n minst voor gezorgd worden dat de Vlaamse implementatie van het beleid wél de juiste klemtonen bevat, zoals degene opgenomen in het advies.

Dit artikel draagt bij aan volgende duurzame ontwikkelingsdoelen:

Laurens De Meyer

Beleidsmedewerker voeding en landbouw
Meer over Landbouw

Ontvang InZicht

Wekelijks onze kijk op de milieu-actualiteit