2020 is dichtbij, maar de doelen voor energiebesparing nog ver weg | Bond Beter Leefmilieu

U bent hier

2020 is dichtbij, maar de doelen voor energiebesparing nog ver weg

Benjamin Clarysse

Energiebesparing, iemand?

Vlaanderen zal zijn energiebesparingsdoelstellingen van 15,3 procent tegen 2020 niet halen. Het Vlaamse bruto binnenlands energieverbruik was volgens de laatste officiële cijfers van 2017 nog maar met 5,6 procent gedaald. En daar lijkt geen haan naar te kraaien. Ondanks de retoriek dat energie-efficiëntie een prioriteit is, is het beleid allesbehalve gefocust. En dat belooft. Want de nieuwe Europese doelstellingen voor 2030 zijn nog een pak ambitieuzer.

“België in 2017 beste van de Europese klas in energie-efficiëntie”: dat kopte de VRT-website begin februari. Ons land bespaarde 1,2 procent finaal energieverbruik in 2017. Kersvers minister van Energie Lydia Peeters was er als de kippen bij om zich op de borst te kloppen met dit resultaat. Onterecht, want die momentopname geeft een wel erg vertekend beeld. Even de puntjes op de i. 

Vlaanderen haalt besparingsdoel 2020 niet

De Europese richtlijn voor energie-efficiëntie (EED) van 2012 stelde dat de EU-landen samen 20 procent energie zouden besparen tegen 2020 ten opzichte van het referentiejaar 2005. In tegenstelling tot broeikasgasreducties en het aandeel hernieuwbare energie waren de doelstellingen voor energiebesparing enkel indicatief. 

België engageerde zich in dat Europees verband tot een niet-bindende energie-efficiëntiedoelstelling van 17,8 procent. De lastenverdeling over de gewesten werd als volgt uitgetekend: Vlaanderen gaat voor een reductie van 15,3 procent, Wallonië mikt op 10,4 procent en Brussel ziet een potentieel van 19,8 procent. In absolute cijfers gaf Vlaanderen bij Europa aan 28.879 GWh finale energie te besparen tegen 2020. Maar volgens de laatste energiebalans van VITO zat Vlaanderen in 2017 nog maar aan een totale reductie van 5,6 procent ten opzichte van 2005.

Boemerangbeleid

Hoewel het algemene streefdoel voor besparingen in België en Vlaanderen niet opgelegd werd door Europa, is er één artikel van de EED dat wél bindende doelstellingen omvat. Artikel 7 bepaalt dat de lidstaten tussen 2014 en 2020 jaarlijks 1,5 procent op de totale energieverkoop moeten besparen. 

In Vlaanderen kwam dat uit op 47,750 TWh. Die besparingen moeten bovendien afkomstig zijn van extra Vlaams beleid, boven op de bestaande regelgeving uit Europa, maar ook boven op het al bestaande beleid in Vlaanderen. 

Verborgen achteraan in bijlage A van het vierde energie-efficiëntieactieplan lees je op welke manier de Vlaamse overheid die besparingen denkt te realiseren tegen 2020: 30,081 TWh (63 procent) via de energiebeleidsovereenkomsten (EBO’s) met grote ondernemingen, 14,301 TWh (20 procent) via REG-openbaredienstverplichtingen opgelegd aan de netbeheerders en 3,358 TWh (7 procent) via de kilometerheffing voor vrachtwagens.

Toen de Europese richtlijn voor energie-efficiëntie van kracht werd, koos Vlaanderen ervoor om vooral te rekenen op de energiebesparingen uit EBO’s, in plaats van een volwaardig energiebesparingsbeleid uit te tekenen voor alle sectoren. Dat bleek een gemakkelijkheidsoplossing, die enkele jaren later als een boemerang terugkeerde. 

De petrochemische industrie in Vlaanderen ging zwaar op de rem staan tijdens de onderhandelingen voor de aanpassing van de EED. Zij vreesden immers opnieuw alle lasten te moeten dragen. Hun lobbywerk was succesvol. En zo stonden Vlaanderen en België met de billen bloot begin december 2018: naast Tsjechië was België het enige land dat tegen een ambitieus besparingsbeleid stemde. En hoewel de petrochemie uit puur eigenbelang alle Europese ambitie rond energiebesparing trachtte dood te knijpen, heeft ze wel een punt wanneer ze zegt dat sectoren als gebouwen en transport dringend hun steentje moeten bijdragen in Vlaanderen. 

België ook niet op koers voor 2030

Sinds december vorig jaar ligt de lat nog wat hoger. Europa besliste dat alle lidstaten samen 32,5 procent moeten besparen tegen 2030, opnieuw een indicatief streefdoel waar de lidstaten zelf hun bijdrage mogen bepalen. De jaarlijkse verplichte bijdrage uit artikel 7 bedraagt nu 0,8 procent per jaar tussen 2020 en 2030. 

In het ontwerp van het klimaat- en energieplan 2030 schat ons land zijn bijdrage tegen 2030 op een energiebesparing van 26 procent primair en 12 procent finaal in 2030 ten opzichte van het reële verbruik in 2005. Het bruto finaal energieverbruik in 2030 zou dan moeten uitkomen op 33,1 Mtoe of 385 TWh. Een belangrijke bijdrage aan de Belgische doelstelling, namelijk 181 TWh, zal moeten komen uit de implementatie van het artikel 7. 

En veel meer is mogelijk

Jammer genoeg zijn de maatregelen niet bepaald op basis van de enorme hoeveelheid energie die België zou kunnen besparen. het beschikbare besparingspotentieel. Het gerenommeerde Duitse Fraunhofer Instituut berekende in 2013 al dat als België alle kostenoptimale besparingsmaatregelen invoert, het finale energieverbruik op 25,07 Mtoe of 291,6 TWh ligt: een dikke 24 procent lager dan wat ons land nu naar voren schuift in zijn plan. 

De Coalition for Energy Savings concludeerde bovendien dat het Belgische gerapporteerde cijfer voor 2030 zelfs niet aan de normen voldoet van Europa. Het finale energieverbruik zou moeten dalen met 34,1% of tot maximum 28,19 Mtoe of 327,9 TWh om aan onze Europese verplichtingen te voldoen. 

Benjamin Clarysse

Beleidsmedewerker energie

Bio-ingenieur Benjamin Clarysse pleit niet alleen voor een ambitieuzer renovatiebeleid, maar wijst ook de weg naar een fossielvrije verwarming. Een adres voor vragen over warmtenetten, warmtepompen en waterstof.

Meer over Energiebesparing

Ontvang InZicht

Wekelijks onze kijk op de milieu-actualiteit