Je ‘lokaal stukje vlees’ zit vol importsoja | Bond Beter Leefmilieu

U bent hier

Je ‘lokaal stukje vlees’ zit vol importsoja

Laurens De Meyer

Op 1 maart ging Dagen Zonder Vlees van start: een laagdrempelig initiatief om meer mensen aan te zetten tot een gezonder en duurzamer eetpatroon. Het inspireerde Hendrik Vandamme, voorzitter van het Algemeen Boeren Syndicaat (ABS) tot een bijzonder stukje fictie in De Morgen, met de titel ‘Mijn lekker lapje vlees van bij ons blijft op tafel komen’. Maak je geen illusies: dat ‘lokale vlees’ zit vol importsoja. Wij leggen de feiten op tafel.

Helft veevoer komt uit buitenland

Hendrik Vandamme laat uitschijnen dat de soja die we in België importeren, nodig is voor de productie van tofu en dat de veeteelt enkel zorgt voor de verwerking van het restafval daarvan. Laten we er even de cijfers bijnemen: er worden inderdaad reststromen gevaloriseerd bij dierlijke productie. Maar tegelijk komt 50% van de eiwitten in het Belgische veevoeder nog steeds uit het buitenland. Hoe lokaal kun je dat stukje vlees dan nog noemen? 

Mensen eten 7% soja, dieren de rest

Tofu de grote schuldige van de ontbossing in Zuid-Amerika? Ook dat is mijlenver van de waarheid: van alle geïmporteerde soja wordt slechts 7% gebruikt voor rechtstreekse consumptie. De rest dient voor ons dierenvoer. Ook op wereldvlak wordt 75% van de gekweekte soja gebruikt om dieren te voeden. 

Bovendien is de soja uit Latijns-Amerika genetisch gemodificeerde soja. Deze mag in Europa niet voor rechtstreekse menselijke consumptie gebruikt worden. De soja die verwerkt wordt in vleesvervangers is dus voornamelijk afkomstig van Europese teelten, uit onder andere Oekraïne, Italië, Servië en Frankrijk. 

Redenering die rammelt als een koebel

Tofu zou gemaakt worden van soja-olie. De bonen worden geperst en hierbij blijven heel wat eiwitrijke afvalstromen achter. Gelukkig eten de dieren dit op. Ook deze stelling rammelt als een Zwitserse koebel. Tofu zijn net de eiwitten uit een sojaboon. Deze worden gewonnen uit sojamelk en niet uit  sojaolie. De reststromen die daarbij voortkomen zijn miniem maar kunnen wel in dierenvoer 

Wat wel klopt: een beperkte vleesconsumptie kan een plaats hebben in een gezond voedingspatroon. Maar momenteel eten we tot twee keer te veel vlees dan maximaal wordt aangeraden. 

Kleinere veestapel = uitstekend idee

Als het ABS zijn eigen argumenten in de praktijk wil volgen, moeten we evolueren naar een kleinere veestapel. En dat is een uitstekend idee. Deze zal minder en beter vlees produceren. De voeders zullen lokaal gekweekt worden. Zo wordt ook een eerlijk landbouwinkomen mogelijk en kan de sector van de plantaardige productie verder tot ontplooiing komen. Dit is een voedingsmodel dat goed is voor mens, dier en milieu. 

Dit artikel draagt bij aan volgende duurzame ontwikkelingsdoelen:

Laurens De Meyer

Beleidsmedewerker voeding en landbouw

Als industrieel ingenieur in de voedingsindustrie legt Laurens in toegankelijke taal uit wat er gebeurt met je eten voor het op je bord komt en welk effect de landbouw heeft op onze omgeving.

Ontvang InZicht

Wekelijks onze kijk op de milieu-actualiteit