Kobalt: het blauwe goud van Umicore | Bond Beter Leefmilieu

U bent hier

Kobalt: het blauwe goud van Umicore

Olivier Beys
Amaia Benito

De voorbije week werd de Belgische reus Umicore bejubeld. Het bedrijf wil twee nieuwe fabrieken voor kathodematerialen (nodig voor de productie van batterijen) bouwen, waarvan één in Europa. Maar om te voldoen aan de fel stijgende vraag naar batterijen, moet ook de recyclage van grondstoffen (vooral kobalt) in onze smartphones en andere elektronica fors omhoog. En daar knelt meteen het schoentje.

Valse noot

In de euforie weerklonk slechts één valse noot bij monde van Umicore-topman Marc Grynberg. Om te voldoen aan de fel stijgende vraag naar batterijen, is een forse toename in recyclage van grondstoffen in elektronische toestellen, waaronder in het bijzonder kobalt, van kapitaal belang. Alleen is de inzameling en dus recyclage van smartphones en andere elektronica momenteel ondermaats. In dit stuk leggen we uit wat er op het spel staat, en hoe we deze situatie structureel kunnen aangrijpen om een circulaire economie uit te bouwen.

Waarom de hype?

De ruime aandacht van beleggers, minister-presidenten en Europese Commissarissen tot zelfs de Wall Street Journal, heeft alles te maken met de verwachte doorbraak van elektrische wagens in China en Europa in de komende jaren. In de batterijen van deze wagens zitten kathodes, waarvan de variant met een nikkel-mangaan-kobaltsamenstelling momenteel de beste combinatie aan levensduur, energie-intensiteit en stabiliteit levert voor batterijen van elektrische wagens. Van die drie elementen is kobalt veruit het meest zeldzame.

Dat Umicore de grootste consument van kobalt ter wereld is – het neemt ongeveer 20-25% van de wereldwijde kobaltproductie af – illustreert het belang van het bedrijf in dit verhaal. De investeringen in de twee nieuwe fabrieken voor de productie van kathodes, waarvan weliswaar de grootste zich in China zal bevinden, is expliciet bedoeld om de vraag naar batterijen voor elektrische wagens te dekken. Ook andere spelers zoals BASF, Sumitomo en Chinese bedrijven doen gelijkaardige investeringen. Toch maken de sterke marktpositie en de recordwinst van Umicore in 2017 het bedrijf tot een aantrekkelijke investering voor beleggers en een strategische partner voor een sterk Europees beleid voor de Europese productie van batterijen.

Het kobaltprobleem

Sinds de opkomst van draagbare toestellen zoals gsm’s en tablets, vormen de batterijen de voornaamste toepassing van kobalt, naast superlegeringen in o.a. turbines en straalmotoren en fijne poeders. Tegen 2025 verwachten bedrijven zoals Umicore een verdriedubbeling van de vraag naar kobalt voor batterijen. De groei zal vrijwel volledig voor de rekening van de auto-industrie zijn. De winning gebeurt vandaag voor ongeveer 60% in de Democratische Republiek Congo, in 2025 zal dat evolueren naar driekwart van de mondiale productie. De groei zal zich bijna exclusief (tot 95%) afspelen in het politiek instabiele land.

De kobaltwinning in Congo kampt al lang met kinderarbeid en mensenrechtenschendingen, in het bijzonder in de artisanale mijnbouw (dat Umicore uit haar bevoorradingsketen heeft gebannen, maar dat nog steeds bestaat). Dat de ontginning dermate geconcentreerd is in één land (en een beperkt aantal mijnbouwbedrijven), kan leiden tot prijs- en bevoorradingsschokken, zoals de recente Congolese koper- en kobalttaks aantoont. Hierdoor, maar ook als gevolg van de sterkere vraag naar kobalt, stijgen de kobaltprijzen, terwijl de productie in de DRC stabiel blijft. Er komt dus schaarste op de markt.

De hamvraag is hoe men op korte termijn de bevoorrading kan garanderen. Dat is belangrijk in functie van de hierboven beschreven investeringen, maar vanuit milieustandpunt is een antwoord op die vraag cruciaal om een rem op de snelle elektrificatie van transport (naast een modal shift, vanzelfsprekend) te vermijden. De uitfasering van verbrandingsmotoren moet zo snel mogelijk kunnen plaatsvinden, willen we kans maken om onze klimaatdoelstellingen te halen.

Nood aan recyclage

Umicore is ook actief in de recyclage van elektronisch afval. Daarom maakte Grynberg tijdens interviews steevast een bruggetje naar de gebrekkige inzameling en recyclage van elektronica. “Alleen al het kobalt in de jaarlijkse hoop afgedankte smartphones [wereldwijd] zou volstaan om zeker 2 miljoen elektrische voertuigen te laten rijden”, zegt de CEO. En dat zijn nog maar de smartphones. Slechts 15,5% van alle e-waste wordt vandaag correct gerecycleerd: de ruimte voor verbetering is dus enorm.

Het probleem situeert zich intussen vooral in Azië. De helft van alle elektronische producten komt vandaag terecht op de Aziatische markt. Die 27 miljoen ton stijgt bovendien met liefst 29% per jaar. Omdat Azië steeds meer consumeert, creëert het ook het grootste aandeel e-waste, en bovendien dumpen OESO-landen nog steeds hun e-waste in ontwikkelingslanden in Afrika en Azië. We zoeken dus naar een mondiale oplossing. Daaruit volgt dat producenten zoals Apple en Samsung de belangrijkste speler zijn om dit afval terug te dringen.

In eigen land liggen naar schatting nog 3 miljoen gsm’s ergens in een schuif stof te vergaren. Volgens een schatting van Recupel hebben alle Belgische gezinnen samen 375 miljoen elektrotoestellen, waarvan 48 miljoen niet-gebruikte exemplaren. Klein elektro zoals gsm’s en dergelijke (die kobalt bevatten) wordt sinds kort wel vaker ingezameld dan voordien. Toch volstaat die licht positieve tendens niet, en al zeker niet om de hierboven geschetste uitdaging op wereldschaal aan te gaan.

De circulaire economie aanjagen

Sommigen vragen om meer sensibilisering en campagnes om mensen aan te zetten toestellen te deponeren in Recupelpunten. Uit ervaring, maar ook uit de gedragspsychologie- en economie, weten we dat dit systeem haar limieten kent. Als we naar 100% inzamelcijfers streven, is een structurele aanpak nodig. De Recupelbijdrage bedraagt slechts enkele eurocenten of een halve euro. Dat is onvoldoende om iedereen aan te zetten om toestellen correct in te leveren.

Een statiegeldsysteem, zoals we dat kennen bij glazen flessen – en wellicht binnenkort ook op PET-flessen en blikjes – is wel een effectief en afdoend systeem. Door een grotere waarde te plakken op een fles of een blikje, of in dit geval kobalthoudende elektronica, wordt dit vrijwel altijd ingeleverd. Het is bovendien een zuivere toepassing van het ‘vervuiler betaalt’-principe. In tegenstelling tot campagnes, die in elk land en in elke cultuur of taal verschillen, is dit een universeel systeem dat iedereen op deze aardbol op dezelfde manier interpreteert. Dit maakt het ook makkelijker voor de fabrikanten om snel en efficiënt resultaat te behalen.

Umicore heeft een unieke positie om klanten zoals Apple en Samsung te overtuigen van een dergelijk systeem. Het is niet alleen hun verantwoordelijkheid, maar uiteindelijk ook in hun eigen belang. Ook zij zijn gebaat met een stabiele aanvoer en prijs van kostbare grondstoffen zoals kobalt. Ze kunnen dit perfect uittesten in een kleine markt, om het nadien wereldwijd uit te rollen. Als ze er in slagen jaarlijks nieuwe juweeltjes van moderne techniek op de markt te brengen, dan is deze simpele logistieke klus voor deze giganten niet meer dan een kleinigheid.

Wat kunnen we in eigen land doen?

We kunnen op 3 niveaus actie ondernemen:

1. Heel concreet kunnen we in samenspraak met de fabrikanten een statiegeldsysteem opzetten voor smartphones, tablets e.d. , of elektronica met kostbare grondstoffen in het algemeen. Op die manier zijn we een ‘testcase’ voor andere landen. Campagnes vanuit de overheid, het middenveld en bedrijfsleven om gebruikers uit te leggen waarom en hoe het systeem werkt, zijn noodzakelijk om dit in goede banen te leiden. Los daarvan blijft het prioritair om in te zetten op een langere levensduur van producten, om de vraag af te koelen en de algemene druk op grondstoffen te verlichten. We stelden met Transitienetwerk Middenveld 10 maatregelen op om de levensduur te verlengen.

2. Umicore sluit niet uit dat hun Europese fabriek in de Haven van Antwerpen terecht komt, al zijn de voorwaarden niet mals. De voormalige Opelsite in het Antwerpse Churchilldok, dat nu al jaren ligt te verkommeren sinds het project rond de Saudische vergassingsfabriek werd afgevoerd, is bestemd voor maakindustrie in de circulaire economie. Dit project zou mooi passen in dat verhaal.

De Antwerpse lobbymachine trekt alvast alles uit de kast om het bedrijf te verleiden om zich in de Haven te vestigen. Dat is terecht. Het biedt uiteraard economische voordelen, maar ook vanuit milieustandpunt is het beter om dergelijke fabrieken in een haven, eerder dan in het binnenland, in te planten. Op vlak van mobiliteit (via spoor en aan-en afvoer via water) en ketenintegratie biedt de site duidelijk voordelen.

3. Het is veelzeggend dat de Antwerpse Haven en het Stadsbestuur nu pas een versnelling hoger schakelen. België en Vlaanderen hebben namelijk een ambitieus industrieel beleid nodig rond circulaire economie. Een strategische visie die de geografische, ecologische en socio-economische inplanting ervan op duurzame wijze verenigt. Het is daarbij zaak om rekening te houden met de beperkte ruimte, symbiose tussen industriële actoren en partners in productie- en consumptieketens, werkgelegenheid en meer.

Dat betekent dat we domeinen zoals fiscaliteit en ruimtelijke ordening aanpassen in functie van dit strategisch beleid. Via de 7 transitieprioriteiten van de Vlaamse regering beschikt Vlaanderen alvast over enkele handvaten op vlak van circulaire economie, industrie 4.0, mobiliteit en energie. Het ontbreekt alleen nog aan een operationeel kader en politiek momentum om dit uit te werken. Er valt geen tijd te verliezen.

Dit artikel draagt bij aan volgende duurzame ontwikkelingsdoelen:

Olivier Beys

Beleidsmedewerker circulaire economie

Olivier zoekt naar oplossingen om onze grondstoffen optimaal te benutten, te hergebruiken, te delen en afval te vermijden. Verder staat hij met twee voeten in de praktijk van de deeleconomie als oprichter van gereedschapsbibliotheek Tournevie.

Meer over Afvalbeleid, Recyclage

Ontvang InZicht

Wekelijks onze kijk op de milieu-actualiteit