Belgische mijnbouw op de diepzeebodem: een race to the bottom | Bond Beter Leefmilieu

U bent hier

Belgische mijnbouw op de diepzeebodem: een race to the bottom

Olivier Beys
NOAA Photo Library

De Belgische baggergroep DEME wil volgend jaar de bodem van de Stille Oceaan afschrapen op zoek naar minerale rijkdommen. Zorgwekkend, want de activiteiten leiden tot grootschalig en onomkeerbaar verlies aan biodiversiteit. Er is bovendien geen enkel bewijs dat diepzeemijnbouw onze afhankelijkheid van mijnbouw op land doet afnemen. Daarom vragen Bond Beter Leefmilieu, WWF België en Seas at Risk aan de Belgische overheid om diepzeemijnbouw niet langer te steunen, en om in te zetten op een shift naar een circulaire economie.

In onze briefing (zie link onderaan) lees je het volledige verhaal. In dit artikel vatten we de hele kwestie samen.

DEME’s race to the bottom...

In 2013 kreeg DEME een concessie van de International Seabed Authority (ISA) om gedurende 15 jaar een gebied van 76.728 km² in de Stille Oceaan te exploiteren. Het gebied is 2,5 keer groter dan België. In april 2019 plant DEME een eerste test in zowel de Belgische als Duitse concessies om knollen met nikkel, koper, kobalt en mangaan van de bodem te schrapen. Ze doen dat met een vier meter breed schaalmodel; de commerciële versie zal tot vier keer groter zijn.

Volgens Kris Van Nijen van DEME voeren ze ‘een race to the bottom’: Koreanen, Japanners en Chinezen zitten hen op de hielen met hun eigen onderzoeksprojecten. Deze landen hebben weinig of geen oog voor het milieu, het is de economische logica die primeert. Aangezien de spelregels én resultaten van de milieueffectenrapportage binnen de ISA niet publiek worden gemaakt, schept de test van DEME een zeer belangrijk precedent voor de 27 andere concessies die vandaag al zijn toegekend. Dit gebied omvat ongeveer 1,5 miljoen km², min of meer de grootteorde van heel Europa.

…in twijfel getrokken

De groeiende wereldbevolking en de almaar stijgende welvaart (+3% van het wereldwijde BBP per jaar) zijn zowat de belangrijkste argumenten om diepzeemijnbouw te rechtvaardigen. De transitie naar hernieuwbare energie en elektrisch vervoer zal de vraag naar kostbare mineralen zoals kobalt alleen maar doen stijgen, zoals we zelf in een recent artikel schreven.

Het klopt dus, zoals the Economist, de Wereldbank en anderen beweren, dat de vraag naar mineralen fors zal stijgen. Maar dat wil helemaal niet zeggen dat er een tekort is. Onderzoekers aan de universiteit van Sydney hebben de meest ambitieuze scenario’s voor de transitie naar hernieuwbare energie wereldwijd vergeleken met de bekende voorraden van ‘zeldzame’ grondstoffen. De conclusie is dat de huidige voorraden volstaan, tenminste als we meer gaan recycleren. Ook zal de internationale gemeenschap een flinke tand moeten bijsteken om mijnbouw op land te verbeteren op milieu- en sociaal vlak. We zitten in een ideale context om daar eindelijk serieus werk van te maken.

Er zijn dus genoeg grondstoffen, maar wel is het zo dat die zich in onstabiele (Congo) of dictatoriale (China) landen bevinden. Kan diepzeemijnbouw de bevoorradingszekerheid dan garanderen? Een studie van Ecorys in opdracht van de Europese Commissie schat dat maximum 2-4 % van de wereldproductie van mineralen kan worden gewonnen uit de diepzee tegen 2050. Maar al bij al weten we het gewoon nog niet, en is het argument van de voorstanders op los zand gebouwd.

Russische roulette met de biodiversiteit

Er is daarentegen wel een heel sterk argument om diepzeemijnbouw een halt toe te roepen, namelijk het voorzorgsprincipe. Kort samengevat: wanneer er serieuze aanwijzingen bestaan dat de biodiversiteit en het milieu ernstige schade kunnen oplopen, mogen we niet nalaten maatregelen te nemen, zelfs indien er geen wetenschappelijke zekerheid bestaat. Het is aan de voorstanders, in dit geval DEME en anderen binnen de International Seabed Authority, om de bewijslast te leveren dat er geen gevaren zijn.

Nu is het zo dat de diepzee een van de laatste plaatsen is op deze planeet waar de menselijke invloed nog relatief beperkt bleef en de natuur niet is verstoord. Recente expedities naar de diepzee geven steeds meer informatie prijs. Hoe langer hoe meer ontdekt men gebieden met een uitermate grote en unieke biodiversiteit, die een belangrijke rol spelen in de voedselketen en een klimaatregulerende functie uitoefenen. Deze ecosystemen zijn tegelijk erg kwetsbaar omdat ze zeer traag groeiende organismen en structuren herbergen die veel tijd nodig hebben om te recupereren van verstoringen.

Het is zo klaar als een klontje dat het afschrapen van de bodem, waar de grootste concentratie aan leven zit, die ecosystemen zal wegvagen. Onderzoekers van het MIDAS research project, waar ook de UGent aan meewerkte, geven aan dat diepzeemijnbouw desastreus is vanwege de bodemverstoring en de (soms toxische) stofwolken die tot honderden kilometers ver blijven rondzweven. Wetenschappers geven aan dat diepzeemijnbouw zonder verlies aan biodiversiteit gewoon onmogelijk is, en ook biologen verbonden aan het IUCN waarschuwen voor grootschalig en onomkeerbaar verlies aan biodiversiteit.

De International Seabed Authority faalt

De International Seabed Authority (ISA) is een VN-instelling met een dubbel mandaat: enerzijds moet ze de ecosystemen in de diepzee beschermen, anderzijds moet ze het gebruik van natuurlijke rijkdommen beheren op een duurzame manier.

Als vanuit de wetenschappelijke wereld sterke signalen komen, dan is het voorzorgsprincipe van toepassing. Het is dus de vraag of de International Seabed Authority haar mandaat wel goed uitoefent, want vandaag maakt het vooral de commerciële exploitatie mogelijk. Is het even begaan met de bescherming van het milieu? Aangezien het secretariaat nauwelijks over mariene biologen beschikt, en de delegatieleden van de lidstaten vooral bestaan uit afgevaardigden van economische ministeries, durven we dat betwijfelen.

Uit een onafhankelijke 5-jaarlijkse audit van de ISA blijkt, naast het gebrek aan milieu-expertise, ook een andere onrustwekkende tekortkoming: een serieus gebrek aan transparantie. Waarnemers worden slechts in een paar organen van het ISA toegelaten, en worden volledig geweerd uit de Legal and Technical Committee (LTC), het kleine orgaan waar de belangrijkste beslissingen worden genomen. De review wijst ook op een gebrek aan publieke toegang tot informatie en gegevens. De criteria voor de milieueffectenrapportage (MER) zijn niet publiek, en ook de resultaten, o.m. van de test van DEME, worden niet gepubliceerd.

Ondanks de oproep van NGO’s om een milieu-comité op te richten en het LTC open te stellen, is nog geen vooruitgang geboekt. De positie van België in dit verhaal is onduidelijk.

Publiek debat in België is dringend nodig

Ons land heeft in 2013 besloten als sponsor op te treden bij DEME’s aanvraag voor een exploitatieconcessie. Dit is gebeurd zonder publiek debat over de noodzaak en wenselijkheid ervan. Bond Beter Leefmilieu, WWF-België en Seas at Risk vragen dat debat nu wel te voeren. Een kleine greep uit onze vragen:

  • Op welke manier rijmt de Belgische steun aan diepzeeprojecten met de duurzame ontwikkelingsdoelen rond duurzame consumptie & productiemethodes, en rond bescherming & duurzaam gebruik van oceanen, zeeën en water, waaraan België zich heeft verbonden? Zijn onze inspanningen om een circulaire economie te realiseren wel coherent met het opentrekken van een nieuw blik grondstoffen?

  • Zal ons land druk uitoefenen bij de ISA om strenge milieuvoorwaarden te bepalen bij de opmaak van een MER? Zal het pleiten voor een onafhankelijk milieu-comité, en voor het openstellen van de Legal and Technical Committee?

  • Hoe zal België als sponsoring state erop toezien dat DEME’s test verloopt op een verantwoorde wijze? Hoe verklaart onze overheid dat er geen publieke consultatie wordt georganiseerd rond de MER van DEME, terwijl dit de normale procedure is in ons land?

De FOD Economie wil begin juni een workshop organiseren over het thema. Een goede zaak, maar het zijn vijgen na Pasen. Tegen 1 april moet DEME haar MER indienen bij het ISA. De publieke consultatie die volgens onze normen moet georganiseerd worden, zal dus niet plaatsvinden. De facto kan het bedrijf doen wat het wil, niemand die er fundamenteel iets op kan en zal aanmerken.

Kleur bekennen

Hoog tijd dat ons land een duidelijk en coherent standpunt inneemt over diepzeemijnbouw, en dat de bevoegde administraties binnen Economie, Leefmilieu en Buitenlandse Zaken samenwerken om dit ter harte te nemen.

Wij hebben alvast een duidelijke mening. Er bestaat geen enkel bewijs dat diepzeemijnbouw onze afhankelijkheid van mijnbouw op land doet afnemen. Bovendien is dit een slechte economische zet. Terwijl we Umicore naar België lokken voor een nieuwe recyclagefabriek in de haven van Antwerpen, zetten we de deur wijd open om hun businessmodel te ondermijnen. Dit soort incoherent beleid moet eruit.

Wij pleiten om volop in te zetten op een circulaire economie door de vraag te reduceren, werk te maken van beter productontwerp, deeleconomie, hergebruik, reparatie, recyclage en de ontwikkeling en het gebruik van alternatieve materialen.

Olivier Beys

Beleidsmedewerker circulaire economie

Olivier zoekt naar oplossingen om onze grondstoffen optimaal te benutten, te hergebruiken, te delen en afval te vermijden. Verder staat hij met twee voeten in de praktijk van de deeleconomie als oprichter van gereedschapsbibliotheek Tournevie.

Ontvang InZicht

Wekelijks onze kijk op de milieu-actualiteit