Het is 5 februari en onze groene energie is al op | Bond Beter Leefmilieu

U bent hier

Het is 5 februari en onze groene energie is al op

Sara Van Dyck
Woensdag bereikten we de Belgische ‘grey day’. Dit is de dag dat alle groene energie die we in ons land produceren statistisch gezien al is opgebruikt. In 2018 kleurde slechts 9,4 procent van ons energieverbruik groen. Onrustwekkend is dat de grey day amper opschuift in de tijd. Door de trage aangroei van groene energieproductie, valt grey day dit jaar slechts één dag later dan vorig jaar. En een kentering lijkt niet meteen op komst op komst. Het is al duidelijk dat we de doelstellingen voor hernieuwbare energie van 2020 niet zullen halen. Bovendien legde ons land voor 2030 een té magere ambitie voor aan de Europese Commissie. 
 
Kneusje van de klas
 
België hoort nog steeds tot een van de slechtste leerlingen van de Europese klas voor groene energie. In 2018 was 18 procent van het Europese energieverbruik groen. België laat met 9,4 procent slechts drie landen (Luxemburg, Malta en Nederland) achter zich. We zijn daarmee mijlenver verwijderd van landen zoals Zweden, die meer dan de helft van hun energieverbruik dekken met groene energie.
 
Beleidsmatig zien we geen kentering. Integendeel. De Europese Commissie tikte ons land al op de vingers toen we een doelstelling van 18,3 procent hernieuwbare energie naar voren schoven in het ontwerp van het Belgisch klimaatplan voor 2030. Maar in het definitieve plan is het nog minder. Momenteel mikt België op 17,5 procent hernieuwbare energie tegen 2030. Hoe we dat effectief gaan waarmaken, blijft grotendeels onduidelijk. Intussen verwacht Europa dat we minstens 25 procent halen. Meer nog, de Europese Green Deal stuurt aan op nog hogere energie- en klimaatambities. 
 
Werk op de plank
 
Redenen genoeg dus om een paar tandjes bij te steken. Zowel op het vlak van zonne- en windenergie als voor groene warmte ligt er nog een enorm onaangeboord potentieel. Ook de ‘noemer’, het energieverbruik in België, moet en kan nog naar beneden. Enkel zo brengen we de energie- en klimaatdoelstellingen binnen bereik en zorgen we voor een aangenamere leefomgeving voor iedereen.
 

Hoe we dat kunnen doen? 

 
  1. Zaak is om ervoor te zorgen dat nog veel meer zonnedaken verrijzen. De recente groei van zonne-energie is daarbij een opsteker: in 2019 plaatsten we - met een bijkomend vermogen van 361 MW (meer dan 53.000 installaties) - de helft meer zonnepanelen dan in 2018. Maar om dit groeiritme aan te houden en zelfs nog nog verder op te trekken is er dringend nood aan een stabiel kader voor zonne-energie. Zo moet voor wie in zon investeert het rendement gegarandeerd zijn. Daarnaast moet een kader voor zonnedelen en energiegemeenschappen ervoor zorgen dat mensen overschotten aan hernieuwbare energie kunnen uitwisselen. Zo kan - in tegenstelling tot vandaag - het volledige dakoppervlak worden benut. Daken genoeg in ons dichtbebouwde land.  
     
  2. Voor windenergie moet een meer planmatige aanpak met participatie van omwonenden bij de planning én bij de uitbating achteraf het draagvlak vergroten. Daarbij kunnen we lessen trekken uit succesverhalen zoals die van Eeklo en Geel.  
     
  3. Ook onze warmtevraag moet dringend groener. De aankondiging om stookolieketels uit te faseren is een stap in de goede richting. Maar daarnaast zal de groei van efficiënte warmtepompen nog sterk moeten versnellen, en moeten warmtenetten sneller van de grond. Het uitblijven van een lastenverschuiving van de kosten in de elektriciteitsfactuur naar andere energiedragers blijft daarbij een bijzonder groot pijnpunt. 
     
  4. Tot slot hebben we nog gigantische mogelijkheden om energie te besparen. Een grootschalig renovatieplan moet onze huizen veel energiezuiniger maken. De lessen uit de eerste fase van het renovatiepact moeten daarbij ter harte worden genomen. Het is in die zin bijzonder jammer dat de verplichte renovatie na verkoop, die nog wel in het ontwerp energie- en klimaatplan stond, gesneuveld  is in het definitieve plan. Maar ook onze industrie en mobiliteit kunnen nog veel energiezuiniger. Denk aan de mogelijkheden van sterkere energiebeleidsovereenkomsten voor de industrie. Voor mobiliteit blijft die modal shift naar minder individueel autoverkeer cruciaal. Daarnaast moet elektrisch transport, dat veel efficiënter is dan auto’s met een verbrandingsmotor, alle kansen krijgen. 
 
Een massa kansen hebben we. Nu nog die met beide handen grijpen. Dan hoeft ons land niet langer in het verdomhoekje van de achterblijvers zitten. En krijgen we tijdens deze kille winterdagen van het prille nieuwe jaar niet meteen nog een extra ‘grey day’ op ons dak. 

Sara Van Dyck

Beleidsmedewerker en Woordvoerder Energie

Met een pak dossierkennis staat Sara op de barricaden voor hernieuwbare energie en een toekomstbestendige elektriciteitsvoorziening. Ze legt je ook overtuigend uit waarom we kernenergie best aan de deur zetten.

Ontvang InZicht

Wekelijks onze kijk op de milieu-actualiteit